Drones zijn uitgegroeid tot een onmisbaar hulpmiddel voor ecologen en natuurbeschermers. Ze worden ingezet voor het tellen van dieren, het monitoren van nesten, het opsporen van stropers en het in kaart brengen van leefgebieden. Maar die technologische vooruitgang heeft ook een keerzijde. Uit een nieuw overzichtsonderzoek blijkt dat drones bij veel diersoorten stress, vluchtgedrag en verstoring kunnen veroorzaken, zelfs wanneer dieren ogenschijnlijk kalm blijven.

Vooral lage vlieghoogtes veroorzaken problemen

In de studie, gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Drones, analyseerden onderzoekers meer dan 1500 publicaties over dronegebruik bij wildlife. Daaruit komt een duidelijk beeld naar voren: factoren zoals vlieghoogte, snelheid, aanvliegroute en geluidsproductie bepalen in sterke mate hoe dieren reageren op drones.

Een van de belangrijkste conclusies is dat dieren veel sterker reageren op drones die laag overvliegen. Pinguïns vertoonden al stressreacties bij hoogtes van 30 tot 50 meter, terwijl zeehonden, kangoeroes, olifanten en giraffen eveneens alerter werden of wegvluchtten bij naderende drones op relatief lage hoogte.

Volgens de onderzoekers lijken hoogtes tussen de 40 en 80 meter in veel situaties het minst verstorend. Bij vogels tijdens het broedseizoen wordt zelfs aangeraden om minimaal 80 meter afstand te houden. Voor zeezoogdieren zoals dolfijnen en beloega’s geldt dat vluchten onder de 30 meter beter vermeden kunnen worden.

Ook de manier waarop een drone nadert blijkt cruciaal. Recht van boven aanvliegen wordt door veel dieren als bedreigend ervaren, vermoedelijk omdat het lijkt op een roofvogel. Schuine of horizontale naderingen veroorzaken doorgaans minder stress.

Niet alleen geluid, ook het silhouet telt

Opvallend is dat niet alleen het geluid van drones een rol speelt. Sommige diersoorten reageren juist sterk op de visuele verschijning van een drone. Bij vogels blijkt vooral het silhouet van belang: drones die lijken op roofvogels veroorzaken vaker paniekreacties. In sommige gevallen verlieten vogels tijdelijk hun kolonie wanneer een drone lager dan 40 meter vloog.

Andere soorten zijn juist extra gevoelig voor geluid. Olifanten reageren bijvoorbeeld sterk op het zoemende geluid van multirotors, dat overeenkomsten vertoont met een zwerm bijen. Ook neushoorns en zeekoeien blijken drones al op grote afstand auditief waar te nemen.

Stress zonder zichtbaar gedrag

Een belangrijke waarschuwing uit het onderzoek is dat dieren niet altijd zichtbaar reageren, terwijl er wel degelijk sprake kan zijn van stress. Bij zwarte beren werden bijvoorbeeld sterk verhoogde hartslagen gemeten tijdens dronevluchten, ondanks dat de dieren nauwelijks vluchtgedrag vertoonden.

Dat betekent volgens de auteurs dat puur observeren van gedrag onvoldoende is om verstoring goed te beoordelen. Fysiologische effecten, zoals verhoogde stressniveaus, moeten vaker worden meegenomen in toekomstig onderzoek.

Broedseizoen en groepsgedrag extra kwetsbaar

De gevoeligheid voor drones hangt sterk samen met de biologische toestand van dieren. Tijdens het broedseizoen reageren vogels veel heftiger op verstoring, vooral wanneer nesten of jongen aanwezig zijn. Bij zeehonden bleek de tolerantie voor drones bovendien afhankelijk van het seizoen: tijdens de ruiperiode trad eerder stress op dan daarbuiten.

Ook groepsgrootte speelt een rol. Grote groepen beloega’s vertoonden vaker ontwijkingsgedrag en plotselinge duiken wanneer een drone te dichtbij kwam.

Oproep tot strengere richtlijnen

De auteurs pleiten voor strengere en beter onderbouwde richtlijnen voor dronegebruik in natuurgebieden. Daarbij gaat het niet alleen om minimale vlieghoogtes, maar ook om beperkingen tijdens gevoelige periodes zoals broedseizoenen en migraties.

Daarnaast zien de onderzoekers een belangrijke rol voor technologische innovatie. Denk aan stillere drones, betere vluchtalgoritmes en zelfs biomimetische ontwerpen die minder bedreigend ogen voor dieren.

Volgens het onderzoek is er dringend behoefte aan internationale standaarden en langdurige studies naar de effecten van herhaalde blootstelling aan drones. Over de langetermijngevolgen, zoals effecten op voortplanting, energieverbruik en habitatgebruik, is namelijk nog verrassend weinig bekend.

Bron: Impact of Drone Disturbances on Wildlife: A Review 

Werken in de dronesector?