Intel werkt mogelijk aan een goedkopere Panther Lake-processor voor handhelds. Daarmee kunnen fabrikanten goedkopere apparaten bouwen zonder de nieuwste architectuur van de chipmaker te verlaten. Alleen is dat nog geen echte garantie voor gamers zelf.

Volgens lekker Jaykihn krijgt deze nieuwe chip acht cpu-kernen (vier performance- en vier low-power efficiency-kernen) en vier Xe3-gpu-kernen. Dat is een duidelijke stap terug ten opzichte van de krachtige Arc G3 Extreme, die veertien cpu-kernen en twaalf Xe3-cores telt, en de standaard Arc G3 met tien grafische kernen. Veel nummertjes, maar het komt er praktisch gezien op neer dat je als gamer aardig wat inlevert voor een simpeler en goedkoper ontwerp.

Toch is die optie voor sommige mensen wel fijn. Lang niet elke gamer hoeft zware AAA-titels op maximale instellingen te draaien. Een instapmodel gericht op lichtere games en indie-titels geeft Intel direct een veel bredere doelgroep. Met de hogere prijzen die vandaag de dag gekoppeld worden aan gaming, is dat voor de fabrikant zelf wel lekker.

Goedkopere Intel-chip, geen budgetgarantie

Ja, Intel werkt aan een goedkopere processor, maar garantie dat een handheld zelf ook echt goedkoop wordt is er niet. Het wereldwijde tekort aan werkgeheugen en opslag pompen de gehele rekening alsnog omhoog.Reguliere G3-handhelds blijven naar verwachting rond de 1.000 dollar hangen, terwijl G3 Extreme-modellen van MSI en de Acer Predator Atlas daar fors boven zitten.

Reken jezelf dus nog niet rijk: een spotgoedkope Intel-handheld blijft voorlopig echt een lastig verhaal. Toch is het opsplitsen van het aanbod in ultieme krachtpatsers en betaalbare modellen precies wat Intel moet doen om van Arc een succes voor het grote publiek te maken. Alleen verandert er niets aan het feit dat je als gamer nu gewoon minder krijgt voor hetzelfde geld.