© CPU – Joost Van Hoey

De eerste kater is al een feit, nog voor de eerste festivaldag van start moet gaan. Aquarius en iets vettig binnen en het ergste is echter al gepasseerd, want er stond al vanaf het middaguur heel wat moois op de planning van deze vrijdag. Hardcoreliefhebbers konden een hele dag post vatten aan de Backyard, TikTok beleefde hoogdagen met Roxy Dekker als primus en met Ninajirachi, Turnstile, of Geese stonden er ook heel wat grote hypes op de agenda. Kuiten insmeren en gaan, al beloofden de weergoden geen voorspoed doorheen de namiddag.

Roxy Dekker @ Main Stage

© CPU – Ymke Dirikx

Vorig jaar stelde Roxy Dekker de crowd control van de Wave nog op de proef, dus loste de organisatie dat dit jaar op door haar een plekje op het hoofdpodium te geven. Dat het middaguur nog maar net gepasseerd was, weerhield heel wat Pukkelpoppers er niet van al enorm vroeg voor die Main Stage te bivakkeren: de Nederlandse is nu eenmaal een ster die perfect aansluit bij de visie van het festival. Veel volk dus voor Roxy Ro, al staat drukte in Kiewit vaak niet gelijk aan kwaliteit, maar vooral aan plezier.

De metersdikke rijen aan de ingang misten bijvoorbeeld al hoe de Nederlandse de boel op gang knalde met een reeks dansers, maar eigenlijk ook vooral met een toffe karaokeset. We hebben Roxy Dekker nu al een paar keer aan het werk gezien deze zomer, maar de eerlijkheid gebiedt ons nu toch vooral te zeggen dat het zelden zo goed werkte als op die enorme Main Stage. Zelf blikte ze terug op haar zotte show van in de Wave vorig jaar, vroeg ze aan iedereen “Hoe Het Is” en wie er een “Satisfyer” had. Op zulke momenten valt toch nog maar eens op hoeveel hitjes ze op zo’n korte tijd al achter haar naam wist te schrijven. Of ze die nu live bracht of niet, zullen we in het midden laten, maar op een festival als Pukkelpop werkte het gewoon wel. De sfeer en de massa voor haar neus lieten de zangeres dan ook regelmatig stilstaan bij het feit hoe ze haar droom leeft. Veel sterren zal Roxy niet krijgen in menig krant, cringe was het daarbij ook vaker wel dan niet, maar voor een klein uur was dit wel gewoon de “SUPERSTAR” van Pukkelpop. “Industry Plant” of niet, aan de massa en euforie die ze teweeg bracht te zien, is de Nederlandse geen eendagsvlieg. Al is het maar omdat “Sugardaddy” een dikke schijf blijft.

Wild Classical Music Ensemble @ Club

© CPU – Joost Van Hoey

Beginnen doen we in de Club meteen met het grootste buitenbeentje van de dag, misschien zelfs dit weekend. Wild Classical Music Ensemble is een project dat nu al een heel aantal jaren mensen met een verstandelijke beperking samenbrengt om muziek te maken. Niet zonder doel of richting, maar zelfs met intussen al vier studioalbums op de teller en sporadisch optredens. Toegegeven, we zijn niet echt vertrouwd met het repertoire van de band, dus hoeveel improvisatie er in de shows zit, is niet geheel duidelijk. Maar qua geluid klonk het wel een stuk coherenter dan misschien gedacht. Qua uitgangspunt hoorde je er zelfs wat experimentele art- of noisepunk in. Hoe het klinkt, is echter nooit het belangrijkste, wel dat dit duidelijk een meer dan waardevolle uitlaatklep is voor mensen die dat te vaak niet hebben. Een speciaal, waardevol én plezant begin van de dag, dat beleefd werd door een al aardig gevulde Club.

Sef @ Wave

Sef, voluit Yousef Gnaoui, is al meer dan twintig jaar een van de belangrijkste stemmen in de Nederlandse hiphop. Van zijn vroege werk met Flinke Namen en The Opposites over soloplaten als De Leven en In Kleur tot Ik Zou Voor Veel Kunnen Sterven Maar Niet Voor Een Vlag, waarvoor hij een Edison won. Op Pukkelpop stond hij met vier man op het podium, met internetvideo’s als achtergrondvisuals die de set iets informeels en bijna huiselijks gaven. Het publiek was uitstekend mee en schreeuwde alles mee, wat voor een artiest als Sef na al die jaren niet verrassend is maar wel fijn om te zien. De set was verrassend dansbaar voor wie de platen kent, en op momenten ook verrassend morbide, op een manier die goed past bij een artiest die sociale problemen al lang heeft verwerkt in zijn teksten, al mochten die thema’s van ons gerust iets explicieter aan de oppervlakte komen in plaats van subtiel te blijven sudderen. Het hoogtepunt was “Shirt Uit”, waarbij Sef het publiek vriendelijk verzocht zijn shirt te verwijderen, iets wat hij bij elke set doet en waarbij het ritueel zelf bijna even leuk is als het nummer. Aan het einde nodigde hij iedereen uit om later die avond naar zijn duo Ijsland te komen kijken, wat we na deze set wel van plan waren.

Feverchild @ Backyard

Eigenlijk kan je heel het weekend op het bescheiden Backyardpodium terecht voor alles dat onder het hardcorespectrum valt. Post-, beatdown-, emo-… enfin, van alles dus. Met Feverchild kregen we een van de weinige Belgische vertegenwoordigers al vroeg op de dag voorgeschoteld. Al kan je die vroege programmatie wel verantwoorden. Het vijftal lijdt een beetje onder het feit dat de emoscene in België vaak bijzonder onder de radar blijft, dus krijgt het bijgevolg ook niet de airplay of aandacht van de grote radiozenders. Het moet gezegd: de heren bewezen dat dat redelijk onterecht is. Met hun allereerste volwaardige album onder de arm trokken ze met een fijn arsenaal songs richting Kiewit. De intensiteit bleef lekker dynamisch en bracht wat diepgang in de set, maar vooral de melodieuze kant van hun sound zorgde ervoor dat dit wel veertig overtuigende minuten werden. Mag wat ons betreft op een hoger schavotje de volgende keer!

Uwase @ Lift

© CPU – Jan Van Hecke

De ster van Uwase schoot bij haar winst in De Nieuwe Lichting misschien wel iets te snel naar de top, waardoor de dromen te groot waren in vergelijking met het momentum dat ze had. En dus verdween de Brusselse zangeres even uit de schijnwerpers om te werken aan een eerste volwaardige album. Dat zou nu helemaal af moeten zijn, zo leerden we althans gisterenmiddag in de Lift, waar de zangeres vooral ook duidelijk maakte dat ze gekomen was om te blijven. Samen met bassiste en drumster glinsterde ze namelijk het prut uit onze ogen met wondermooie nummers.

Veel herkenningspunten waren er echter niet in Uwase’s set, al vormde dat, mede door haar sympathieke voorkomen, nooit een probleem. Zelfs het feit dat alles in eenzelfde lijn lag, betekende nooit dat het ergens inzakte of saai werd. Nee, de Brusselse hield het altijd enorm zacht en mooi. Nieuwe single “9 to 5” werd vers tijdens de set aangekondigd en bevestigde langs de andere kant ook dat de richting die Uwase stilletjes uitgaat iets verder weg ligt van de Phoebe Bridgers-vergelijkingen uit haar begindagen. Er zit, zeker live, veel meer gouden gloed mét tempo in haar dromerige indierock, waardoor je net dat tikkeltje vrolijker wordt meegesleept in het geheel. “Pedestal” onderstreepte op het einde nog maar eens dat we met een diamantje te maken hadden dat het de komende maanden verdient ontgonnen te worden. Misschien is Pukkelpop daar niet de ideale plek voor, maar in een club kan dit nog een paar laagjes dieper binnenkomen.

DIKKE @ Main Stage

© CPU – Ymke Dirikx

Vorig jaar stond hij er ook al, maar dit jaar was hij klaar om dat te overtreffen. Met een inleidend filmpje kwam DIKKE het podium op, al had de rapper voor festivalgaand Vlaanderen geen introductie meer nodig. Een coole filter op de visuals en een driekoppige liveband versterkten hem op hitjes als “Laat Me FF”. De muziek van DIKKE werkte dan ook sowieso enthousiasme en sfeer in de hand. De rapper speelde daar dan mooi op in door het publiek te laten meedoen en zich volledig in te leven in de muziek en de teksten. De hitjes begonnen met onder andere “AH OK” alsmaar meer binnen te stromen. Met een feller gitaarstuk hier en daar kon de band ons overtuigen. DIKKE bracht dan, samen met Kaat Van Stralen, een nieuw protestnummer dat volgende week vrijdag uitkomt, wat ook kon fungeren als verrassing van jewelste. Bij “Paris Hilton” kon dan ook nog een pit geopend worden. DIKKE staat dan ook voor ambiance en dat hebben we gedurende de set meer en meer geweten.

Als afsluiter van de show kondigde DIKKE ook een nieuw optreden op 5 februari in de AB aan.

Camille Yembe @ Club

Wie een beetje thuis is in het muzieklandschap, weet al: Camille Yembe is een ster in wording. De Brusselse werd al door Music Moves Europe getipt als opvolger van onder meer Dua Lipa en Rosalía en ook wij zagen in haar al een ‘Grote Beer van Morgen’. Geen wonder dus dat ook de podia steeds groter worden, zeker nu er met Jeune et laide ook een eerste album in de rekken ligt. Op Pukkelpop mocht de zangeres als een van de eersten aantreden in de Club, maar dat weerhield een vrij groot aantal mensen er niet van om al eens te komen piepen. De zangeres had er bijgevolg veel zin in en probeerde de tent op sleeptouw te nemen, al bleek haar set er vooral eentje om te ontdekken.

Debuutsingle “ENCORE” gooide ze al vrij vroeg in de strijd, al was die gedurfde zet er simpelweg eentje in haar voordeel. Het riffje toonde meteen aan dat Camille Yembe ook een ruwere kant had, terwijl “Plastique” niet veel later ook haar meer dromerige kant toonde. Dat de Brusselse haar uiterste best deed om de tent in het Nederlands toe te spreken, bezorgde haar eveneens elke respectpunten – en dat hielp “Je ne l’ai jamais dit à personne” om extra meeslepend te werken. Veel herkenningspunten waren er weliswaar niet, daar de Brusselse het vooral moet doen met fans aan de andere kant van de taalgrens, al was “Coup de soleil” tegen het einde toch een moment waarop de handen in de lucht ging. Dat leek meteen ook punt te zijn waarop de zangeres de laatste twijfelaars over de streep trok en de Club aan het wiegen kreeg. Zo energiek als Camille Yembe zelf werd het nooit, maar tof was het altijd. En belangrijker, haar potentieel werd naarmate de set vorderde alsmaar duidelijker.

Jalen Ngonda @ Marquee

© CPU – Ymke Dirikx

Veel zalven was er op dag twee van Pukkelpop niet nodig, maar wie toch al een vluchtige festivalliefde uit elkaar zag barsten, kon met dat gebroken hart naar Dr. Ngonda. Als wonderdokter weet de Britse soulstem wel raad met hartpijn en naar de consultatieronde verzamelden zich enkele duizenden in de Marquee. Dat zijn recept werkt, bleek al bij het eerste nummer, “That’s All I Wanted from You”, waar de eerste uithaal meteen voor kippenvel zorgde. Zijn waanzinnige stem en de smootheness waarmee hij het publiek benaderde werkte wel, al kon hij ook niet vermijden dat er ook wat geroezemoes opsteeg. Het verstomde wel geleidelijk aan, met een prachtig “Just as Long as We’re Together” als soort van kantelpunt. “Anyone in Love” gleed als een warm mes door boter, het extra verlengde van “Come Around and Love Me” was magistraal en de bluesy-cover van Jimmy Reed’s “Baby What You Want” bracht hij simpelweg in zijn eentje. De kracht en de magie gingen desondanks niet verloren, al was hij met band nog iets zelfzekerder. “Illusions” zorgden zijn muzikanten voor een ritmische ruggengraat, terwijl Ngonda achter de piano ook een stukje improviseerde en vocaal wederom indruk maakte. Wat een stem, wat een tijdloze muziek en vooral wat voor een genereuze manier om harten te lijmen.

Jalen Ngonda staat op dinsdag 6 oktober in de Ancienne Belgique.

Alessi Rose @ Wave

© CPU – Joost Van Hoey

Alessi Rose brengt met haar eenvoudige, vrij basic popmuziek weinig dat echt vernieuwend of onderscheidend aanvoelt, maar dat hoeft blijkbaar niet altijd een probleem te zijn. Wie de nummers kent, heeft aan “That Could Be Me”, “CRUSH!” en “Take It or Leave It” genoeg om vrolijk mee te zingen, en vooral live bleek Rose over iets te beschikken wat we bij veel kleinere acts misten: een vanzelfsprekende stage presence waardoor het leek alsof ze voor niets anders gemaakt is dan op een podium te staan. Dat viel vooral op in het publiek, waar een groep tienermeisjes die we eerder op de dag al bij Sef zagen wachten, hier eindelijk helemaal losging. Voor hen was dit duidelijk het moment waarvoor ze de hele dag waren blijven hangen, en daar bleek Rose haar eenvoudige popnummers moeiteloos boven zichzelf uit te tillen.

Maria Iskariot @ Backyard

© CPU – Jan Van Hecke

Maria Iskariot, de band rond frontvrouw Helena Cazaerck, kwam op voor een frivool decor. Met vanaf het eerste moment drum- en gitaarlawaai wist de band meteen zijn reputatie te zetten als chaotisch, maar strak punkfenomeen. Al snel kon ook “Waaromdaarom” van de recente langspeler Wereldwaan overtuigen. Al grappend met ‘hello Glastonbury’ leidde Cazaerck het ruige “Dat Vind Ik Lekker” in, dat schuurde en schreeuwde op de juiste manier. Zonder instrumentals ging de zangeres het publiek in om de hook te laten meeschreeuwen door het publiek, wat zorgde voor een unieke beleving. Maria Iskariot is dan ook een unieke band die een ervaring naar voor schuift, waar je je voor moet openstellen. Hier en daar kan het net nog iets aangescherpt worden, maar de essentie is er al en die is puur en krachtig.

supermodel* @ Lift

supermodel* woonde in LA, verhuisde naar Manchester en keerde nadien terug naar Amerikaanse grond. Ergens onderweg begon de man muziek te maken en schreef hij een geniaal nummer over zijn tijd onder de Britten. ‘I used to live in England’, een kurkdroge en Sleaford Mods-achtige wereldschijf bleek het startschot van supermodel*’s carrière, die zich vooralsnog vooral online afspeelde. Sinds kort is hij ook aan het touren, en hoewel we terloops wel wat toffe ideeën en degelijke nummers horen, valt dat precies toch wat meer tegen dan aanvankelijk gedacht of gehoopt.

Niet dat een combinatie van wat hiphop met punk en electronica anders niet werkt, maar de show van Frankie (zo heet hij blijkbaar) is op dit moment nog niet echt wat het moet zijn. De man staat alleen met een backingtrack op het podium en maakt er vooral een sport van om zo spastisch mogelijk te bewegen en lyrics te mompelen. Daardoor gaat alle finesse van zijn nummers verloren en blijft er vooral gedreun over. Echt warm werd dat niet onthaald door een leeglopende Lift, extra in de verf gezet door een sarcastische opmerking van de man zelf. Misschien iets te veel gekke snoepjes gegeten voor de show, ofwel gewoon nog niet lang genoeg aan het touren om echt al goed te zijn. We schrijven supermodel* zeker nog niet af, die ene song is te goed om een toevalstreffer te zijn, maar dit was toch licht teleurstellend.

Becky Hill @ Main Stage

Prinses van de hedendaagse Britse dancepop Becky Hill kwam, samen met een drumster en maar liefst drie achtergrondzangers, haar plek op de Main Stage verzilveren. Dat deed ze met een resem aan hits en opzwepende beats zoals bij “The Last Time” en “False Alarm”. Voeg daar de sterke zang van Hill en de mooie harmonieën van haar backings aan toe en je krijgt een aangenaam geheelpakket. Met ook oudere nummers zoals “Piece of Me” van zo’n tien jaar geleden, stak Hill ook de nodige variatie in de set. Iets verder in de set konden ook enkele strijkers en blazers het geheel vervoegen en een extra dimensie toevoegen. Voor nieuw nummer “Hands on Me” vanop opkomend album Rebecca bracht Hill haar elektrische gitaar boven en waagde ze zich even aan nog wat variatie. Het recente “what do i have to do?” kon dan de beats weer hoger trekken zonder de authenticiteit van de violen uit het oog te verliezen. Cult-classic “Afterglow” kon dan na al die jaren op nog heel wat publieksenthousiasme rekenen, wat Hill zienbaar deugd deed. Daarna kwam een mooi moment met een bordje, wat ervoor zorgde dat de zangeres “Indestructable” opdroeg aan Ronnie uit het publiek, die recent een beroerte kreeg. Gisteren was hij toch nog om mee te genieten van Hills concert. Hoewel ze volgens haar onuitgebrachte nummers ‘another popstar who lost the f*cking plot’ is, kwam ze op Pukkelpop over als popster die een show kan neerzetten die overtuigt. Volgens ons is de Britse dan ook gewoon een klassevrouw.

Hudson Freeman @ Club

Hudson Freeman heeft al een opmerkelijke levensweg achter de rug. Op dertienjarige leeftijd verkaste hij samen met zijn familie van een klein stadje in de rand van Dallas naar Eswatini, een koninkrijk in het zuiden van Afrika. Als verandering van levensomgeving kan dat wel tellen. Muziek was in die periode een houvast en zo schreef hij al op erg jonge leeftijd opmerkelijke ‘coming of age’-nummers. Op Pukkelpop stond hij al een veelbelovende nieuwkomer, al is dat relatief natuurlijk als je al een zekere hoeveelheid streams hebt verzameld. De keuze om met twee te spelen was best gewaagd en werkte in alle eerlijkheid ook niet optimaal. De tijd voor weemoedige nummers werd niet door iedereen gerespecteerd en dat zorgde voor een storende luisterervaring bij onder andere de nieuwe single “I-40”. Met enige moeite probeerde Freeman het publiek te pakken, maar die challenge was quasi onmogelijk te behalen. Zijn cover van The Rolling Stones-nummer “Wild Horses” was verdienstelijk en klonk zelfs opvallend doorleefd, al maakte ook het nog onuitgebrachte “Fell Ass Backwards” een interessante en beklijvende indruk. Een echt showbeest is Freeman desondanks niet en dat hoeft ook niet, maar de connectie met het publiek bleef daardoor op een lager pitje. We luisteren graag nog eens naar Hudson Freeman in een rustige setting, in een concertzaal waar iedereen een luisterend oor heeft voor zijn knappe nummers. We hopen in ieder geval dat zo veel rumoer hem niet afschrikt om zijn pad te blijven volgen, want zijn nummers en gitaarspel zijn van een steengoede kwaliteit.

Royal Blood @ Marquee

Pukkelpop en verrassingen; die twee horen samen als yin en yang. Wie in de voorbereiding een leeg plekje in de timetable opmerkte, zal misschien even gefronst hebben, maar er verder weinig vragen bij gesteld hebben. Toch stond dat gat er niet zomaar, want donderdag om tien na tien werd plots Royal Blood aangekondigd. De band bracht eerder deze maand de nieuwe single “Ten Over Ten” uit en brengt dit najaar een nieuw album uit, getiteld Dead Company. Om de hype rond dat nieuwe album verder aan te wakkeren, stonden ze gisteren dus vijftig minuten in de Marquee. En die was zoals te verwachten afgeladen vol, tot ver buiten de tent.

Nog voor we een voorproefje kregen van hetgeen ze twee jaar lang hebben zitten bekokstoven, kregen we een absurd strak openingskwartier. Het duo was kennelijk blij om na twee jaar rust en roest terug op de planken te staan en speelde met veel plezier de strakke akkoorden bij elkaar. “Out of the Black”, “How Did We Get So Dark?” en “Little Monster” bovenhalen in je openingstrio is sowieso al uitpakken en toch was de Marquee nog tamelijk bekoeld. Aan Royal Blood lag het in ieder geval niet, die vuurden een salvo af waar menig band alleen van kan dromen. De nieuwe single “Ten Over Ten” werd door drummer Ben Thatcher grandioos ingezet en Mike Kerr zong met de nodige flair zich in de harten van de gitaarliefhebbers. Royal Blood bouwde geen rustmomenten in en hield de totale controle over de set strak in eigen handen. Na een groovy “Trouble’s Coming” zat het venijn in de staart met een strakke versie van “Figure It Out”. Royal Blood is nog steeds de koning van de festivalweide en was als verrassing een heel fijne last-minute toevoeging.

Audrey Hobert @ Wave

© CPU – Jan Van Hecke

De naam zegt je misschien nog niet te veel, maar de kans dat je al een nummer uit de pen van Audrey Hobert hebt gehoord, is best groot. De Amerikaanse schreef al voor onder meer Gracie Abrams en Alessi Rose, maar sinds ze ook solo haar horizonten verkent, lacht de toekomst haar toe. Debuutplaat Who’s the Clown? blies recentelijk een eerste kaarsje uit, de bijbehorende streamingcijfers spreken meteen ook boekdelen. Op Pukkelpop was ze in elk geval een naam om naar uit te kijken, zo bewees ook een mooi gevulde Wave die meeging op een tripje doorheen haar nog jonge carrière.

“I Like to Touch People” bracht ze van bovenop een laddertje, waardoor ze mede door een lange jas meteen ver boven iedereen uitstak. Een kleine gimmick, net zoals de lange speech over hoe ze wél een sterke vrouw is en hoe iedereen trots moet zijn op zichzelf, maar het werkte wel. Dat Hasselt nog altijd niet Brussel is, lachte de Amerikaanse weg door er met “Bowling Alley” een eerste hitje tegenaan te gooien en zo het publiek wat verder voor zich te winnen. “Thirst Trap” ontpopte zich tot een hitje dat je nog niet kent, “Shooting Star” kreeg de handjes gezamenlijk op elkaar. Het nog onuitgebrachte “Punkrocker” zou zelfs zomaar eens voor de finale doorbraak kunnen zorgen, want een groot deel van de mensen dat eigenlijk stond te wachten op “Sue Me” leek wel mee met de set. Alleen was dat hitje tegen het einde wel een soort anticlimax, daar de tent gewoon leegliep nadat iedereen zijn video had gemaakt. Een schandalig respectloos fenomeen dat we wel vaker terugzien op Pukkelpop, dus loste Audrey Hobert het op door het gewoon nóg eens te spelen voor de fans die waren gebleven. Cool, plezant; zo hebben we dat graag.

OSAYUKI @ Backyard

OSAYUKI bleef jarenlang letterlijk en figuurlijk uit de spotlights als producer van onder meer Zwangere Guy en Dikke. Chuki Beats was het alter ego waarmee hij lang bekend stond, maar sinds niet zo heel lang kwam daar zijn persoonlijke voornaam bij. Geen soloproject waarbij hij als enige op de planken staat, maar meteen een volledige band die hem omringt en die gedomineerd wordt door elektrische gitaren. Een nieuw pad dus, dat visueel een emo/hiphop-uitsraling heeft, maar op Pukkelpop eerder de poppunkafslag nam. Nadat hij vorig jaar nog na de show met ZG op de main naar August Burns Red op de Backyard snelde, stond hij er nu zelf om de gitaren en drums te laten regeren. Dat lokte behoorlijk wat geïnteresseerden, waarvan de meesten precies ook slechts geïnteresseerd bleven. Ondanks een best vermakelijke show met veel reverb op zijn stem, sloeg de vlam nooit echt in de pan en bleef het vooraan luchtig en ruim bewegen. Daarbij kwam wel, wanneer hij even ging zitten en de mijmering over de wei liet neerdalen, dat hij een aandachtig en oprecht betrokken publiek voor zich had. Een meer dan degelijke show dus, die een heel andere kant van de Lokeraar liet zien, maar die voor het Pukkelpop-publiek twee tellen nodig had om in te zinken. Gelukkig werd het daarvoor tijdens de laatste paar nummer wel weer grond wakker geschud.

Nxdia @ Lift

© CPU – Joost Van Hoey

Een letter vervangen met een ‘x’, meer had Nadia Ahmed niet nodig om aan hun artiestennaam te komen. De Britse artiest van Egyptische en Soedanese herkomst heeft er altijd al een punt van gemaakt om niet in hokjes geduwd te worden. Dat kunnen we ook zeggen van hun muziekprésence. Met rock die de aanstekelijkheid van The Beaches en het ruigheidsniveau van pakweg Willow Smiths rockalbums bevat, weet Nxdia te spelen met hun genre. Hoewel de tent niet enorm gevuld raakte, viel aan het werk van de Britse artiest en bijhorende band niet veel op aan te merken. Misschien alleen dat, naast het feit dat de muziek goed zat, het geheel ietwat te droog overkwam en wat enthousiasme miste. Nummers als “Ouch”, over vrienden waarbij de ene gevoelens kreeg, voelden dan ook qua thematiek toegankelijk aan en kwamen gewoon amusant over. Nxdia heeft eigenlijk het belangrijkste om een vaste alternatieve rocknaam te worden al onder de knie, nu moet de artiest het gewoon nog verder laten groeien.

Wednesday @ Club

© CPU – Jan Van Hecke

Wednesday is zo’n band die moeilijk in één vakje te stoppen valt: het vijftal uit Asheville, North Carolina mengt countryverhalen met indierock, shoegaze en een flinke scheut gitaarnoise, een combinatie die hen de voorbije jaren tot een van de opvallendste namen uit de Amerikaanse indiescene maakte. Op Pukkelpop kregen ze bovendien te maken met een nogal onpraktisch probleem: hun eigen instrumenten waren volgens hun Instagram-verhaal nog onderweg, maar daar was op het podium nauwelijks iets van te merken. Integendeel, Karly Hartzman en haar band gaven voor elk nummer dubbel gas en maakten van nummers als “Reality TV Argument Bleeds”, “Townies” en vooral “Pick Up That Knife” een veel hardere versie van wat we op plaat horen.

De combinatie van Hartzmans soms bijna achteloze zang en de steeds verder uitwaaierende gitaren werkte bijzonder goed, zeker wanneer Wednesday van countryachtige melodieën plots naar een muur van distortion overschakelde. Dat is ook precies wat hun muziek zo interessant maakt: de band gebruikt de verhalende directheid van country, maar gooit die vervolgens door een flinke bak herrie. Hartzman probeerde het publiek meermaals zover te krijgen een moshpit te openen en gaf zelfs een countdown, maar dat leek aanvankelijk weinig uit te halen in deze opvallend rustige en respectvolle Pukkelpop-crowd. Toen het teken uiteindelijk kwam, brak de pit dan toch volledig open. Eerder had ze nog gevraagd wie er uit North Carolina kwam, waarop welgeteld één persoon reageerde. Het leverde een mooi klein moment op in een set die uiteindelijk vooral bewees dat Wednesday ook zonder hun vertrouwde instrumenten bijzonder veel lawaai kan maken.

Major Lazer @ Main Stage

Laten we even terug gaan naar het gezegende jaar 2013. Neil Young stond als onbetwiste headliner geprogrammeerd op Pukkelpop, alleen trok hij met zijn Crazy Horses vroegtijdig de stekker uit zijn festivalzomer. Een vervanger zoeken van hetzelfde kaliber was op korte tijd haast onmogelijk, maar dat ze de muzieklegende uiteindelijk vervingen met Major Lazer schoot bij heel wat Pukkelpoppers toen in het verkeerde keelgat. Voor een waar feestje zorgde het collectief rond Diplo, Ape Drums en Walshy Fire desondanks. En gisteren, ruim 13 jaar later, stonden ze er weer, met een karrenvracht aan wereldhits op de usb-stick en geruggesteund door een hoop dansers. Aan de formule is Major Lazer dus niet gekomen en laat dat net wat hetgeen zijn waar het schoentje gisteren knelde.

Want Major Lazer is in de afgelopen 13 jaar niet altijd gezamenlijk muziek blijven maken. In 2015 sloten ze zelfs een Pukkelpop-dag af. Feestje? Ja! Voorspelbaar? Absoluut. Maar aan de andere kant was Major Lazer ook vooral gekomen voor die trip down memory lane. Alhoewel, het begin deed ons in eerste plaats denken aan een plaatselijke dorpsfuif. Met de nodige promilles alcohol in je bloed kon dat nog best amusant zijn, en voor de nuchteren onder ons was het toch even wennen aan de karrenvracht aan hits die Major Lazer door de speakers pompte. De danseressen duelleerden in een paar twerk-competities en America Foster deed als gelegenheidszangeres ook haar werk. De hoeveelheid prikkels werd constant hoog gehouden en na verloop van tijd deden we ook de kritische blik van onze neus. Major Lazer was gewoon plezant zonder daarbij hoogstaand te zijn en daar ging de Kiewitse grasweide heel lekker op. De makkelijkste doelpunten scoorden ze helemaal op het einde met onder andere “Lean On” en “Get Free”. Een ruime overwinning moet soms niet mooi zijn om de mensen gelukkig te maken.

Kelis @ Marquee

© CPU – Joost Van Hoey

‘My milkshake brings all the boys to the yard’. Of beter naar de Marquee. Over de huidige relevantie van Kelis zullen we maar beter niet beginnen, want het feit dat ze anno 2026 nog steeds op een festival als Pukkelpop staat, is in eerste plaats te danken aan die ene evergreen uit 2003. Opmerkelijk genoeg heeft de artieste uit New York, die gisteren overigens jarig was, zelfs al meer dan tien jaar geen album uitgebracht en dat was er gisteren ook wel aan te merken. Samen met dj, drummer en zangeres bracht Kelis een heel slordige set die haar oeuvre allesbehalve eer aan deed. Het klonk al bij de start rommelig en haar eigenheid ging compleet verloren in inspiratieloze r&b-nummers. Bij “Bossy” voelden we ondanks het schreeuwen weinig spirit overkomen en werd de temperatuur eerder lauw dan tropisch gehouden. De nostalgiezoekers, en die waren er gisterenavond talrijk, moesten geduldig wachten op onder andere “Milkshake” en “Bounce”. Veel ziel kregen we desondanks niet voorgeschoteld en dat is best jammer voor een act op zo’n mooie positie. Verdorven zullen we de milkshake uit beleefdheid maar niet noemen, al komt de houdbaarheidsdatum van Kelis in huidige hoedanigheid toch wel akelig dichtbij.

Charlotte Adigéry & Bolis Pupul @ Wave

© CPU – Ymke Dirikx

Nadat Charlotte Adigéry en Bolis Pupul zich hadden opgewerkt tot een wereldwijde hype, verdwenen ze helemaal uit de schijnwerpers. Gevoelsmatig zelfs vrij lang, al hadden ze met Topical Dancer de lat natuurlijk ook wel vrij hoog gelegd. Na lang sleutelen, is de opvolger nu helemaal klaar, en dat verdient een terugkeer door de grote poort. Op Pukkelpop nam het duo dat vrij letterlijk door effectief met de deur in huis te vallen. “Thank You” was op papier misschien een vreemde opener, maar in het kader van het absurdisme dat de twee brengen, klopte het meteen. Een scheurende gitaar luidde daarna ook effectief een nieuw hoofdstuk in, waaruit we toch al voorzichtig konden afleiden dat het er op die nog aan te kondigen tweede plaat leuker en steviger aan toe zal gaan.

De bassen pompten gevoelsmatig veel harder dan in het verleden, en net daardoor vielen de overgangen nog minder op. “Paténipat” liet de vloer lekker trillen, maar Charlotte en Bolis vonden gisteren ook de melancholische glinstering in een nummer dat vermoedelijk “Enemy” zal gaan heten. De twee kozen echter niet voor de makkelijkste weg, door heel wat nieuw materiaal in hun set te steken – dat niemand dus kende. De herkenning bij pakweg “HAHA” of “Blenda” was dus ergens wel te begrijpen, al moeten we daarnaast toch ook zeggen dat die nieuwe plaat wel enorm cool in het geheel blendde. Het ironisch telefoongesprek dat een nummer in twee brak was een volgend laagje in het absurdisme van Charlotte en Bolis. Gek en geniaal lagen in de Wave heel dicht bij elkaar, zeker toen tal van nummers samenkwamen in de beenharde Soulwax-remix van “Cliché”. Die lijn werd doorgetrokken in de afsluitende, nog te verschijnen banger, waarmee Charlotte Adigéry en Bolis Pupul hun comeback door de grote poort écht vierden. Laat die nieuwe plaat maar komen!

Fiddlehead @ Backyard

Zowaar een regelrechte hardcore-supergroep op de Backyard op deze bewolkte Kiewitse avond. Achter de microfoon scenelegende Patrick Flynn van Have Heart, die band die onder meer met slagzin ‘I’d rather die on my feet’ uit “Pave Paradise” ook buiten de niche naam verwierf. Verder nog Alex Henery, gitarist bij Basement en dus ook bij Fiddlehead. De opmerkzame lezer ziet inderdaad goed dat de man dus twee keer mag aantreden vandaag. Twee keer feest dus! Between the Richness is vermoedelijk de plaat die het meeste koppen doet draaien van het gezelschap, daarvoor was er nog al eentje, sindsdien ook nog een nieuwe én een ep. Ook wat nieuw werk om voor te stellen dus, wat bij de trouwe Backyardmenigte in goeie aarde viel. De ervaring in de rangen zorgde ervoor dat er op geen enkel moment een gebrek aan spanningsboog was en dat de dynamiek trefzeker schipperde tussen emo en extra hard. Dat is dan ook de sterkte van dit type post-hardcore: zonder echt hard te moeten beuken, is er meer ruimte voor gerichte en diverse songwriting. Wat een paradijs is dat podium toch.

Chloe Qisha @ Lift

© CPU – Jan Van Hecke

De Britse zangeres met Maleisische roots Chloe Qisha kwam haar charmes afvuren op de Lift. Die was, laten we eerlijk zijn, niet zo talrijk gevuld. Toch stond Qisha klaar om haar zachte pop met sensuele touch op de beste manier mogelijk te brengen. Dat deed ze me een lichte stem, die net iets meer had mogen doorkomen, en een driekoppige band. “Sexy Goodbye” en “Sex, Drugs & Existential Dread” brachten dan ook leuke hooks en soms mooie danspasjes van de zangeres met zich mee. Een iets hardere gitaar op de uithaal naar ‘high school bitch Evelyn’, op het gelijknamige nummer, bracht gewoon zelfverzekerde en leuke vibes met zich mee. Qisha begon zich doorheen het optreden dan ook meer en meer te ontplooien en te smijten. Met onder andere “So Sad So Hot” en bekendste nummer “I Lied, I’m Sorry” werkte ze de set mooi af. Chloe Qisha bleek niet dé act van de dag, maar kon functioneren als leuke popwind en eventueel interessante ontdekking.

IJSLAND @ Club

© CPU – Jan Van Hecke

Boekeeeee! Sef in het wit, Abel in het zwart, Faisal als dirigent en kloppend centrum van de lawaaitrein. Weinig hiphopacts uit de Benelux die meer besproken zijn de laatste jaren dan dit trio, en deze zomer ook éindelijk te zien op festivalpodia. Vond je per abuis een plekje in de bomvolle Club, maar heb je geen flauw idee wie die twee roepende en die ene mixende man waren? Bij deze een beknopte samenvatting: Abel is al een goeie tien jaar frontman van de anti-allespunkband HANG YOUTH, Sef al een tijdje een hiphopgrootmacht in de noordelijke Nederlanden en Faisal is een producer en alleskunner uit eigen land. In 2024 maakten ze hun eerste gezamenlijke protestplaat onder de naam IJSLAND, dit jaar kwam de opvolger uit. IJsland twee, IJsland drie, IJsland vier!

Wie het al hard vond op plaat, zal snel uit de Club gevlucht zijn.

 Want al van bij de eerste noten ging het heel stevig vooruit met de mannen. “HETE TAKE” en “DON’T BELIEVE DE KRANT” vormden net als op het album de eerste bommetjes. En net zoals er over die plaat heel hard is nagedacht, zat ook de show goed in mekaar. De prima geboetseerde setlist werd ondersteund door een opgejaagde Faisal, een opstelling waarbij de twee tenoren letterlijk op de barricades stonden en een toren met aftandse luidsprekers om de chaos compleet te maken. De set denderde en donderde als een hogesnelheidstrein voort, terwijl het Pukkelpoppubliek meer en meer in de ban van antikapitalisme en anarchie kwam. Dat blijft eigenlijk een beetje ironisch op een festival met zo’n verdienmodel en t-shirts aan 35 euro in de shop, maar goed. Zonder meer een van de beste shows van de dag.

IJSLAND staat dit najaar nog in de Ancienne Belgique (29 oktober) en Trix Club (30 oktober). In 2027 spelen ze in de grote zaal in Trix, meer bepaald op 3 februari.

Djo @ Main Stage

© CPU – Ymke Dirikx

Djo, voluit Joseph David Keery, is misschien de enige artiest ter wereld wiens concertpubliek meer praat over zijn acteerwerk dan over zijn muziek, en op Pukkelpop was dat niet anders. Rondom ons klonk meer geroezemoes over Steve uit Stranger Things dan over wat er op het podium stond te gebeuren, wat op een bepaald moment gewoon grappig begon te worden. Dat Keery zich daar duidelijk van bewust is en er desondanks gewoon voor ging, was misschien wel het meest indrukwekkende van de hele set. Geen concessies, geen knipoog naar het publiek dat er eigenlijk voor iets anders stond, gewoon zelfverzekerd en geconcentreerd zijn ding doen. De nummers van The Crux en het zusteralbum The Crux Deluxe kwamen het sterkst over, met “Fool”, “Potion” en “Charlie’s Garden” als momenten waarop de weide zich ondanks het geleuter liet meenemen. De backing band bestaat uit Post Animal, de psychrockband waarbij Keery zelf ook achtergrondlid is, en die speelde strak en goed genoeg om de songs de ruimte te geven die ze nodig hebben. Dat een groot deel van de weide er enkel voor “End of Beginning” stond, was tijdens de hele set voelbaar, en het was een slimme zet om dat voor het laatste te bewaren. Of daarna veel mensen bleven hangen voor hoe de song zelf klonk of gewoon vertrokken eens het gehoord was, laten we in het midden.

Geese @ Marquee

© CPU – Joost Van Hoey

Geese is de hype van het moment, en dat is geen overdrijving. Eerder dit jaar stonden ze nog in een hopeloos uitverkochte Orangerie in de Botanique, en nu stonden ze geboekt op de tweede grootste stage van Pukkelpop. Voor wie een beetje mee is met alternatieve rock, zat dit er al even aan te komen, maar voor de rest van het publiek, dat opvallend gevarieerd was van tieners tot zestigplussers, hing er een merkbare spanning in de lucht voor de band opkwam. De grote vraag was of ze al die hype waard zijn. De grootste reden dat de hype bestaat is de stem van frontman Cameron Winter, die keer op keer iets doet dat je niet helemaal kan omschrijven, maar ook niet kan negeren. Het antwoord op de vraag of ze het waard waren, was al bij het eerste nummer duidelijk.

Wat Geese live zo bijzonder maakt, is dat ze niet geneigd zijn om de opgenomen versies noot voor noot te volgen. Ze geven elkaar ruimte om te improviseren, rekken noten uit, maken soms bewust schurende en ongemakkelijke geluiden, naar duidelijke teleurstelling van enkele oudere rockfans in de crowd, maar zonder de strakheid te verliezen die een band als deze nodig heeft. “Crusades” en “I See Myself” van 3D Country klonken zo grootser dan op plaat, en Winter kondigde dat laatste aan met de opmerking dat sommige nummers nooit oud worden, hoe vaak je ze ook speelt. Negen van de twaalf nummers kwamen van hun recentste album Getting Killed, waaronder “Husbands”, “100 Horses” en “Au Pays Du Cocaine”, wat voor superfans misschien wat weinig historiek liet, maar voor iedereen die de band via dat album heeft ontdekt precies goed zat. De set eindigde met “Trinidad”, het enige logische sluitstuk, chaotisch en schurend en groots, met de grootste moshpit van de hele show als gevolg. Go Geese.

MEROL @ Wave

© CPU – Jan Van Hecke

De feeks is los! Nederlandse zangeres MEROL is niet bang om te provoceren, maar ze heeft de kracht om dat te doen voor de goede zaak. Opener “Rode Seks Feeks” manifesteert gendergelijkheid. Tweede worp “Skinroutine Bikinilijn” gaat over het taboe van beharing bij vrouwen. Dat doet ze dan met harde drums, pompende beats en de overtuigingskracht van een geslaagde sekteleider. Gekleed in een opvallend schaarse outfit met poppenonderdelen en poppenhoofdjes als hoorns, viel de zangeres best op en dat is maar wat we van haar verwachtten. Met bindteksten als ‘Vanavond zijn jullie mijn rattenbaby’s’ en ‘Voor mij is een optreden eigenlijk een heel lang gerekt orgasme’, bleef ze de toon zetten, en wij gingen maar graag mee in die gekte. Een vlotte overgang van “Jij laat me komen” naar “Hou je bek en bef me” opende de deur naar een ouder nummer. Dat apprecieerden we, maar we vinden dit Leve De Feeks-tijdperk van MEROL en alles wat erbij komt kijken best aangenaam. Het lukte de zangeres dan ook om het nummer in het ‘rave/krochten van de nacht’-thema te plaatsen.

Met een uithaal naar schaamlipcorrecties en schoonheidsidealen op “Uitstekende Kut”, ging de Nederlandse verder met het publiek te doen zweten. Dat telkens zonder de essentie en de boodschap te vergeten. De hook van “Uitstekende Kut” is er dan ook eentje om volledig op los te gaan. Een luide schreeuw op de bridge van “Geen Seks Meer” reflecteerde dan weer de noodzakelijkheid van MEROL’s gedurfde extravaganza. Toegegeven: hoewel wij blij waren met een Leve De Feeks-show (misschien omdat die plaat ons ook kon bekoren) en de show ook gewoon goed in elkaar zat, kunnen we begrijpen dat de casual fans en festivalgangers liever wat meer hitjes gehoord hadden. Toch passeerden enkele oudere nummers de revue, vooral in het einddeel. Zo konden “Sorry Lul” en “Mannen met gevoel” wel aansluiten op de vibe die de zangeres bracht. Bij de tweede werd dan ook de pit geopend. “Mommy”, mét borstmelk(water)pistool, kon de grootsheid en kracht van de feeksrave dan meer dan een beetje samenvatten. Afsluiter “Rat” bewees het dan nog eens: MEROL is relevanter dan ooit.

Basement @ Backyard

‘When I’m With Youuuu…’ En iedereen die een emohart heeft, pompt niet alleen extra veel bloed door de hartspier, maar zet ook de keel open alsof morgen niet bestaat. Basement heeft op dat vlak een bangelijke reputatie opgebouwd en de kortstondige pauze heeft de band duidelijk goed gedaan. De vonk sprong er na enkele jaren weer in en met WIRED leverden de Britten dit jaar een van hun betere en meest authentieke albums af. Op de Backyard kregen we aanvankelijk een paar buitjes te verduren, maar niets was opgewassen tegen het vernuft waarmee het vijftal uit Suffolk speelde. Andrew Fisher stelde meteen dat hij dankbaar was dat er zoveel mensen waren komen opdagen en niet voor Geese hadden gekozen, al was de Backyard op dat moment ook gewoon een uitstekende plek om een uur lang te vertoeven. Toegegeven, na emo-anthem “Covet”, dat als vijfde nummer al passeerde, zakte het een minuscuul beetje in. Een gebrek aan gretigheid kon je echter niet vinden en met veel energie wilde Basement hun eerste keer op Pukkelpop bovenal verzilveren. En dat edelmetaal grepen ze met beide handen vast. Basement haalde onder andere “WIRED” boven, maar ook die andere meebruller “Are You the One” deed wat hij moest doen. De Britten scoorden bij hun corefans en werden misschien wel ook door een paar nieuwe avonturiers ontdekt.

Ninajirachi @ Lift

Pukkelpop boekt artiesten nog voor ze een hype worden. Dat is al jaren zo, en ook in het geval van Ninajirachi voelde het gisteren gek aan dat ze maar in de Lift stond. De Australische dj en producer maakte met I Love My Computer namelijk een van de meest ondergewaardeerde platen van afgelopen jaar en momenteel trekt ze langs de grootste festivals van de planeet om die ervaring ook in de praktijk om te zetten. Mede door de regen veel volk dus, maar dat kwam de sfeer alleen maar meer ten goede. Nina had uit haar draaitafels een reeks lichtgevende kabels met elk een paar trippy visuals, maar blonk toch vooral uit in haar energie.

Oké, ergens was het ‘maar’ een dj-set, maar de nummers die ze achter haar naam heeft staan, pimpen wel geniaal hard. Dat ze die in livesetting in een nog hardere versie goot, zorgde bij drops voor alle handjes in de lucht. “Infohazard” is in de praktijk een fantastisch hitje, maar wat dan gezegd van haar eigen interpretatie van Charli xcx’ “Rock Music”? Het hek was sindsdien helemaal van de dam, maar “Battery Death” deed er zomaar even nog maar eens een schepje bovenop. “All I Am” sloeg in als een bom, mede doordat de Australische loskwam van haar dek en de Lift maar verder bleef opzwepen. Handen in de lucht en gaan, en dan is nieuwe single “WannaCry” de lap op de rode stier. Alles raakte stilletjes aan kapot, en dan moesten de grote kanonnen nog komen. “iPod Touch” en “I Wanna Fuck My Computer” waren ongeziene hoogtepunten, van wat eigenlijk gewoon ook een hoogtepunt van het weekend bleek. Ninajirachi, boek ze, ze breekt de boel af.

Turnstile @ Main Stage

© CPU – Joost Van Hoey

Op 6 juni 2025 kwam NEVER ENOUGH van Turnstile uit. Dat betekent dat hun waanzinnig zegetour inmiddels al meer dan een jaar rond de aardbol trekt en overal een spoor van vernieling achterlaat. Love ‘em or hate ‘em, de band uit Baltimore is een van de allereerste die met hardcorepunk uit de niche weet te breken en zich een weg heeft gebaand naar de écht grote podia. Hun originele spirit verliezen ze daarbij niet, alleen omarmen ze intussen ook veel meer dan dat. Een nieuwe triomf op Kiewit dus – de vorige dateert van 2023 – waarvan de aanloop niet volledig vlekkeloos verliep. Voormalig gitarist Brady Ebert moest een tijd geleden al verplicht afscheid nemen van de band, maar probeerde intussen ook het leven van frontman Brendan Yates’ vader te ontnemen. Heftig, maar opmerkelijk genoeg zonder veel invloed op de tour.

De show van het vijftal startte met een focus op het belangrijkste: de mensen. Enkele mobiele cameraploegen brachten heel de show lang de uitbundige en minder uitbundige massa in beeld, en zag dan ook dat de show van de band een enorme impact op de mooi volgelopen weide had. Tijdens opener “NEVER ENOUGH” gingen de kelen voor een eerste keer open, nadien gingen ze niet meer toe. De verwachte anthems “HOLIDAY” en “I CARE” deden wat ze moesten doen, en voor de fans van het eerste uur waren er naar goede gewoonte een “I Don’t Wanna Be Blind” of “Drop”. De hype rond Turnstile gaat eigenlijk maar niet liggen, wat absoluut te begrijpen is telkens deze show bij ons passeert. Ravage, overal, bij iedereen. Moshen tot de dood.

Earl Sweatshirt & Mike @ Club

De wietgeur was al merkbaar voor je de Club zelfs maar kon zien, wat op zich al een goede indicatie was van wat er te verwachten viel. Earl Sweatshirt en Mike deelden de set op in drie delen: Earl solo, Mike solo, en nummers van hun gezamenlijke album met SURFPOWER, POMPEII / UTILITY. De energie lag soms wat laag voor onze smaak, maar dat is ook nauwelijks verrassend bij twee artiesten wiens muziek juist gedijt in die langzame, meditatieve sfeer. Op een dag gevuld met moshpits en circle pits voelde dat soms als een versnelling terugschakelen, maar wie zich er aan overgaf vond er de diepgang die de teksten van deze twee altijd al hadden. En dat was uiteindelijk ook het beste van de set.

The Hives @ Marquee

© CPU – Ymke Dirikx

Op Pukkelpop stond de beste band van de wereld in een tent, nog voor de headliner speelde. Of dat is althans hoe The Hives het zelf zag. De Zweedse bende staat dan ook bekend om zulke onnozele praat, maar toch zat er iets van waarheid in de uitspraken van Pelle Almqvist. De Marquee was namelijk als een vogel voor de kat eenmaal de groep eraan begon, net doordat ze er de laatste jaren steeds meer in slaagt een soort van opgefokte euforische energie bij menigtes los te maken.

Ballonnen, lichtgevende kostuums en een reeks bangers, meer had The Hives niet nodig. “Bogus Operandi” sloeg in als een bom, en dan was het hek van de dam. “Hate to Say I Told You So” werd zo lang mee gescandeerd, dat Almqvist het wel moest stopzetten – anders was de tijd te kort. “Come On!” maakte niet veel later zijn titel helemaal waar, vooraan vonden er prachtige festivaltaferelen plaats. The Hives heeft in al die jaren zijn formule met andere woorden nog niet aangepast, maar toonde in de Marquee dat dat ook gewoon niet nodig is. De Zweden ontpopten zich namelijk voor de zoveelste keer tot de ideale festivalband, die het publiek een uur lang in zijn greep kon houden. “Tick Tick Boom” bracht de tent effectief tot ontploffing, en omvatte eigenlijk meteen ook waarvoor de Zweden staan: plezier én rockmuziek maken. Ze mogen altijd terugkomen!

Maribou State @ Wave

© CPU – Joost Van Hoey

Het Britse duo in de elektronische muziek Maribou State bracht samen met nog enkele bandleden en tourzangeres van dienst Talulah Ruby een mystiek en trancewaardig geheel naar de Wave. Innemende synths gecombineerd met feloranje lampen konden de sfeer zetten. De tent was meer dan aardig gevuld voor het magische spektakel van Maribou State. De bedoeling leek dan ook om je te laten meeslepen met de vibes, want voor de adrenalinezoekers was het optreden eerder een kale reis. De betoverende stem van Ruby, die klassevol over het podium bewoog, zorgde dan voor de interessantste laag in het audiogeheel. Het hoeft dan ook niet altijd even hard te gaan als bij Turnstile, maar na een tijdje begonnen we toch te vrezen dat de vermoeidheid ons zou nekken voor de headlineset van Yungblud. En dat zou zonde zijn.

Stick To Your Guns @ Backyard

Laat op de avond bood Stick To Your Guns ons nog even de mogelijkheid om onze Vans uit de kast te halen. Voor de hardcoreveteranen uit Orange County is 2026 sowieso een bijzonder jaar, want hun gevierde album DISOBEDIENT viert dit jaar zijn tienjarig bestaan. Om dat jubileum te vieren spelen ze hier en daar in Europa een handvol speciale shows, al stonden ze gisteren vooral in het teken van hun laatste worp op Pukkelpop. Na de Turnstile-aftocht wachtte de band een tiental minuten alvorens zelf te beginnen. Veel gras lieten ze er vervolgens niet over groeien: met een onverwoestbare energie balden ze vrijwel meteen de vuist. Of we moe waren, vroeg Jesse Barnett. De eerlijkheid gebiedt ons dat we na een slopende dag toch al flink in onze reserve zaten, maar de setlist van Stick To Your Guns bleek even effectief als een blikje Red Bull. Het vijftal stond autoritair op het podium en denderde met “Married To The Noise” bruut door. Van two-steps tot crowdsurfers: Stick To Your Guns hield de hardcore-eer hoog op Pukkelpop. “Against Them All” wierp nog een laatste fraaie blik op de zweterige moshpit alvorens de lichten te doven. Hard, harder, Stick To Your Guns!

Op zondag 30 augustus staat Stick To Your Guns in het Staf Versluys Centrum in Bredene om het tienjarig jubileum van Disobedient te vieren.

Jane Remover @ Lift

© CPU – Jan Van Hecke

Jane Remover is geen artiest die zich bekommert om gemakkelijk te zijn, en dat bewees ze ook op Pukkelpop. Met enkel een dj naast haar op het podium zette ze een set neer die bijna volledig putte uit haar recentste album Revengeseekerz, een infusie van rage, rap en elektronische muziek die je nergens anders vindt op precies deze manier. De tent stond aan het begin bomvol, wat een goede indicatie was van hoeveel verwachting er leefde, maar liep gaandeweg grotendeels leeg buiten de eerste paar rijen, wat even goed zegt over hoe schurend en ontoegankelijk het geheel is voor wie er niet op voorbereid is. Dat is geen kritiek, het is eerder een vaststelling. Jane Remover is precies het soort muziek dat pas bij de tweede of derde beluistering begint te klikken, en een festivalcrowd is zelden de ideale context voor dat soort ontdekking. Wie bleef werd wel beloond. De opening met een remix van “Music Baby”, normaal een relatief rustig nummer, werd omgevormd tot een meeschreeuwer die de lat meteen hoog legde. “Professional Vengeance” en “TURN UP OR DIE” waren de meest directe momenten van de set, terwijl “Experimental Skin / How to Teleport” en “Dancing With Your Eyes Closed” toonden dat er ook ruimte zit voor iets dat minder recht op je af komt. Het is muziek die meer vraagt dan de meeste dingen op een festival, en dat het zoveel mensen afhield was jammer, maar ook eerlijk.

Lambrini Girls @ Club

© CPU – Jan Van Hecke

Lambrini Girls, het punkduo van Phoebe Lunny en Selin Macieira-Boşgelmez uit Brighton, heeft het afgelopen jaar een bewonderenswaardige weg afgelegd van coole concertzalen naar Coachella en een debuutalbum Who Let the Dogs Out dat heel hoog binnenkwam in de UK Albums Chart vorig jaar. Hun politieke punkrock, ergens tussen riot grrrl en noise rock, met teksten over politiegeweld, werkplaatscultuur en queer identiteit, werkt het best als het publiek er volledig in meegaat, en dat deed het op Pukkelpop. De moshpit was agressief en constant, heel anders dan de meer liefdadige sfeer eerder op de avond. We zagen de band eerder al in de AB en veel is er sindsdien niet veranderd, wat zowel een compliment als een beperking is. De set eindigde onverwachts vijftien minuten vroeger dan gepland, zonder encore, wat een anticlimax was voor een publiek dat er duidelijk nog niet klaar mee was.

Soulwax @ Marquee

Pukkelpop heeft heel wat droomhuwelijken, maar er is er eentje die er met kop en schouders bovenuit steekt. De gebroeders Dewaele zijn recordhouders op Pukkelpop (Michael Midnight als dj even buiten beschouwing gelaten) en stonden gisteren voor de welgeteld negende keer op de Kiewitse weide. De band met het festival is innig en die liefde blijft na al die jaren duidelijk wederzijds. Qua opstelling was er weinig veranderd in vergelijking met hun vorige passage in 2024, al was de opbouw van de set toch deels anders. Deze keer stond het nieuwste album All Systems Are Lying centraal en fungeerde het als een rode draad doorheen de set. Hoewel we Soulwax in deze vorm al enkele keren hebben gezien, blijft het indrukwekkend hoe de drie drummers elk hun eigen speelstijl toevoegen en geregeld samenkomen tot één overrompelende kracht. Ook de broers Dewaele waren zoals verwacht op afspraak en gaven met een kleine Limburgse knipoog een korte uitleg over de werking van hun zelfgebouwde klankkasten. Het enige wat nog ontbrak, was een iets uitgelatener publiek, al is het ook geen evidentie om na de headliner op het hoofdpodium nog de laatste restjes bijeen te harken en nog even los te gaan. Aan de klasse en inventiviteit van Soulwax veranderde dat gelukkig niets en zo werd de tweede festivalnacht met een Belgisch tintje smaakvol ingezet.

KI/KI @ Wave

We sloten onze Pukkelpop-vrijdag vannacht af met een streep Hollandse techno. KI/KI is een van de grootste sterren binnen het genre en heeft het momentum helemaal mee. Kiki Wesselo verwierf die status eigenlijk op enorm korte tijd, en zag haar publiek show per show exponentieel groeien. Daarom was het eigenlijk des te opvallender dat ze in Kiewit ‘slechts’ een uurtje kreeg in de Wave, al betekende dat voor haar langs de andere kant ook gewoon: zestig minuten pompen. KI/KI liet ons zweten, stampen, meezingen en meer, zonder daar ooit gek voor te hoeven doen.

Op het podium had ze enorm veel mensen uitgenodigd, de Wave stond daarnaast ook nog eens tot rijen buiten de tent gevuld. Om dus maar te zeggen: Pukkelpop was nog lang niet klaar om te gaan slapen. KI/KI hield het daarbij zoals gezegd dus stijlvol; de schermen toonden wat er van ons verwacht werd (‘PARTY’), de lasers doorkliefden zo nu en dan de tent. Handen gingen permanent de lucht in, herkenningspunten volgden elkaar op; dit was van de eerste tot de laatste minuut stampen. De hype is real.

Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!

Onze recensie van YUNGBLUD lees je hier.
Alle recensies van Pukkelpop 2026 lees je hier.

Deze recensies werden geschreven door Lucas PalmansSimon Meyer-HornSimon Vyverman, Tjorven Florin en Robbie Allemeesch.