© CPU – Joost Van Hoey

Alcatraz dag vier. Na drie dagen achter de tralies begonnen de eerste tekenen van detentieschade stilaan zichtbaar te worden. De benen waren moe, het stof zat inmiddels werkelijk overal en ook de brandende zon had ondertussen genoeg slachtoffers, inclusief onszelf, gemaakt. Toch zat vervroegde vrijlating er niet in, want Alcatraz had voor zijn laatste dag nog meer dan genoeg geweld achter de hand. En zeg maar gerust Geweld met de hoofdletter G, want met straffe shows van onder meer Fit For An Autopsy, Paleface Swiss en Lamb of God werd er nog één laatste keer alles uit onze vermoeide lijven geperst. Nog één dagje zitten, nog één dagje de boeien om, maar nog belangrijker: nog één dagje nog fijne herrie voordat de gevangenispoorten definitief achter ons dichtvielen.

Sanguisugabogg @ Helldorado

Sanguisugabogg. Alleen al bij het uitspreken van die naam moesten we denken aan het Kabouter Wesley-filmpje waarin een dolfijn struikelt over het woord ‘gekapseisd’. Sangus… Sanguu… Sanguisa… Sung… Die Amerikaanse deathmetalband uit Ohio. Gelukkig bleek hun muziek een stuk eenvoudiger te begrijpen dan hun bandnaam, want in Helldorado was het vanaf de eerste noten gewoon lomp geweld wat de klok sloeg. De Amerikanen hielden het vooral bij smerige riffs en diepe grunts, met ook nog eens de meest ranzige songtitels om het plaatje compleet te maken. “Felony Abuse of a Corpse”, “Face Ripped Off”, “Abhorrent Contraception”, “Dead as Shit”,… gezelligheid! Gelukkig zat er tussen al dat muzikale slachtafval genoeg groove om de boel niet in één lange brij te laten veranderen, maar echt zachtaardig werd het nooit. Maar goed ook, want daardoor waren we meteen volledig wakker en klaar voor de rest van de dag.

Animals As Leaders @ Helldorado

Na het lompe geweld van Sanguisugabogg mocht Helldorado een kleine veertig minuten later plots de rekenmachine bovenhalen. Animals As Leaders doet het namelijk zonder zanger en laat liever de instrumenten spreken, al leken gitaristen Tosin Abasi en Javier Reyes daarbij soms meer vingers te hebben dan een gemiddeld mens. Technisch zat het werkelijk absurd knap in elkaar, met ingewikkelde ritmes, razendsnelle gitaarpartijen en Matt Garstka die achter zijn drumstel schijnbaar moeiteloos alle vreemde maatsoorten bij elkaar hield. Nee, voor een Alcatraz-debuut speelde Animals As Leaders allesbehalve op safe en in de vijftig minuten dat het kreeg, liet het drietal de ene technische krachttoer na de andere op Helldorado los. “Physical Education”, “The Woven Web”, “Monomyth”, toch wel drie van de minder gemakkelijke tracks uit het arsenaal, passeerden allemaal de revue, terwijl “CAFO” de welbekende kers op de taart was. Of we alle muzikale rekensommen onderweg ook daadwerkelijk konden volgen? Absoluut niet. Maar je hoefde geen wiskundeknobbel te hebben om te horen dat hier drie belachelijk goede muzikanten aan het werk waren.

Anaal Nathrakh @ Swamp

© CPU – Matthias Engels

Anaal Nathrakh laat zich tegenwoordig amper nog op een podium zien en dus voelde hun passage in de Swamp sowieso al een beetje als een buitenkans. De vorige keer dat we de Britten bij ons in het land aan het werk konden zien was nog in 2018, toen ze in de relatief kleine zaal van de Kavka Oudaan stonden. Nu ging het plots van een compacte ruimte naar een grote festivaltent en opvallend genoeg leverde dat geen enkel probleem op. De band vulde de Swamp moeiteloos met zijn muur van extreme metal, al werkte de microfoon bij opener “In the Constellation of the Black Widow” en het daaropvolgende “More of Fire Than Blood” duidelijk niet helemaal mee. Daarna stond alles gelukkig strak en trok Anaal Nathrakh zonder al te veel moeite de set richting een succesvol einde. Vooral “Bellum Omnium Contra Omnes” kwam als een aanval op de trommelvliezen voorbij, waarbij het een wonder was dat ze het overleefd hadden. Gelukkig maar, want we hadden nog flink wat stevigs op de planning staan.

Northlane @ Helldorado

© CPU – Matthias Engels

Wie om 16u35 de Helldorado binnenwandelde zonder een noot te horen, zou waarschijnlijk totaal in de war zijn over welk genre band er voor zijn neus stond. Een frontman in een opvallend rood kostuum, een gitarist en toetsenist volledig in het zwart met rode led-ogen, een gitarist met een geblondeerde bros die vooral punkvibes uitstraalde en een drummer die puur metalcore ademde. Die verwarring weerklonk enigszins in hun sound. Welk genre is Northlane? Ja. Dat is ook hier de beste manier om deze passage op Alcatraz te beschrijven. Ze schotelden ons een stevige mix van metalcore met progressive-metalinvloeden voor die verrassend goed werkte. Op bepaalde momenten namen de elektronische invloeden net iets te veel de bovenhand, waardoor ze meer de Electric Callboy-kant leken op te gaan. De kleurrijke lichtshow hielp die vergelijking niet bepaald de wereld uit. Toch werden ze al snel door de hele tent aangemoedigd met beweging en devil horns. Met een naam die ontleend is aan een nummer van de Britse metalcoreband Architects, een van hun inspiratiebronnen, leggen ze de lat behoorlijk hoog voor zichzelf. Over het feit of ze die vandaag al volledig bereikten, zijn we nog niet helemaal uit. Een band die zonder zich in één hokje te laten duwen een stevige, moderne sound neerzette en zo voor de nodige variatie zorgde tussen al het vertrouwde metalgeweld. Dat ze op deze laatste festivaldag een welgekomen afwisseling vormden, daarentegen, staat vast.

Internal Bleeding @ Morgue

Van een afstandje klonk het alsof ze de boel kort en klein aan het slaan waren in de Morgue. De ramptoerist in ons kon dat natuurlijk niet negeren en dus trokken we richting het donkere hol van de tent om eens te gaan kijken wat daar precies aan de hand was. Daar troffen we een beer van een man aan, met een stem die minstens even zwaar woog als de bas die door de tent dreunde. Een sound die niet alleen door onze trommelvliezen ging, maar de hele Morgue deed meetrillen. Zelfs menig toevallige passant kon niet anders dan even stilstaan, om vervolgens te blijven hangen. Wat begon als pure ramptoeristische nieuwsgierigheid, eindigde dus al snel in een onverwachte stop bij Internal Bleeding. De Morgue had duidelijk besloten dat het vandaag niet genoeg was om gewoon luid te zijn.

Fit For An Autopsy @ Helldorado

© CPU – Matthias Engels

Nog voor we goed en wel bekomen zijn van het geweld van eerder, werden we in de Helldorado opnieuw zonder pardon bij de keel gegrepen en wel bij Fit For An Autopsy. Bij “A Higher Level of Hate” gingen de handjes meteen de lucht in en bleef het volk in grote getalen toestromen. Ook de hitte en vooral de zweetgeur stegen met de minuut. Met veel geweld opende “It Comes for You” de massa, waarna iedereen blijkbaar wat stoom moest aflaten in een circle pit die opvallend veel weg heeft van een brutale moshpit. Het werd al snel duidelijk dat de Helldorado vandaag nog lang niet genoeg ruimte had voor al het geweld dat hier werd losgelaten. We stelden ons vooraf al de vraag waarom deze mannen zo vroeg op de dag spelen. Geef ze een uur later de Swamp en die staat nog altijd afgeladen vol. De brutale riffs scheurden ons aan stukken, de kicks kwamen tot diep in onze ziel binnen en de stem van frontman Joe Badolato brulde dwars door merg en been.

© CPU – Matthias Engels

De naam Fit For An Autopsy vatte eigenlijk perfect samen wat de mannen hier teweegbrachten. Na een stevige autopsie op de Helldorado lieten ze een overdonderd en volledig aan stukken gereten publiek achter. Ergens halverwege de set liet frontman Joe Badolato dan weer horen dat hij ook met verzorgde clean vocals aardig overweg kan. Alsof hij nog even wilde bewijzen dat hij meer kan dan alles naar de verdoemenis brullen. En dan kwam de echte overspoeling. Bij ‘Sea of Tragic Beasts’ leek een golf van minstens 40 crowdsurfers tegelijk richting de barricade te komen. De security had de handen meer dan vol en de Helldorado veranderde voor even in één grote mensenstroom. We kunnen dan ook maar één ding besluiten: Fit For An Autopsy heeft hier dubbel en dik bevestigd wat wij vooraf eigenlijk al dachten. Deze mannen zijn klaar voor meer. Een plaatsje hoger op de affiche lijkt ons dan ook allesbehalve overdreven.

Saxon @ Prison

© CPU – Matthias Engels

Laten we een ding voorop stellen: Saxon krijgt onze respect voor de dingen die ze in zijn vijftigjarige bestaan hebben gedaan. Maar… dit was hem niet. Waar de veteranen voor een groot deel van het veld ongetwijfeld een flinke portie nostalgie serveerden, voelde het voor ons vooral als over tijd. En helaas niet zo’n beetje ook. Saxon serveerde een portie oubolligheid waar je resoluut grijze haren van zou krijgen. Zelfs “Hell, Fire and Damnation”, van het vorig jaar verschenen album met dezelfde naam, klonk alsof het ergens in de vorige eeuw was ingeblikt en nu, enkele decennia later, werd open gemaakt. Hadden ze dat nou maar niet gedaan, want net als bij een blik Zweedse surströmming leverde het opentrekken vooral de geur van bederf op. Het publiek rond ons smulde er zichtbaar van, maar wij hadden na deze portie voorlopig genoeg oude kost in onze buik. Nu lijkt het misschien alsof wij hier de grootste zeurpieten van het festival zijn, maar vergeleken met frontman Biff Byford viel dat nog reuze mee. Die klaagde tijdens het optreden namelijk iets te vaak steen en been over het feit dat Saxon ‘slechts’ zestig minuten speeltijd had gekregen.

Paleface Swiss @ Helldorado

© CPU – Matthias Engels

Paleface Swiss liet er geen gras over groeien, vanaf de eerste noot lieten de Zwitsers meteen hun scherpste kant zien. Een bosbrand aan vlammen, een stevige ‘arf arf’ en de Helldorado stond op volle toeren. ‘We came here to lose our fucking shit’,  klonk het, en daar hadden ze duidelijk geen woord te veel aan besteed. Dat ze op hetzelfde moment speelden als Lamb of God, maakte dat de tent opvallend leeg was. Een verklaring hebben we er niet meteen voor, maar medelijden met iedereen die deze passage gemist had, des te meer. Het aanwezige publiek bracht namelijk de energie van een volledig gevulde Helldorado mee. Gruwelijke rapstukken werden op moordende gitaren en beukende kicks losgelaten.

Indrukwekkend mannelijk geweld, maar onze vrouwelijke inmates lieten zich daar allerminst door afschrikken. Integendeel, de ene na de andere vrouwelijke crowdsurfer vloog over ons heen richting podium. ‘Friendly sexy music’, aldus de band, waarna “Best Before: Death” ingezet werd. Nog voor de eerste noot klonk, weerklonken de woorden ‘This world is fucked, the people are fucked’ al uit alle hoeken van de tent en gingen de vuisten massaal de lucht in. Paleface Swiss vloog erin als een vuurbal die alleen maar groter en energieker werd. Na vier dagen zon waren wij misschien al gaar, maar van deze mannen werden we nog één keer volledig omvergeblazen. “The Orphan” maakte duidelijk dat we nog maar net begonnen waren. Even werd een versnelling teruggeschakeld, maar lang duurde de rust niet. Intussen kregen we er zelfs een tweede verdieping aan toeschouwers bij, of toch voor degenen die een slachtoffer vonden om op de schouders te klimmen.

© CPU – Matthias Engels

‘Motherfucker, put your phone down and open up this fucking pit’ was blijkbaar alles wat nodig was om de Helldorado volledig aan de anarchie over te leveren. Wat volgde was misschien wel een van de grootste wall of deaths van het weekend en daarmee veranderde de tent in een kolkende stofwolk waarin niemand nog precies wist waar hij vandaan kwam of waar hij naartoe ging. We waanden ons eerder op de zolder van onze grootouders dan in een metalconcert, al waren de spinnenwebben hier vervangen door crowdsurfers. En midden in die chaos dook plots een rolstoel op. Alsof het nog niet absurd genoeg was, bleek ook dat slechts het topje van de ijsberg te zijn. Na de wall of death ging onze rolstoelridder doodleuk door naar de circlepit, de moshpit én uiteindelijk zelfs crowdsurfend verder. Grenzen? Die stonden blijkbaar niet op het programma. We kregen het uitstekende werk van nieuwe drummer Luigi Paraventi te horen, die onlangs bij Gojira Mario Duplantier mocht vervangen in een heuse Mario Bros-wissel van de wacht. De eerste passage van Paleface Swiss was er eentje om met stip in de festivalboekjes te noteren. Compleet over de top, heerlijk chaotisch en met genoeg energie om de laatste restjes vermoeidheid eigenhandig uit ons lijf te slaan.

Lamb of God @ Prison

© CPU – Matthias Engels

Terwijl Paleface Swiss de Helldorado aan het afbreken was, stond op de Prison een band die minstens even gemakkelijk als headliner had kunnen doorgaan. Lamb of God speelde als een weekendafsluiter de pannen van het dak, terwijl het daar nog een slot te vroeg voor was. Dat gevoel werd alleen maar sterker naarmate foutloze passages van “Ruin”, “Now You’ve Got Something to Die For”, “Into Oblivion” en “Blunt Force Blues” zich opstapelden. Ondertussen werd ook visueel alles uit de kast gehaald en steeg vanuit het publiek een steeds dikkere stofwolk op. Hier werd stevig gemoshed en niet gek ook, want het was vooral Randy Blythe die de Prison-wei als een bezetene bleef opjutten. De frontman raasde over het podium, gooide zijn volledige lijf in de vocalen en regeerde als God zelf over zijn kudde, terwijl hij boos de boel bij elkaar deed schreeuwen.

Wat wel even wennen was, was om de zanger zonder zijn bijna iconische dreads op het podium te zien. Die verdwenen enkele jaren geleden al, maar afgelopen mei liet Blythe zijn inmiddels korte haar zelfs volledig afscheren door een fan die tegen stadium 4-borstkanker vecht. Een mooi verhaal achter een toch behoorlijk opvallende nieuwe look en nogmaals het bewijs dat achter dat, en nu citeren we de boomers, ‘boze metalgedoe’ toch vaak een verdomd groot hart schuilgaat. Zijn kenmerkende haardos mocht dan verdwenen zijn, aan zijn podiumprésence was gelukkig niets veranderd. Blythe bleef tot de laatste noot over de Prison razen en trok zijn kudde probleemloos mee richting “Memento Mori” en de sterke afsluiter “Redneck”. Volgende keer toch maar die headlinerspot, organisatie!

Op maandag 7 februari staat Lamb of God als special guest van Five Finger Death Punch in Vorst Nationaal te Brussel.

The Ghost Inside @ Helldorado

Met “Avalanche” gaf The Ghost Inside het startschot en dat deden ze meteen met een stevige moshpit. Veel tijd om rustig aan de afsluiter van de Helldorado te beginnen, kregen we niet: vanaf de eerste noten was duidelijk dat de tent in stijl zou worden afgesloten. Opvallend genoeg konden de Amerikanen rekenen op meer volk dan we op dit late uur nog hadden verwacht. Pure metalcore bleek ook na drie dagen festivalgeweld nog steeds gesmaakt te worden in Kortrijk. De Helldorado stond opnieuw stevig gevuld en de energie zat er meteen in. Vooral drummer Andrew Tkaczyk blijft indrukwekkend om naar te kijken: wat die man met een kunstbeen uit zijn drumstel weet te halen, blijft bewonderenswaardig. Met “Dark Horse” werd de eerste circle pit geopend, die al snel uitgroeide tot een kolkende massa en zowat de volledige eerste helft van de tent in een moshpit veranderde. The Ghost Inside hield de druk er stevig op en liet weinig ruimte voor rust. Toch zat er tussen al het geweld ook de nodige emotie. “Pressure Point” blijft een emotionele schot in de roos en bewees waarom The Ghost Inside meer is dan enkel een machine die zware riffs en breakdowns afvuurt. Daarna volgde het iconische “Engine 45”, waarbij de Helldorado nog één keer volledig op volle snelheid ging. ‘Full speed ahead’ was duidelijk meer dan een refrein. Het werd de perfecte samenvatting van hoe The Ghost Inside deze laatste passage van de avond aanpakte.

En alsof de tent nog niet genoeg had afgezien, bleven de mannen de ene na de andere moshpit op ons afvuren. De band speelde strak en overtuigend en wist de combinatie van brute metalcore en emotionele passages perfect overeind te houden. Het publiek hoefde duidelijk niet meer overtuigd te worden: na drie dagen festival waren de spieren misschien vermoeid, maar zodra de eerste riffs door de Helldorado dreunden, leek daar weinig meer van over. The Ghost Inside sloot af zonder franjes, maar met precies datgene waarvoor we naar deze tent kwamen. Namelijk harde gitaren, beukende drums en een publiek dat zich nog één keer volledig liet gaan. Afsluiten deden ze met “Death Grip”, luidkeels teruggeschreeuwd door de Helldorado. Saving the best for last? Daar kunnen we moeilijk tegenin.

Powerwolf @ Prison

© CPU – Matthias Engels

Powerwolf. Wie de Duitsers al eens eerder aan het werk zag, wist ongeveer wat er ging komen. Bombastische powermetal, gigantische refreinen, kerkorgels, wolven, priesters en vooral een productie waarbij ongeveer alles wat in brand kon vliegen ook daadwerkelijk in brand vloog. Met andere woorden: een hoop spektakel. Dat kregen we ook, want al in de opmars naar opener “Bless ’em With the Blade” werden we getrakteerd op een episch showspel. Karsten Brill, die weer een avondje door het leven ging als alphaweerwolf ‘Attila Dorn’, torende hoog boven het podium uit en eenmaal terug beneden liet hij alles in het decor uit elkaar knetteren. Het vuur werd ontstoken en zo ook de riffs van “Bless ’em With the Blade”, waarna Powerwolf aan zijn opdracht begon om het publiek naar huis te spelen.

Visueel viel er dan ook weinig te klagen. Vuur en rook waren bij tracks als “Armata Strigoi”, “Amen & Attack”, waar de vlammen uit alle hoeken en gaten kwamen, en “1589” alom vertegenwoordigd en met de grote decors erbij was het een waar plaatje. Powerwolf behandelde de Prison alsof het de absolute afsluiter van het weekend was. Maar waar het visueel boven zich uitsteeg, waren er toch nog genoeg puntjes waar we over konden vallen. Grootste struikelsteen was wel het tempo in de show, want in het spektakel zat opvallend vaak een pauze. Hier een praatje, daar een onderbreking, nog eens wachten tot de volgende theatrale truc klaarstond. Daardoor begon de set bij momenten een beetje als een accordeonfile aan te voelen: telkens kwam er weer vaart in, om vervolgens opnieuw volledig stil te vallen. Wanneer Powerwolf speelde, werkte het naar behoren. Dat liet de foutloze uitvoering van “Fire and Forgive” wel blijken. Alleen hadden we soms graag wat minder stilstand tussen al die bombast gehad om echt volledig overtuigd te zijn.

© CPU – Matthias Engels

Want op dat moment bleven we bij het feit dat Lamb of God eigenlijk op die spot had moeten staan. Een korte “Happy Birthday” voor Dom R. Crey kon ons ook niet op andere gedachten brengen en ook “Heretic Hunters” en “We Drink Your Blood” deden daar weinig aan af. Niet omdat ze slecht werden gebracht, integendeel zelfs, maar vooral omdat het tempo telkens opnieuw uit de set werd gehaald. Het bleef daardoor een beetje hollen en stilstaan, terwijl Powerwolf muzikaal genoeg materiaal in huis heeft om zonder al die tussenstops gewoon door te denderen.

Voor de toegift werd nog eenmaal alles op alles gezet. “Sanctified With Dynamite” en “Blood for Blood (Faoladh)” brachten opnieuw vaart in de Prison, waarna “Werewolves of Armenia” het weekend definitief mocht uitzwaaien. Daarbij werd ook het laatste restje spektakel uit de kast gehaald en knalde het vuurwerk boven het terrein de lucht in. Een passend slotbeeld voor een show die visueel haast niets te wensen overliet, maar muzikaal en qua spanningsboog net iets te vaak op de rem trapte. Powerwolf sloot Alcatraz dus groots af, al bleef bij ons toch vooral het gevoel hangen dat Lamb of God er net ervoor al een sterkere echte afsluiter had gespeeld.

Gutalax @ Swamp

We bleven na Powerwolf toch met een klein hongertje zitten en trokken daarom onder het genot van een versgeschept ijsje richting de Swamp. Een uitstekend plan, dachten we, al was daar op dat moment Gutalax aan het spelen. Je zou voor minder je eetlust verliezen. De Tsjechen hebben hun volledige bestaan namelijk rond uitwerpselen, toilethumor en alles wat daar tussenin zit gebouwd, en ook op Alcatraz werd die formule zonder enige schaamte uitgesmeerd. Tot groot genot van de bezoekers, want vooraan veranderde de Swamp al snel in één grote smerige kermis. Wij bekeken het tafereel met ons ijsje wijselijk van een afstandje en moesten toegeven dat dat eigenlijk best prima vermaak was, maar dat het zo ook wel mooi was geweest. Na vier dagen Alcatraz hoefden we onze trommelvliezen niet per se nog verder door de strontmolen te halen. Tijd om het ijsje op te eten, de laatste wc-borstel aan ons voorbij te laten vliegen en langzaam richting uitgang te trekken, om vervolgens terug te kijken op een mooi en stoffig weekend. Tot volgend jaar, gevangenis, daar komen we met liefde en plezier weer vier dagen zitten.

Deze recensies werden geschreven door Bryan Boomaars en Jody Beyne.