
Wie de afgelopen maanden onze berichtgeving een beetje in de gaten hield, weet dat er rond het Londense zestal Man/Woman/Chainsaw al heel wat enthousiasme in de lucht hing. Zo haalde debuut-ep Eazy Peazy moeiteloos onze lijst van beste ep’s van 2024, en ook de singles die in de loop van 2025 werden uitgebracht lieten ons steeds vol bewondering achter. De livereputatie van de band bleef evenmin onopgemerkt; wie er op Rock Werchter bij was, kon niet anders dan onder de indruk zijn van hoe deze jeugdige bende erin slaagt om moeiteloos uiteenlopende genres te combineren tot een krachtige show. Het werd dan ook hoog tijd dat debuutplaat Cannonball in de winkelrekken kwam te liggen, en sinds vorige week is dat eindelijk het geval!
Hun debuutplaat mag dan wel nog maar enkele dagen oud zijn, de jongelui van Man/Woman/Chainsaw kennen elkaar al veel langer. Vijf van de zes leden zaten samen op school, en zanger/gitarist Billy Ward en zangeres/bassiste Vera Leppänen maken al samen muziek sinds hun veertiende. Het muzikale duo groeide geleidelijk aan met schoolvrienden Emmie-Mae Avery (zang en toetsen), Lola Cherry (drums) en Billy Doyle (gitaar). Clio Starwood, die met haar viool zorgt voor het kenmerkende geluid van de band, werd dan weer buiten de schoolmuren gevonden. Met jeugdig enthousiasme gooien ze alternatieve muziekstijlen door elkaar tot een mix van postpunk en artrock waar bijvoorbeeld ook Black Country, New Road zo om gekend staat. Dankzij hun ijzersterke livereputatie en singles wist de band met Seth Evans (Geordie Greep, black midi) en Margo Broom (Fat White Family, Big Joanie) ook twee kleppers achter de productietafel te krijgen. Het resultaat mag er absoluut wezen, want Cannonball maakt de hooggespannen verwachtingen meer dan waar.
“Only Girl” werd vorig jaar vooruitgestuurd als single en trekt met de aanstekelijke vioolpartij en gitaarriff de langspeler met zwier op gang. De band gooit meteen alles in de strijd, gaande van speelse piano en scheurende gitaren tot warme samenzang en glorieuze uithalen in het refrein. “Canyons” balanceert nadien tussen twee uitersten: enerzijds als een kleine, doorleefde ballade in de strofes en anderzijds als een explosie van muzikaal geweld in de refreinen. In het aansluitende “Goddamn, Lizard Man!” blijft de groep standvastig aan de kant van het gitaargeweld hangen en trekken ze de rockregisters verder open. Vergis je niet, in deze schurende, slepende rocksong is het niet de jonge Nick Cave die je hoort, maar gewoon Billy Ward die de zanglijn voor zijn rekening neemt. Zijn doorleefde stem past perfect bij de dreigende opbouw. Het bloedmooie “Lighter” is nadien dan weer een kleine ballade waarop iedereen op z’n zachtst speelt om de gloedvolle melodie van stille kracht te voorzien.
We zijn dan amper vier songs ver op Cannonball, maar Man/Woman/Chainsaw heeft ons dan al vier verschillende gezichten laten zien. En hou je vast, want hierna volgt nog de instant klassieke single “Nosedive”! Gelukkig laat de Engelse bende nadien het niveau op de B-kant van de plaat allerminst zakken. Gaande van het hypnotiserende “Get Up and Dance” via de emotionele uithalen van “Snakebite” en het stevige “The Thing” tot de bloedmooie afsluiter “Something Else to Give”: de band levert een albumzijde af waarop geen enkel zwak moment te bespeuren valt. De geluidskwaliteit van heel het album is bovendien van zo’n hoog niveau dat je de verschillende instrumenten perfect kan herkennen in de mix. Ondanks de rijke instrumentatie en geluidsexplosies klinken de liedjes nooit als een muzikale brij. Dat is natuurlijk de verdienste van de tandem Evans-Broom en de opnamesessies in de legendarische RAK Studios in London.
Door de veelheid aan invloeden klinkt Cannonball als geheel aanvankelijk misschien als een allegaartje, maar neem gerust de tijd om alles onder je huid te laten kruipen; alle liedjes ontpoppen zich langzaam tot een gevarieerd geheel waaruit je niets kan schrappen. Ook voor vinylliefhebbers is het album een visuele aanrader: het hoesontwerp is er eentje om in te kaderen. Subtiele referenties naar de songs zitten verstopt in de cover, en de slaapkamer uit het artwork komt eveneens terug in de videoclip van “Nosedive”. Met die kleine details laat de groep zien hoe doordacht ze omgaat met het muzikale én het visuele in het totaalplaatje.
Met Cannonball levert Man/Woman/Chainsaw een van de spannendste en meest overtuigende debuutplaten van het jaar af. De band slaagt erin om een verrassend rijk palet aan genres om te vormen tot een consistent, meeslepend geluid dat zowel roekeloos als tot in de puntjes doordacht aanvoelt. Niet alleen lossen deze jonge Britten de hoge verwachtingen moeiteloos in, ze bewijzen ook meteen een van de meest veelbelovende acts van de huidige alternatieve gitaarscene te zijn. Een ijzersterk visitekaartje dat smaakt naar heel veel meer.
Op 11 september kan je Man/Woman/Chainsaw live aan het werk zien op Leffingeleuren.
Facebook / Instragram / Website
Ontdek “Nosedive”, ons favoriete nummer van Cannonball, in onze Plaatje van de plaat-playlist op Spotify.