
© Dieter Dewulf
Wist je dat er gevangenissen bestaan waar tienduizenden mensen tegelijkertijd achter de tralies zitten? In België kennen we zulke toestanden gelukkig niet. Of toch bijna niet, want één weekend per jaar verandert een stukje Kortrijk in een behoorlijk overbevolkte bajes. Gisteren lieten zo’n 20.000 mensen zich vrijwillig opsluiten binnen de muren van Alcatraz en daarmee zat de gevangenis behoorlijk vol, maar gelukkig stond er tegenover die celstraf wel een affiche waar we met plezier voor tekenden. Vended, Thy Art Is Murder en Slaughter To Prevail waren daar slechts een kleine succesvolle greep uit, maar voor de absolute bajesbaas van de dag moesten we toch echt richting de Swamp, waar Igorrr de gevangenis volledig naar zijn hand zette.
Vended @ Prison
Nepobaby. Het is een term die steeds meer in het dagelijkse vocabulaire opduikt en ook de metalwereld blijkt er niet aan te ontsnappen. Neem nu Vended, dat met Griffin Taylor de zoon van Slipknot-frontman Corey Taylor achter de microfoon heeft staan. Nu was het voor de aanwezige toeschouwers redelijk onnodig om dat op voorhand te weten, want zodra Taylor tijdens opener “Nihilism” en het daaropvolgende “Ded to Me” zijn strot opentrok, was de gelijkenis met zijn vader haast onmogelijk te missen.
En dan hebben we het niet alleen over de bijna identieke kopie van de stem van Taylor junior, maar over zowat alles wat hij deed. Loopjes, praatjes, handgebaren en zelfs de manier waarop hij zich over het podium bewoog, bij momenten leek er gewoon een jonge versie van zijn pa voor onze neus te staan. Bij de muzikanten om hem heen zat overigens nóg een bekende achternaam verstopt, want achter de drums vinden we met Simon Crahan de zoon van Slipknot-percussionist Shawn “Clown” Crahan terug. Daardoor hoorde je zeker ook in de sound een vleugje Slipknot terug, al hield Vended het een stuk directer. Minder industriële chaos en percussieve lagen, meer rechttoe-rechtaan riffs en geweld. Lekkere start!
Insanity Alert @ Swamp

© Dieter Dewulf
Van een lekkere start liepen we zo een koortsdroom in, want dat is eigenlijk de enige manier om Insanity Alert in de Swamp te omschrijven. De Oostenrijkers namen zichzelf geen seconde serieus en gooiden een kleine drie kwartier lang thrash, punk en complete onzin in de blender. Tijdens “Moshemian Thrashody” werd “Bohemian Rhapsody” van Queen vakkundig door de thrashmolen gehaald, terwijl afsluiter “Run to the Pit” een compleet ontspoorde versie van Iron Maidens “Run to the Hills” bleek. En daar bleef het niet bij, want verspreid door de set doken voortdurend riffs en knipogen op die ergens een belletje deden rinkelen. Insanity Alert maakte er zo bijna een spelletje van om zoveel mogelijk metalgeschiedenis door de eigen gehaktmolen te trekken, maar slecht klonk het gelukkig nooit. Raar, apart en bij vlagen compleet gestoord, maar onder aan de streep meer dan prima voor tijdens de vroege middag.
Temptations for the Weak @ Helldorado

© Dieter Dewulf
Na de complete waanzin van Insanity Alert mochten we in de Helldorado weer iets serieuzer aan de bak en wel meteen met een band van binnen onze landsgrenzen. Temptations for the Weak gooide er vanaf de eerste minuten stevig de beuk in. Veel tijd voor grappen of grollen nam de band niet. Nee, hier was het serieuze kost, met harde breakdowns als gevolg. Helaas kon de band door die serieuze aanpak niet verbergen dat er hier en daar wel iets mis ging en niet alles klonk even overtuigend, maar op de momenten dat het wel klopte, bleek Temptations for the Weak gelukkig genoeg kracht in de motor te hebben om de Helldorado ferm te laten beven.
Modder @ La Morgue
Modder deed zijn naam alle eer aan. Toen de band op La Morgue, het kleinste podium van het gehele festival, verscheen, duurde het slechts enkele noten voordat er een ware modderstroom op gang kwam die zich traag maar genadeloos door de tent heen werkte. Doeltreffend ook, want de groep wist al snel een grote hoeveelheid duivelshoorns de lucht in te krijgen. Vooral de passage van “Doom Denker” maakte indruk, met als grootste eyecatcher het gitaarwerk van Jamal Talibi. Dat was bij momenten haast hypnotiserend, maar tegelijkertijd zo loodzwaar dat iedere aanslag doorheen het tentdoek leek te dreunen. Bijna werd La Morgue een buitenpodium, maar waarschijnlijk zat er kevlar in het dak geweven.
200 Stab Wounds @ Helldorado

© Dieter Dewulf
De prijs voor de bandnaam die het best bij de sound paste ging gisteren naar 200 Stab Wounds. De Amerikanen klonken namelijk alsof ze met messen bewapend waren en deze ook daadwerkelijk tweehonderd keer door onze trommelvliezen wilden porren. Met een smerig deathmetalgeluid joeg de band de versterkers op volle toeren, terwijl er zo nu en dan ook behoorlijk wat groove in de muziek sloop. Tijdens “Hands of Eternity” kwam die combinatie misschien wel het best tot zijn recht en werd Helldorado stevig door elkaar geschud, al was het tijdens het gehele optreden wel aan te raden om schokdempers bij de hand te houden.
Merauder @ Helldorado

© Dieter Dewulf
Waren we klaar voor nog meer beukwerk? Wees daar maar zeker van! Merauder nam het stokje zonder enige moeite over en sleurde Helldorado meteen een stuk New Yorkse hardcoregeschiedenis in. De Amerikanen draaien al decennialang mee en dat hoorde je ook aan de klassieke sound die ze brachten, wat als een rode lap op een stier werkte. De stier was in dit geval het publiek, dat moshte tot het een ons woog en zich in groten getale over de barrière gooide. Vooral wanneer “Master Killer” door de speakers knalde, sloeg die reactie helemaal door. De klassieker hoefde amper op gang te komen voordat Helldorado veranderde in een kolkende massa, terwijl ook “Life Is Pain” en afsluiter “Mirror Shows Black” het vuurtje stevig brandend hielden. Merauder bracht niks nieuws onder de zon en daar zijn we normaal wel rouwig om, maar na zo’n set konden we daar onmogelijk een traan om laten.
Body Count @ Prison
Ice-T klonk behoorlijk boos en eigenlijk kunnen we hem daar geen ongelijk in geven. De man is al jaren een van de bekendste gezichten van Lipton Ice Tea, maar uitgerekend op Alcatraz wordt enkel Fuze Tea geschonken. Genoeg reden dus om met enige frustratie het podium op te stappen, al kwam die woede muzikaal bijzonder goed van pas. Vanaf “Body Count’s in the House” hing er namelijk een flinke dosis machogedrag in de lucht, met Ice-T die stoere praat, opgefokte kreten en borstklopperij rijkelijk over de Prison uitstrooide. Voor het podium werd dat met evenveel enthousiasme beantwoord, want al snel vloog de ene crowdsurfer na de andere in de armen van de beveiliging vooraan en ging het er stevig aan toe op het veld. Muzikaal hield Body Count het ondertussen stevig en direct, maar tegelijkertijd ook wat vlak en eentonig. Toch bleef de constante stroom aan boosheid nog best vermakelijk, zeker wanneer “Manslaughter” en afsluiter “Cop Killer” voor wat extra vuur op het hoofdpodium zorgden. Boos, lomp en vooral ontzettend Ice-T dus, met Body Count dat daar muzikaal degelijk achteraan denderde.
Savatage @ Prison

© Dieter Dewulf
Het was inmiddels kwart over negen en de schemering viel in. Voor Alcatraz betekent dat dat de honderden fakkels worden ontstoken en de geur van vuur de neusgaten binnendringt. Wat roken we nog meer? Toch wel een klein beetje de geur van oude mannen, want muzikaal klonk Savatage bij momenten alsof de tijd een paar decennia had stilgestaan en met de teletijdmachine richting het jaar 2026 was gestuurd. De theatrale zang en klassieke heavy metalriffs ademden volop jaren tachtig en negentig, met “Gutter Ballet” en “Power of the Night” als duidelijkste voorbeelden. Bij de liefhebbers lag het leuk in het oor, maar in onze oren kwam het vooral wat gedateerd binnen. Ook het afsluitende “Hall of the Mountain King” kon die mening niet veranderen. De klassieker kreeg zichtbaar genoeg handen op elkaar, maar ook daarmee wist de legendarische band, want dat zijn ze nog altijd, ons persoonlijk niet over de streep te trekken.
Thy Art Is Murder @ Helldorado
Thy Art Is Murder bleek de perfecte opwarmer voor Slaughter To Prevail en Amenra. De Helldorado was goed gevuld en de Amerikanen hadden duidelijk geen plannen om een rustig onderonsje te houden. Zoals Amenra later in het donker zou verdwijnen, werd hier het podium grotendeels opgeslokt door een dikke rookwolk. Veel zien zat er soms niet in, maar dat compenseerden ze met een stevige lichtshow en een flinke portie vuur om er ons iets bij voor te kunnen stellen. De band zette in met een onheilspellende opbouw en liet daar vervolgens helse breakdowns op los, alsof de Helldorado speciaal op hun lijf geschreven was. Sommige uithalen klonken zo dierlijk dat we ons even afvroegen of er ergens een varken in de backstage was ontsnapt. Zijn volledige lichaam ging mee in de vocals en gaf zowel op het podium als in de muziek een extra shot energie en passie. Stil blijven staan was eigenlijk geen optie. De muziek greep je bij de kraag en trok je volledig mee, tot je hele lijf meetrilde van kop tot teen. De mannen van Thy Art Is Murder leken ondertussen zelf steeds meer energie te krijgen. Hoe verder de set vorderde, hoe harder, zwaarder en intenser het werd. De verhoogde drumkit gaf de show nog wat extra grandeur en maakte het slagwerk letterlijk en figuurlijk zichtbaar. Thy Art Is Murder nam de Helldorado volledig in, liet onze ingewanden meetrillen en bewees dat dit precies het soort podium is waarop hun brute sound thuishoort.
Igorrr @ Swamp

© CPU – Jonas Demeulemeester
Voor het beste van heel de dag moesten we rond half elf in de Swamp staan. Nadat de lichten uitgingen en enkel de reclamebeeldschermen de ruimte nog deden oplichten, kwam het bijna mysterieuze gezelschap op om een show te geven die in alle talen omschreven kon worden als top. Dat begon meteen bijzonder, want tijdens opener “DAEMONI” galmde eerst bijna hemelse operazang door de tent. Lang duurde die rust alleen niet, want niet veel later kwam daar een compleet andere stem tegenover te staan. De zanger, die bovendien beschilderd was zoals we hem uit de videoclip van “DAEMONI” kennen, gooide er zulke harde schreeuwen tegenaan dat het contrast haast niet groter kon zijn.
Ook muzikaal waren de contrasten niet op één hand te tellen. “Nervous Waltz” begon nog met strijkers en een bijna vrolijke wals, om niet veel later over te slaan in bijna lompe riffs en bruut geweld. “Blastbeat Falafel” gooide dan weer duidelijk Midden-Oosterse melodieën tegen een muur van blastbeats en extreme metal, terwijl “Very Noise” vrijwel volledig de elektronische kant op dook met nerveuze beats en breakcore. Het was een ratjetoe aan genres, stijlen en invloeden, maar nergens botsten de nummers tegen elkaar. Hoogtepunt was wel “Camel Dancefloor”, waarin opnieuw oosterse invloeden opdoken tussen het elektronische geweld, om vervolgens met “Opus Brain” zowat alles samen te laten komen wat Igorrr die avond daarvoor al had laten horen. Alles viel haast perfect in elkaar en de track was daarmee de ultieme samenvatting van de volledige set. Perfectie bestaat niet, maar Igorrr kwam er wel angstaanjagend dicht in de buurt.
Slaughter To Prevail @ Prison

© CPU – Jonas Demeulemeester
Het volk stroomde van alle kanten richting de Prison Stage, vooral door de reputatie van Alex Terrible. Na een ellendig lange technointro, die ons deed twijfelen of we niet bij Electric Callboy stonden, kwamen de Russen zoals gewoonlijk gemaskerd op. Elk op hun eigen podium, terwijl een gigantische ledwall met vlammen en tralies de indruk gaf dat Alcatraz net was opengebroken en in brand was achtergelaten. Aan show was dus allesbehalve gebrek. De brutale riffs pasten perfect bij hun uiterlijk: hard, donker en meedogenloos. Naast het bomvolle plein voor de Prison Stage kon zowat heel Kortrijk meegenieten van de screams van Alex Terrible die oneindig bereik leken te hebben. De show was strak gesynchroniseerd en visueel indrukwekkend, al nam die choreografie soms wat van de rauwe Russische chaos weg. Muzikaal ging er gelukkig weinig van die ruwheid verloren. Met harde gitaren, Russisch gebrul en breakdowns die de grond onder onze voeten deden daveren. Wie de mannen al vaker aan het werk zag kan waarschijnlijk beamen dat het wat als veel van hetzelfde begint te voelen, maar als afscheid voor hun geplande pauze van het podium was dit exact wat we nodig hadden.

© CPU – Jonas Demeulemeester
Enkel nummer ver in de set kregen we natuurlijk het moment waar velen voor kwamen: “Viking”. Aan de gsm-schermen rondom ons was duidelijk te zien dat dit voor heel wat fans hét moment van de set was. Alex Terrible bewees opnieuw waarom hij bekendstaat om die monsterlijke stem. Wij kunnen alvast bevestigen dat de man die beren zou vechten, klinkt alsof hij in een vorig leven zelf een beer was. Zelfs zonder microfoon kon hij het volledige festivalterrein wakker schreeuwen. Zijn gezichtsuitdrukkingen waren minstens even indrukwekkend. Van moordlustige blikken naar zelfvoldaan genieten van de chaos in het publiek tot een bijna schattige glimlach. Met Alex Terrible weet je het nooit. We beginnen de inspiratie achter die nieuwe Hello Kitty-merch stilaan te begrijpen. Alcatraz bewees tijdens “Demolisher” dat het publiek minstens even luid kon zijn, waarna ze nog een cover van Slipknot brachten. We hebben de Russen al gemener en gewelddadiger gezien, maar kippenvelmomenten waren er genoeg. Het laatste kwartier overlapte met Amenra, waardoor opvallend veel volk in enkele minuten tijd de Prison Stage verliet. Tijd voor onze Belgische helden om de Swamp over te nemen.
Deze recensies werden geschreven door Bryan Boomaars en Jody Beyne.