© CPU – Chris Stessens

Waar vrijdag een druppeltje viel, was op het weer gisteren niks aan te merken op Pukkelpop. We haalden zelfs temperaturen waarbij insmeren lichtjes gewenst was en zochten daarom nu en dan de schaduw op. Dat gezegd zijnde, kunnen we dan op de muziek focussen. Met het mooie concept van The Atomic Orchestra en veel moois van eigen bodem zoals Kids With Buns, Used en Selah Sue & The Gallands ging de dag mooi van start. Ook de gitaren van Wet Leg en Deftones konden entertainen op de Main Stage, terwijl Dijon misschien wel een van de strafste shows van het jaar neerzette in een amper halfvolle Marquee.

Oliver Symons @ Club

© CPU – Nathan Dobbelaere

Oliver Symons mocht op een best sportief uur de festivaldag openen en dat was zoals te verwachten niet het grootste cadeau. Het prut zat nog wat in onze ogen en heel scherp waren onze zintuigen nog niet toen we om iets voor twaalven ons naar de Club sleepten. Ons doorzettingsvermogen werd echter beloond, want Symons zette een interessante en karaktervolle set neer. Qua look & feel haalde hij wellicht ook inspiratie op bij Dijon. Een coole lampconstructie zette de one-man-show extra in de verf en ondanks dat de interesse eerst nog best oppervlakkig was, kreeg hij de aanwezigen mee in zijn verhaal. “Remedy” was een eerste soort herkenningspunt, al was er ook ruimte voor nummers die nog in een demofase zitten. “Wake Up”, de voorlopige werktitel, is een ruwe diamant die op zich weinig slijpwerk nodig heeft om er een prachtige groeibriljant van te maken. De Club hing aan zijn lippen en luisterde gefascineerd naar een fantastische versie van “The Looper”. Dat de tent daarna al wat uitdunde lag vooral aan het feit dat The Atomic Orchestra op het punt stond te beginnen. Conceptueel en inhoudelijk was dit een van de betere Belgische acts die we dit jaar al op Pukkelpop zagen.

The Atomic Orchestra @ Marquee

© CPU – Jan Van Hecke

Weinig zekerheden in het leven, al is het de afgelopen jaren wel een feit dat de Pukkelpop-zaterdag steevast begint met The Atomic Orchestra. Welke artiesten samen met Jo Hermans en zijn vijftig muzikanten welke nummers brengen, dat blijft dan weer wel een goedbewaard geheim. Een geheim dat werkt, want sinds de traditie begon, staat de Marquee gevoelsmatig steeds voller op een enorm vroeg uur. Dat er dit jaar ook een koor zich bij het gezelschap zou voegen, speelde daar misschien ook wel een bepalende factor in, al wist je eigenlijk al op voorhand dat er aan kippenvel en wauw-factoren geen gebrek zou zijn. De hype is doorheen de jaren al op voorhand enorm groot, al was het maar door de duidelijke tip richting Pommelien Thijs.

Op de koningin was het echter nog even wachten, want het was de koning van Brussel die een ramvolle Marquee met de grond gelijk te maken. “LOIN D’ICI” en zeker de bassen en pauken van “PAPUCHO” gingen door merg en been, en je moet ZG natuurlijk niet leren hoe een publiek wild te maken. De bom was met andere woorden al gebarsten, al probeerde The Atomic Orchestra er dit jaar meer een samenhangende show van te maken dan een opeenvolging aan artiesten. De regie lag bijvoorbeeld in handen van Gilles Coulier, maar ook het feit dat de focus meer op de muziek kwam te liggen. Camille Yembe zette “Rien À Feter” nog wat meer in de Vlaamse kijker, Teddybear probeerde niet veel later zijn doorbraak te forceren. Dressed Like Boys zorgde er dan weer voor dat zijn naam binnenkort in nog grotere letters op de affiche staat – “Pinnacles” kwam nog meer tot leven met al die strijkers. We zaten in een flow die naar de keel greep, dus kwam The Haunted Youth op het ideale moment. “Emo Song” glinsterde in Limburgse trots, Stijn Meuris hield met “Een Heel Klein Beetje Oorlog” en “Van God Los” het samenhorigheidsgevoel hoog.

© CPU – Jan Van Hecke

Het coole aan The Atomic Orchestra is dat er samen met de euforie ook altijd een prachtige vorm van melancholische emotie in het geheel verweven zit. De ode aan overleden percussionist Gaetan La Mela ging door merg en been, maar het orkest bewees dat dat verdriet heel kort bij iets moois kon liggen. “Cassandra” was daar dan eindelijk en liet een golf van extase door de Marquee rollen – kippenvel tot en met, met uiteindelijk nog een onverwachts feestje tot gevolg. “Ben je klaar?” en daaropvolgend “Freestyler” met Bomfunk MC’s(!?) lieten Pukkelpop al rond het middaguur op zijn grondvesten daveren. En dat is eigenlijk meteen ook de perfecte samenvatting waarom The Atomic Orchestra wederom met de vijf sterren flirt. Er gebeurde zoveel, er waren zoveel verrassingen, en dat in combinatie met hoe de muziek op ons inwerkte… dat doet iets met een mens. We zien elkaar binnen 365 dagen, maar vanuit de grond van ons hart toch hopelijk ook eens in een zaal.

Kids With Buns @ Main Stage

© CPU – Nathan Dobbelaere

Tijd voor de weide om op te staan. Dit met Kids With Buns als eerste act op de Main Stage. Al bleek de weide nog niet helemaal klaar om wakker te worden, want deze leek nog relatief leeg. De mensen die er dan waren, waren getuige van de relatief rustige gitaarmuziek van duo Marie en Amber. Misschien niet het beste energiemiddel, maar wel gewoon aangenaam om mee te pikken. Liefde Voor Muziek-cover “Under Your Influence” – origineel van Maksim – kon al redelijk snel voor herkenbaarheid zorgen. Ook de kaart van “bad grades” werd al ergens in het midden van de set uitgespeeld. Met een (al zij het terechte) uithaal droeg de band een nummer op aan Sonja, die blijkbaar op Facebook haar gal had moeten spuwen over de queercommunity. Ook een nieuw nummer, dat gisteren uitkwam van het opkomend sophomore album kon vermaken, inclusief kisscam. Op het einde markeerde een oproep voor Gaza dan nog eens de actuele insteek van de band. Kids With Buns zette zichzelf gewoon neer als vermakelijke act en dat was als opener op de Main Stage aangenaam.

Kids With Buns staat op 9 december in de Ancienne Belgique.

Dove Ellis @ Club

© CPU – Chris Stessens

Dove Ellis, voluit Thomas O’Donoghue, is een 23-jarige singer-songwriter uit Galway die zijn debuutalbum Blizzard in december vorig jaar uitbracht en sindsdien van Manchesters best bewaarde geheim uitgroeide tot Mercury Prize-genomineerde. Vergelijkingen met Jeff Buckley en Elliott Smith zijn hem niet vreemd, en live begrijpen we waarom: de set draait bijna volledig op zijn vocals, een hoge tenor die genoeg kracht heeft om een zaal stil te krijgen zonder er ooit moeite voor te lijken doen. De band is zeker niet slecht, maar Ellis is onmiskenbaar de reden dat mensen kwamen. De set opende met “Love Is”, wat de lat meteen hoog legde, misschien wat te hoog voor de tragere nummers die volgden, maar dat bleek al snel geen probleem. Nummers als “To The Sandals” en “Little Left Hope” kregen geïmproviseerde uitbreidingen die in de live context heel goed werkten, groter en losser dan de studioversies zonder dat de essentie verloren ging. Het derde nummer, “Two Brothers Smoking”, nog niet uitgebracht, bracht na het tragere “Little Left Hope” terug energie in de zaal met een explosieve climax waarbij Ellis zijn longen er praktisch uitschreeuwde. Een van de meer stille maar overtuigende sets van de dag. Om te sluiten met zijn debuutsingle ‘To The Sandals” was de best mogelijke keuze.

Maan @ Wave

© CPU – Nathan Dobbelaere

In een verhullend rood gewaad kwam Maan de Steenwinkel, simpelweg Maan, met “Paranoia” het podium op. Een excentrieke laag op haar présence kon ons wel bekoren. Hoewel haar synthpopmuziek een beetje aan de platte kant was, kon ze op best wat bijval rekenen op de Wave stage. Waar “Soms Regen Ik Ook” waarschijnlijk poëtisch moest overkomen, vonden wij er niet superveel meerwaarde aan. Mooi pophitje, maar alles in de omtrekken van de verwachting. “Blijven Slapen”, haar samenwerking met Snelle, kon dan voor een enthousiasmehoogtepuntje bij het publiek zorgen. Ook moest het publiek aan een sitdown geloven. “Ze huilt maar ze lacht” vormde dan voor de meerwaardezoeker een hoogtepuntje, waarna het publiek ietsje later losbrak op “Stiekem”. In totaal was de set van Maan niet al te merkwaardig, maar we denken dat de zangeres zich wel geamuseerd heeft. Dat gunnen we haar dan wel.

Maan staat op 19 februari 2027 in Trix.

Witch Fever @ Backyard

© CPU – Jan Van Hecke

Witch Fever komt uit Manchester en woont dus eigenlijk nog niet bijzonder ver van de weide alhier. Toch is het nog maar de tweede keer in hun prille carrière dat de Britse doompunkband richting ons land kwam afgezakt, en zelfs voor het eerst op een festival. De Backyard werd voor een goede dertig minuten gehuld in een laagje donkere noise en riot grrl terwijl de zon nogal dwingend aanwezig durfde te zijn af en toe. Het werd mede daarom een nogal wisselvallig momentje op de dag, zonder dat het viertal ooit echt een indruk kon nalaten op de weide. Bij momenten dreunde het echter wel alles en iedereen uit zijn voegen zonder daarmee ook overdreven chaotisch te klinken, maar dat betekende niet dat er echt schwung in de set kwam. Als de frontvrouw al moet vragen om een pit te vormen en er slechts vier à vijf man half enthousiast op reageert, dan zegt dat ook wel genoeg natuurlijk. De show van Witch Fever voelde gewoon wat te geforceerd aan, zonder dat er echt goede songs aan vasthingen.

Greg Freeman @ Lift

© CPU – Jan Van Hecke

Een tweede Freeman maakte op zaterdag zijn opwachting, deze keer in de Lift. Greg is voor de duidelijkheid geen familie van Hudson en ook geografisch liggen ze mijlenver uit elkaar. De Amerikaan die we gisteren zagen komt uit Nebraska en brengt in oktober zijn nieuwe album All Set The Bone uit. Gisteren werd met dikke alcoholstift onderstreept dat die release iets is om naar uit te kijken. Als een soort van ambachtelijke songsmid kneedde hij zijn nummers, die live toch best potig gebracht werden. We konden de energie wel appreciëren die hij er met zijn band in kreeg. Het geluid was wel niet altijd even goed afgestemd en dat maakte dat hij in de eerste helft niet op volle capaciteit overkwam. De nieuwe single “Indu” schoot als tweede nummer wel vrij vroeg raak en daarna werd de gretigheid door het viertal alleen maar verder opgevoerd. Cool ook hoe Freeman tijdens een nummer zowel mondharmonica speelde, zong alsook een gitaarwissel doorvoerde alsof het niets was. Muzikaal klonk het fasegewijs als een gehaaste, doch virtuoze versie van Kurt Vile, maar dan geproducet door ene MJ Lenderman. “Marooned” was een gitaarfestijn, net als wat later ook “Colorado”. Het is nog wat voorbarig met nog een dag te gaan, maar Greg Freeman kunnen we met potlood alvast opschrijven als een van de fijnste acts van de Lift.

Used @ Main Stage

© CPU – Chris Stessens

We zaten nog tot vrij laat met een gat in de planning van de Main Stage, maar daar was plots Used om dat op te vullen. Jo Eelen palmt zo al voor het vierde keer op vijf jaar een podium van Pukkelpop in, maar nooit voelde het grootser aan dan dit keer. Op voorhand hadden we echter best wel wat schrik dat de drum-‘n-bass niet zo goed zou aarden op klaarlichte dag en op zo’n groot podium, maar daar had de dj ook best goed over nagedacht. ‘Ik ben nog nooit zo klaar geweest voor iets als voor dit’, waren zijn bijna profetische woorden. En die nam ook het publiek ter harte. De eerste moshpits waren al relatief snel een feit, de bangers volgden elkaar in sneltempo op.

Zijn eigen nummers zong Eelen in de mate van het mogelijke zelf, voor onder meer DJ Fresh en Yeah Yeah Yeahs liet hij de muziek de klus klaren. En dat werkte, want de massa die zich voor de Main Stage had geplaatst ging echt wel hard. Of toch zeker de voorste vakken. Samen met de trippy visuals zorgde dat voor wilde taferelen, zeker toen “Go, Acid!” plots wel heel hard werd. Used amuseerde zich zienderogen, maar raakte zeker ook geëmotioneerd. Zijn verhaal over hoe het zijn droom was om in de Boiler te staan, en nu zelfs nog een aantal stappen verder was geraakt, was de ideale intro voor “You Say” – de eindspurt was ingezet. De dj verdiende veel respect voor zijn doortocht op de Main Stage, al was het maar omdat we bij hem echt zagen dat hij zijn hart en ziel in zijn set had gestoken. Grootser betekent soms dus effectief cooler.

Gurriers @ Club

© CPU – Nathan Dobbelaere

Drie jaar geleden maakte Gurriers zijn debuut op Pukkelpop, 2026 was het jaar van de glorieuze terugkeer. Toen stond een lege Lift nog te kijken naar een band die vooral op zoek was naar persoonlijkheid en slagkracht, maar van die tekortkomingen was gisteren echt niets meer te merken. Debuutplaat Come And See kwam in 2024 binnen als een bom en inmiddels zijn ze al aan het werken aan nummertje twee. Het waren gisteren bovendien de songs uit de nieuwe plaat die voor de momenten van extase zorgden: “Nobody’s Coming To Save You” als opjutter, “Party Lines” als doorstarter en “Nothing Happens Twice” als ultiem moment van vliegende ledematen en vallende zweetdruppels. Tijdens die song maakten overigens de mannen van de menselijke toren op Rock Werchter 2025 hun terugkeer, die met vier in mekaars schouder kropen en ‘it just happened twice’ op een bordje vasthielden. Het moment stond symbool voor de hele set: pure punkanarchie op z’n best, maar wel op een heel beredeneerde manier. Gurriers is als band enorm gegroeid en staat eigenlijk sterker dan ooit, dus is het dan vanaf nu reikhalzend uitkijken geblazen naar de nieuwe plaat.

Gurriers staat op 5 december in de Ancienne Belgique.

Selah Sue & The Gallands @ Marquee

© CPU – Jan Van Hecke

Selah Sue is een naam die bij elke Vlaming wel in het geheugen zit. De laatste jaren misschien wat minder, maar nu is ze helemaal terug. Ze bracht dit jaar samen met vader en zoon Galland het album Movin’ uit. De zangeres passeerde gisteren in de Marquee in deze formatie. Tijdens het optreden was het de krachtige en ook prachtige stem van Sue die de boel vooral droeg. Ook de versterking van de band en de achtergrondzangeressen kon goed vergezellen, begrijp ons niet verkeerd, maar die stem van de zangeres is toch wel een kracht die ze juist weet in te zetten. Soulvolle nummers als “Rise As One” en “In a Minute” bracht de band dan ook met veel overtuigingskracht en inleving wat bleef plakken bij ons als toeschouwer. Het concept is vrij simpel: goeie muziek en de juiste inzet. Wij kunnen dit hoofdstuk in de carrière van Sue samen met The Gallands van beide kanten dan ook wel smaken, en live al zeker.

Selah Sue & The Gallands staat op 20 december in het Koninklijk Circus.

Skye Newman @ Wave

© CPU – Nathan Dobbelaere

Skye Newman is 22 jaar, opgegroeid in South East London, en heeft met debuutsingle “Hairdresser” en de UK top 5-hit “Family Matters” al meer bereikt dan de meeste artiesten in een heel carrière. Haar debuut-EP SE9 Part 1 verscheen vorig jaar, met een tweede deel dit voorjaar. Op Pukkelpop stond ze voor een publiek dat voor een groot deel de hele dag had staan wachten tot ze opkwam, een groep tienermeisjes vooraan die bij geen enkele andere set die dag ook maar enig enthousiasme hadden getoond. De set zelf was eerlijk gezegd basic pop, netjes gebracht maar weinig dat echt onderscheidend aanvoelde, ook al is haar stem onmiskenbaar aanwezig. Het setdesign was ook opvallend sober in vergelijking met andere acts die we in de Wave zagen. “Family Matters” als afsluiter lokte de grootste reactie van de dag uit bij dit deel van het publiek, wat zegt genoeg over waarom ze kwamen.

Teen Mortgage @ Backyard

Herrie maken kan zo goed als iedereen, maar om het ook nog goed te laten klinken lukt maar een heel select groepje. In dat kransje mag zich Teen Mortgage toch wel als een exploot pur sang beschouwen. Het duo zette in eerste plaats vooral de kleinere zweterige concertclubs op zijn kop, al is hun catchy rifftornado ook gewoon gemaakt voor de iets grotere podia. De BackYard werd door het tweetal uit Washington D.C. vakkundig platgespeeld, al was de bulldozer voor Pukkelpop in eerste plaats toch net iets overweldigend. Het tempo lag hoog, de rustmomenten waren op een hand te tellen en het duo raasde als een Amerikaanse truck door hun discografie. James Guile, met een cool tweekleurig kapsel, jutte en maande iedereen op hard te gaan voor “Tuning In”. De respons was er in het voorste deel wel, maar verder dan de eerste rijen geraakte die energiepegel ook weer niet. Hun nieuwe single “Democracy Manifest” luidde de slotfase in die met “Oligarchy”, “S.W.A.S.” en “Faling Down” over genoeg dynamiet beschikte om een kraters van jewelste te veroorzaken. Dezelfde set in een zweterige club en het kot is op alle vlakken te klein.

Love Spells @ Lift

© CPU – Chris Stessens

Ergens halverwege het festival is een streepje cool vibes altijd welgekomen. Gisterennamiddag kregen we dat in de vorm van Love Spells. De piepjonge Amerikaans werd in het verleden al vergeleken met onder meer een energiekere versie van Cigarettes After Sex, al had hij het in de Lift heel moeilijk om te bewijzen dat hij er ook op zichzelf kon staan. We kregen namelijk een van de ongemakkelijkste momenten van Pukkelpop 2026 te zien. Het probleem was niet meteen duidelijk, maar toen Sir Taegan C’aion Harris werd aangekondigd, stond zijn band eerst nog een kwartier ongemakkelijk te wachten – op het podium.

Technische problemen die dus wel heel lang bleven aanslepen, maar toen iemand plots hevig met een stift in de setlist begon te schrappen, was de Amerikaan eindelijk daar. Gelukkig was hetgeen hij bracht wel meteen van een cool niveau. Love Spells bracht een maandje geleden zijn eerste album uit en had op Pukkelpop daar dus wel wat uit voor te stellen. Soms voelde dat ruwer, soms heel gladjes, maar altijd was het Harris’ stemgeluid dat de hoofdrol opeiste. De vocale breedte die de man uit Austin aankon was op bepaalde momenten indrukwekkend. En dat in combinatie met zijn voorkomen – hij zag er een beetje uit als de poppy Yves Tumor – zorgde voor een cool aura in de Lift. De groove sloot mooi aan bij de ‘LOVE IS THE LAW’-backdrop, en toen de Amerikaan zijn shirt uittrok en aan een dansbattle met zichzelf begon, waren we eigenlijk helemaal verkocht. De mondharmonica was een cool vleugje rock-‘n-roll in een set die vooral bol stond van de zwoele en chille vibes. Op zich dus wel een ontdekkinkje, die Love Spells, al zaten de omstandigheden hem niet echt mee.

Wet Leg @ Main Stage

© CPU – Nathan Dobbelaere

Wet Leg is een band die weet hoe ze een podium moet betreden: zonder veel fanfare opgekomen, maar met de rookmachines meteen op 100, zodat de band tegen het einde van het eerste nummer amper nog te zien was door de mist. De neongroene doorzichtige gitaar van Rhian Teasdale was een van de coolste visuele momenten van de avond. De nummers klonken over het algemeen ruwer en harder dan de opgenomen versies, wat niet voor iedereen werkte maar voor wie mee was juist extra energie gaf. Een collectieve schreeuw van het hele publiek halverwege de set was een van die momenten die een festivalset onvergetelijk maken. De opener en de laatste drie nummers, met “Chaise Longue” en “mangetout” als sluitstuk, waren de duidelijke hoogtepunten. Dat de band het podium tien minuten eerder verliet dan gepland zorgde even voor verwarring in het publiek dat nog stond te wachten op meer, maar ergens paste die abruptheid ook bij de sfeer die Wet Leg die avond had neergezet.

Maruja @ Club

© CPU – Chris Stessens

Maruja had nog iets goed te maken op dit festival. Vorig jaar tourde het viertal met zijn debuutplaat Pain to Power de wereld rond, maar moest door onfortuinlijke omstandigheden verstek geven voor de passage in Hasselt. In de tussentijd passeerden ze wel al in de Botanique, en hoewel het daar op zich wel meer dan prima klonk, kwam die gierende intensiteit van de plaat zelden echt naar boven. Eenzelfde vaststelling moesten we om verschillende redenen ook doen in de Club gisteren. De geluidsmix zat daar ongetwijfeld voor een groot deel tussen, want zelden hoorden we een bas zo modderig door een speaker dreunen dan die van Maruja gisterennamiddag. Maar er was wel nog wat meer aan de hand. Heel de show lang hing er een soort van arrogantie over het viertal. Niet het soort waardoor ze naar het publiek kijken alsof ze naar kak ruiken, maar net alsof ze zichzelf eigenhandig een godenstatus aanmeten en de tent de volgzame massa daarvan was. Opnieuw werd dat wel beantwoord met wat enthousiasme en gewelddadig gebots, maar die schaduw bleef wel over de hele set hangen. Misschien verwachten we er wel gewoon te veel van omdat het op plaat zo fantastisch is, dat kan ook natuurlijk.

The Subs @ Wave

© CPU – Jan Van Hecke

The Subs bestaat twintig jaar, en dat wil het drietal niet onopgemerkt laten voorbijgaan. Vorige keer stond er bijna twee en een half uur aan gekkigheden op het programma, gisteren moesten Jeroen De Pessemier en co de klus op een uur tijd klaren. Katalysator in dat geheel was nieuwste plaat SUBSTANCE, al nam de band daar geen genoegen mee. In de dagen richting Pukkelpop deed ze namelijk een reeks special guests uit de doeken, waardoor al vrij snel duidelijk werd dat het ook in deze jaargang een zootje ongeregeld zou worden. De intro voorzag de frontman door een klarinetsolo, en voor we het wisten stond Roméo Elvis de boel al op te zwepen met “Another Chance”.

Het pompte dus al vrij snel vrij hard bij The Subs en dan is De Pessemier op z’n best. Voor “Kiss My Trance” liet hij zich op een platform door het publiek dragen, bij “Shots” liet hij zijn vrouw Ogenn in duel gaan met Sylvie Kreusch. En zo hadden we bij “I Want To Dance Again” halverwege eigenlijk al de ultieme high bereikt waar de band op doelde. Dat het drietal die high bleef behouden met nog onuitgebrachte nummers, verdient ook kudos. “Sowieso” met Roméo Elvis ging wel erg lekker en ook het destijds wat ondergesneeuwde “Bela Lugosi” heeft zijn plek in de setlist niet gestolen. De wodka vloeide door “Fuck That Shit”, dus vanaf dan was het hek zowaar nog meer van de dam. Met nog vier nummers te gaan dook de frontman samen met Roméo het publiek in, waar ze na “Face of the Planet” de nieuwe “Pope of Dope” vonden: MEROL. De paus kwam op haar troon doorheen de zaal, liet zich likken door de Wave en was een van de redenen waarom The Subs zich na al die tijd terug op de kaart heeft gezegd. Hard.

Wunderhorse @ Marquee 

© CPU – Nathan Dobbelaere

Wunderhorse is een band die in korte tijd een indrukwekkende weg heeft afgelegd. Frontman Jacob Slater, voorheen de zanger van punkband Dead Pretties, bouwde Wunderhorse op van soloproject tot een viertal dat met debuutalbum Cub meteen lof oogstte en met opvolger Midas, geproduceerd door voormalig Rolling Stones-producer Craig Silvey, op nummer zes binnenkwam in de UK Albums Chart. Best Group bij de Rolling Stone UK Awards vorig jaar. Op papier een band die op Pukkelpop meer dan zijn plek verdient. Live is het dan ook zeker niet slecht, de nummers worden goed gebracht en de band klinkt strak, maar de set had op momenten iets eentonigs dat het moeilijk maakte om er vijftig minuten lang volledig in te blijven. Nummers als “Midas”, “Emily” en “Arizona” kwamen goed over, maar pas echt tegen het einde, wanneer de band zijn grootste nummers speelde en het publiek eindelijk volledig losging, voelde de set zoals hij had moeten voelen. Niet slecht, misschien gewoon niet wat we op dat moment van de dag nodig hadden.

Show Me The Body @ Backyard

© CPU – Chris Stessens

Show Me The Body draait inmiddels wel al een tijdje rond in het posthardcorecircuit en heeft sinds dit jaar ook een vierde plaat om voor te stellen. De band durft bovendien wel wat meer dan de concullega’s van het bewandelde pad treden, en ook op deze plaat zijn de invloeden uit hiphop, elektronica en sludgemetal onmiskenbaar aanwezig. Live blijft daar eigenlijk wel wat minder van over en ligt de nadruk nog steeds bij goeie ouwe hardcoreriffs en pompende breakdowns. Het begon stilaan echter wat de band te veel te worden op de Backyard, die alweer moeite had om de rangen te vullen en veel volk te trekken. De reactie, met uitzondering van de diehards die bij zowat elke band de barricades aanvallen, bleef heel de show lang nogal lauw en bedeesd. Niet dat de set daarom slecht klonk, maar het was allemaal net iets te grauw en grijs om kleur te geven aan de vooravond. Het moet nog blijken of dit een momentopname was in deze fase van hun carrière, maar een hoogtepuntje was dit niet echt.

Leisure @ Lift

© CPU – Chris Stessens

Funky en soulvolle dansbands zijn geen rariteiten meer en genieten zelfs van opvallend veel populariteit. Denk dan maar aan bands zoals Jungle, Maribou State, Parcels, L’impératrice en LEISURE. Het Nieuw-Zeelandse collectief ontstond na een paar spontane jamessies op vakantie en voor ze het wisten was een heel album afgewerkt. Ondertussen zijn er vijf albums uitgebracht en heeft de band honderden miljoenen streams weten te verzamelen. Een prestatie op zich dus en nadat ze eind 2025 de Ancienne Belgique nog aan het dansen kregen, meerden ze gisteren aan in Kiewit voor een luchtig optreden. Met een haast sprekend gemak zouden ze al bij de eerste minuten voor euforische momenten zorgen en op die golf bleven ze gedurende de rest van de set gewoon verder surfen. Muzikale hoogstandjes lieten ze daarvoor achterwege, maar dat was ook niet wat Pukkelpop nodig had. Ze keken vooral uit om te kunnen dansen en bewegen op zwoele en funky dansritmes. De beloftes werden vrij gemakkelijk waargemaakt en daar moest LEISURE vrij weinig gewicht voor in de schaal leggen. Het ging zodanig soepel dat LEISURE zich minuscule foutjes kon permitteren en dat het eigenlijk al niet meer uitmaakte. Het klonk gewoon heel ontspannen en werd gebracht zonder arrogantie. Om ze uit te roepen als de nieuwe Parcels is misschien wat kort door de bocht, maar de band uit Oceanië is er wel eentje die zomaar eens datzelfde parcours zou kunnen bewandelen.

New Wave @ Main Stage

© CPU – Chris Stessens

Op Pukkelpop weet je vaak op voorhand welke artiesten volksverhuizingen teweeg zullen brengen, en in alle eerlijkheid hadden we het gisteren bij New Wave drukker verwacht dan bij eender welke headliner. Het Nederlandse hiphopcollectief omvat onder meer Ronnie Flex, Lil Kleine, Lijpe, Frenna en Jack $hirak… en daarmee hebben we eigenlijk al voldoende gezegd. Pas op, de legacy die al die rappers bij mekaar hebben samengespeeld is iets waar je ergens wel respect voor moet hebben, alleen is het dan jammer dat we die op onze zestiende ook konden ervaren op de Scoutsfuif in het dorp. Maar goed, da’s langs de andere kant ook iets wat enorm goed werkt in Kiewit.

New Wave was dus een mes dat langs twee kanten sneed. Veel sfeer, veel hits die zelfs de niet-kenner kan meezingen… maar ook iemand die is aangeklaagd voor mishandeling van zijn vrouw die een lans breekt voor Palestina. Maar goed, “Krantenwijk” en “Alleen” zorgden voor een stofwolk voor de Main Stage, “Zeg Dat Niet” was het hitje dat je in het tweede middelbaar meezong en daarna totaal bent vergeten. Dat gold eigenlijk voor zo goed als elk nummer dat New Wave bracht – ken je “Loterij” nog? Moet daarnaast toch gezegd dat het collectief het wel zoveel mogelijk live deed; meer dan pakweg Roxy Dekker een dag eerder. Dus ja, verdient New Wave een plekje op Pukkelpop? Aan de animo die ze met zich meebrachten zou je denken te zeggen van wel. Zet ze in de AFAS Dome en het verkoopt ook uit, maar dat doet K3 en eender welk ander Studio 100-figuur ook. Het bestond.

Elmer @ Club

© CPU – Jan Van Hecke

De Nederlandse Merel Pauw, ook wel bekend onder artiestennaam Elmer, kon het Nederlandermoment aanvullen met New Wave op de Main Stage. De artieste moet nochtans niet onderdoen. Met gekke teksten en gezellige ritmes weet Elmer een feestje te bouwen. “haat” met lyrics over boterhamzakjes en “Fantastisch” over haar overleden moeder, werken vanzelfsprekend een ludieke insteek in de hand. Haar opkomende album gaat naar eigen zeggen over mannen, positief en negatief, en dat werd aangevuld met een liedje over vreemdgaan. Tijdens de nummers doet Elmer bijna aan method acting met een theatrale présence. Dat komt de komische, maar spitsvondige teksten ook nog eens ten goede. Met een dikke beat onder het provocerende “Je Vader” werd de set, officieel twintig minuten te vroeg, overtuigend afgerond. Als afsluiter ging Elmer nog even crowdsurfen terwijl de snoeiharde beat stilletjesaan ten einde kwam. De show van de Nederlandse had van ons gedurende die twintig minuten wel nog mogen verder borrelen.

Elmer staat op 30 oktober in de Ancienne Belgique.

Dijon @ Marquee

In het rijtje van strafste Pukkelpop-boekingen van dit jaar hoort Dijon wat ons betreft helemaal bovenaan. De kans dat je een van de meest intrigerende r&b-stemmen van deze eeuw te pakken krijgt, is namelijk behoorlijk klein. De Amerikaanse multi-instrumentalist maakt immers maar heel zelden de oversteek naar Europa. In de nasleep van zijn tweede album Baby lukte het Pukkelpop dan toch om hem voor het eerst naar België te halen. Dat die primeur voor de nodige anticipatie zorgde, voelden we omstreeks acht uur in de Marquee. Met de lovende woorden over zijn recente passage op Coachella in het achterhoofd kon dit dus bijna niet anders dan een weergaloos optreden worden. En of Dijon gisteren naar de sterren greep; de woorden ‘fenomenaal’ en ‘memorabel’ flitsten het hele optreden lang haast onafgebroken door onze aanhoudende maalstroom aan gedachten.

Dezelfde enscenering als op Coachella kregen we op Pukkelpop weliswaar niet voorgeschoteld, maar uiteindelijk kwamen we natuurlijk vooral voor de muziek. En die was een uur lang van een uitmuntend niveau. Zijn kenmerkende, brokkelige r&b-sound werd met behulp een fantastische band piekfijn tot leven gebracht, terwijl Dijon zelf niet bepaald de meest nadrukkelijke frontman bleek. Toch hing de Marquee een uur lang aan zijn lippen. De virtuositeit die hij tijdens “HIGHER!” en “Big Mike’s “op ons afvuurde, deed bij momenten zelfs aan Prince denken, terwijl de manier waarop hij zijn band best subtiel aanstuurde tijdens “alley-oop” dan weer duidelijke d’Angelo-trekjes had. Het resultaat was een set die tegelijk intiem, technisch verbluffend en gewoon eenmalig aanvoelde. “Rodeo Clown” was een pijl die ons diep in ons hart raakte en het finale “Automatic” werd zodanig innemend gebracht dat elk haartje op ons lichaam spontaan ging rechtstaan en een diepe buiging maakte voor Dijon en zijn band. We wikken en wegen onze woorden en toch; Dijon bracht een loepzuiver optreden dat we op die manier nog nooit hadden meegemaakt. Vijf sterren? We zouden zelfs richting zes durven tenderen, zo aardverschuivend voelde het aan.

Natasha Bedingfield @ Wave

© CPU – Jan Van Hecke

Bij wie in de nillies de radio wel eens heeft opgestaan, doet de naam Natasha Bedingfield waarschijnlijk wel een belletje rinkelen. Dat niet alleen: de jeugd kent de zangeres van wereldhit “Unwritten” natuurlijk ook. Daarom was die jeugd ook talrijk vertegenwoordigd in de Wave tijdens haar show waarmee ze deze zomer een revival in de hand werkt. Opkomen deed ze dan in een extravagante blauwe regenjas, waarbij die ene leerkacht zou zeggen dat het binnen niet zou regenen als je te lang je kap aanhebt. Dat terzijde, “Love Like This” en bijhorende sterke vocals kwamen wel direct goed binnen. Met nog redelijk soulvolle pop kwam de set op gang, al kon het met momenten net iets spannender gemaakt worden. Daarenboven heeft Bedingfield wel de kracht in haar stem om je in haar grip te houden. Beter ook, want de zangeres kon rekenen op stampvolle Wave.

Naast dat wereldhitje heeft nog wat klassiekertjes zitten. Zo kon “Pocketful of Sunshine” op veel bijval rekenen. Met een vlotte interpolatie van Kate Bush’s “Running Up That Hill” kwam de nodige variatie er een beetje meer door. Ook “These Words” deed de keelgaten spontaan openen. Maar eerlijk, wij voelden de nostalgie en de liefde dan ook wel. Nog een interpolatie, dit keer The Cranberries’ “Zombie”, kon het publiek tekeer doen gaan. Bedingfield deed met haar versie het nummer nog altijd alle verdiende eer aan. Ook met nieuw nummer “Dot Dot Dot” bewees de zangeres dan haar veelvuldigheid. Toch werkte “Unwritten” uiteraard als kers op de taart. Bedingfield heeft haar talent duidelijk niet laten liggen in die goeie oude nillies en blaast haar carrière nieuw leven in in dit mooie decennium.

Deafheaven @ Backyard

© CPU – Chris Stessens

Goed, met Deafheaven werd de piek der brutaliteit op de Backyard eindelijk bereikt voor deze editie. Blackgaze klinkt voor de onwetenden misschien als iets obscuur, maar is in se gewoon een amalgaan van shoegaze en black- of deathmetal. Hoe zwaar de ene of andere doorweegt varieert van band, en zelfs Deafheaven durft al eens afwijken van de standaardformule. Met het vorige jaar uitgebrachte Lonely People With Power trokken ze echter weer resoluut de kaart van de zwarte gewaden, wat zich ook live doortrekt. De nieuwe plaat vormde het skelet van de set gisteren, voor de trouwe fans werden er nog enkele extra cadeautjes aan vastgehangen.

De setting was alleszins ideaal. Bij valavond, net nadat de bende van New Wave voor het dieptepunt van dit festival had gezorgd en onwetende tieneroortjes zich nog in de gevarenzone van de punkstage bevonden, scheurde de band vanaf minuut één met “Incidental I” alles kort en klein. Het was alsof er een vloedgolf aan zwarte energie neerdaalde op het terrein, al bleef die golf de komende 50 minuten maar komen zonder op te houden. “Magnolia” was een logisch hoogtepunt met vliegende vuisten als gevolg, terwijl “Winona” helemaal achteraan de set voor rechtstaande haren zorgde. De passage van Deafheaven was op z’n minst een opvallende voor dit festival, maar zonder meer was het ook een van de meest beklijvende shows van het weekend.

Aili & Orson @ Lift

Het was alweer even geleden dat we iets van haar hadden gehoord, maar Aili is klaarblijkelijk terug van weggeweest. En meer nog, haar vaste compagnon Orson maakt sinds nu ook deel uit van de artiestennaam. In de Lift kwam het duo een nieuw hoofdstuk op gang trappen, al moest het daarvoor wel opboksen tegen een aantal publiekstrekkers. Een aardig gevulde tent zag in elk geval een upgrade van de band die we al kenden, ook op vlak van productie. Iets grootser, ietsje meer lichten en vooral ook meeslepender dan in het verleden. Dat Aili de vrijheid heeft los te komen van alle instrumentatie, zorgde er gisteren ook voor dat de muziek meer tot leven kon komen. Een woord valt ze nog altijd niet van te begrijpen, maar daar zit het ‘m bij het duo niet in. Het is het algemene verhaal, waarbij je de boodschap snapt via de muziek. En daar sterken Aili en Orson zich ook in, want net doordat ze dat zo ontspannen brengen, komt het allemaal des te intenser over. Hadden we niet beter geweten, dachten we dat de Lift in Japan lag in plaats van in Kiewit. Dat nieuwe verhaal is bij deze dus al goedgekeurd.

Deftones @ Main Stage

Deftones behoeft weinig introductie. De Sacramento-band is al meer dan dertig jaar een van de meest invloedrijke namen in alternatieve metal, met een catalogus die van Adrenaline over White Pony tot het recentere Private Music loopt en op elke stap van de weg iets nieuws heeft geprobeerd. Op Pukkelpop was het gevoel van reverentie in het publiek palpabel voor de eerste noot viel. De band speelde strak en goed, zoals we van hen verwachten, met “Be Quiet and Drive”, “Change (In the House of Flies)” en “My Own Summer” als de onvermijdelijke hoogtepunten die iedereen kende. Het negatiefste dat we over de set kunnen zeggenn gaat niet eens over de band: de moshpits waren bitter teleurstellend voor een band met een geschiedenis zoals deze en het publiek leek soms meer bezig met het moment dan met de muziek zelf. Dat Chino Moreno een klapritme aanduidde dat door de helft van het publiek op een andere beat werd gevolgd was grappig, maar ook lichtjes ongemakkelijk. En de set was met tien minuten te vroeg afgelopen, waardoor klassiekers als “Passenger” of “Knife Prty” gewoon niet gespeeld werden. Voor een band van dit kaliber voelde dat achteraf gezien als een gemiste kans.

Nu Genea Live Band @ Club

Dansen geblazen met Nu Genea! Voor wie dat gebrul en gebeuk van Deftones toch allemaal iets te depressief was, kon terecht in de Club voor een royale portie goedgeluimdheid en ambiance. Nu Genea bestaat uit twee Napolitaanse producers die stukjes muziekgeschiedenis nieuw leven proberen in te blazen. De liveband beschikt over drie zangeressen, een blazer en nog een hoopje alleskunners. Voor de nieuwe plaat People of the Moon haalde het duo wat meer inspiratie uit Oosterse klassiekers dan enkel uit de lokale muziek van onder de Vesuvius, maar het best kan je het project nog altijd samenvatten met songs als “Tienaté”. Vier minuten zonnestraaltjes en helderblauw water in muziekvorm gegoten, met het lokale dialect als voertaal. En of dat live zijn gewenste effect had. Een tot de nok gevulde Club stond een uur lang op zijn kop en deed temperaturen tot ongezien hoogtes stijgen, terwijl de drie zangeressen centraal op het podium maar bleven ophitsen. De ideale band in de ideale setting om deze avond feestend in te zetten.

Amyl and The Sniffers @ Marquee

© CPU – Jan Van Hecke

Wat een triomftocht zijn de laatste jaren toch al geweest voor Amy Taylor en haar Sniffers. Van de bescheiden begindagen als lokaal punkgroepje in het verre Australië, groeiden ze inmiddels uit tot een van de gitaarexportproducten van het land. Dat bracht hen al tot in alle uithoeken van de wereld, niet in het minst de Coachella’s of Primavera’s van deze wereld, en gisteren dus voor de tweede maal naar de weide in Kiewit. In principe reizen ze nog steeds rond met de plaat Cartoon Darkness als voor te stellen muziek, en intussen groeiden heel wat van die nummers (en zeker ook van de vorige Comfort To Me) uit tot relatief grote commerciële hitjes. Geen verrassing dus dat ze dus laat in de Marquee stonden én er heel wat volk voor was opegaagd.

Met “Satisfaction” van Benny Benassi, in de Denderstreek ook wel bekend als “Daaf Moi”, werd de toon meteen gezet: niet te serieus, maar ook niet ál te onnozel. Gitarist Declan Mehrtens en depannagebassiste Lakota Vella zetten met songs als “Do It Do It” en “Doing In Me Head” het tempo echt retestrak, wat aan Amy Taylor de ruimte gaf om vrij in het rond preken en verwijten te spuwen. Op zich was de sfeer in de tent op dat moment al bloedheet, maar pas wanneer recente hitjes als “Me and The Girls” of “Jerkin’” passeerden begon het publiek te koken. Crowdsurfers, megalomane moshpits, bloedneuzen… niet echt een gebrek aan chaos onder de aanwezigen, in groot contrast met de show die net heel strak uitgevoerd werd. Bij elke passage heerst Amyl & the Sniffers nog een beetje harder dan de vorige, dus het zal vermoedelijk niet voor de laatste keer zijn dat ze zo’n mooie spot op de line-up krijgen.

Kölsch Live @ Wave

Met een volle Wave kon Deense dj en producer Kölsch eraan beginnen. Gegoten in een strak pak met een mooie hoed à la Gustaph pronkte de Deen mooi voor de dag. Met twee kasten aan knopjes en een draaitafel, met je raadt het nooit, knopjes kon de dj elektronische muziek op ons afvuren. Dansen was toegelaten, zelfs aangeraden, maar toch bleven de beats aan de laagdrempelige kant. Ze waren wel enigszins entertainend, maar ook een tikkeltje langdradig. Geen echte climaxen en geen echte adrenaline. Wat we ons ook afvroegen, was wat het geheel van de show zo opmerkelijk zou maken. Voor ons was dit eerder een ietwat monotone dj-set. We hadden met de titel ‘Kölsch Live’ ook eerlijk gezegd wat meer livefactoren verwacht. Okay, we hebben de man live aan zijn knopjes zien draaien, maar dat maakt de paus nog niet heilig. Hebben we het naar ons zin gehad? Met momenten ja, maar een wauw-effect bracht de show van Kölsch niet direct teweeg.

JPEGMAFIA @ Backyard

© CPU – Nathan Dobbelaere

JPEGMAFIA, liefdevol Peggy genoemd, brengt een heel specifiek soort publiek met zich mee, en dat was op Pukkelpop niet anders. Chronisch online, enthousiast, en met een gedeeld referentiekader dat je niet altijd kan uitleggen aan wie er buiten staat. Dat is geen kritiek, het is gewoon hoe het werkt bij een artiest wiens muziek zo diep geworteld is in een bepaalde internetcultuur. De grote verrassing van de set was dat Peggy ditmaal een volledige live band meebracht, wat een extra dimensie gaf die je bij veel rapartiesten mist als ze enkel met een dj afkomen. De eerste drietal nummers hadden helaas een geluidsprobleem, waarbij Peggy quasi niet te horen was ondanks een voorafgaande soundcheck, wat extra jammer was voor een artiest wiens teksten zo centraal staan in zijn werk. Peggy zelf sprong van het ene naar het andere nummer in een tempo dat soms schizofreen aanvoelde, maar ook exact past bij de manier waarop zijn muziek werkt: fantastisch als je er volledig in mee gaat, maar anders maar wat geschreeuw over een rare beat. Het meest opvallende moment was hoe het publiek praktisch volledig stil werd telkens een nummer van zijn recentste, minder goed ontvangen album weerklonk. Dat contrast met de uitbarsting op de vertrouwde nummers zei meer dan elke recensie ooit kon.

PARTYOF2 @ Lift

© CPU – Chris Stessens

Of Pukkelpop nog goesting had in een hiphopfeestje? De Lift puilde niet uit voor PARTYOF2, maar het feestje was wel aan. Jadagrace en SWIM zijn voor het eerst in langere tijd in Europa en hadden voor de gelegenheid een gitarist en drummer meegenomen. De twee waren perfect op elkaar afgestemd en waren niet zo afstandelijk als andere rappers dat soms wel durven zijn. Na een paar grouptherapy-nummers, waarvan het duo een deel van uitmaakte, gooiden ze het roer even een andere richting uit. “FEEL LOVE” bracht een frisheid in de set, wat mede mogelijk werd gemaakt door de leuke productie van KAYTRANADA. Niet elk nummer kreeg de puntjes op de i en toch stoorde dat in deze fase niet bij PARTYOF2. Dat kwam door de spitsvondigheid die “PUNK B!TCH” en “VANESSA WILLIAMS” toevoegden, al zullen we er nu ook weer geen wereldnummers van maken. “SURVIVOR’S REMORSE” verloor als een van de laatste nummers wel aan essentie en urgentie door een wel heel kromme geluidsmix. “JUST DANCE 2” redde de meubelen mede door die heerlijke flow van SWIM. Slotsom “poser” ontketende zelfs nog een frivool feestje. PARTYOF2 miste enkel nog confetti en die ene extra hit en dan was het feestje helemaal compleet.

Apparat @ Club

De kracht van een eigen geluid is iets wat Sascha Ring altijd voorop heeft gezet in het maken van zijn muziek. Of het nu met Moderat is of met zijn eigen project Apprarat; de sound is zodanig herkenbaar dat je weet dat Ring erachter zit. De Berlijnse producer en componist bracht eerder dit jaar een nieuw album uit en pikte zo de draad na enkele jaren Apparat-stilte weer op. Gisteren stond hij rond de overgang naar de nieuwe dag in de Club en dat was zowaar de best mogelijke plek. Ondanks de stevige concurrentie van headliner Florence + The Machine stond de tent vol en dat met mensen die echt wel fan zijn van zijn muziek. Het optreden bouwde Ring gestaag op waardoor onze polsslag even gestaag mee ging met de bpm’s. Alhoewel, voor een elektronische act was het bij Apparat toch vooral live te doen. Van blaasinstrument tot viool en gitaar; het zorgde allemaal mee voor een coherent en vol geheel. “Hum of Maybe”, de titeltrack van zijn laatste album, kregen we al vrij vroeg en werd mooi als uitgangspunt gebruikt voor al wat er zou volgen. De verhaallijn zat knap in elkaar en ondanks het gebrek aan een volledige escalatie kreeg Apparat de mensen wel aan het bewegen.

Apparat staat op 5 oktober in het Koninklijk Circus.

Underworld @ Marquee

Underworld probeert zichzelf nieuw leven in te blazen, niet per se onnodig voor een band die eigenlijk in de jaren negentig haar hoogtepunt kende. Weinig mensen zullen de associatie tussen ‘Underworld’ en ‘relevant’ nog maken, maar de hoge feestspotjes op festivals blijven ze toch ontvangen? Is het door die ene megahit? Of speelt er toch nog wat meer? Onderzoek bracht geen antwoord, want de set van het Britse duo was op zich een fijne raveset, maar bleef toch teren op het moment dat “Born Slippy” zou passeren. Wat er dan vernieuwend aan deze gedaante van Underworld is, blijft nog steeds het vraagteken, maar het was wel plezant. En is dat niet het belangrijkste?

Dom Dolla @ Wave

Hij ziet er met zijn pornosnorretje een beetje uit als een surfer, maar Dom Dolla doet vooral als dj harten sneller slaan. De Australiër is al enkele jaren een van de absolute posterboys in de housewereld en draait tevens ook al een aantal jaren bovenaan mee. Normaliter verwacht je een naam van zijn kaliber op een topspot in de Boiler Room, maar Pukkelpop schoof hem nadrukkelijk op het laatste slot in de WAVE. En dat met goede redenen, want de Australiër had een knappe productie meegenomen uit Down Under. Zijn dj-booth was een soort altaar waar hij achter stond terwijl achter hem toepasselijke visuals werden geprojecteerd. De grootste eyecatcher waren echter de lazers, die op goedgemikte momenten de zeilen van de Wave kleurden. Naast eigen mixes en nummers kregen we ook nog een paar genregenoten en legendes in de blender gegoten. Faithless en Kettama vormden daarin een van de verrassende tandems. Ook Kendrick Lamar passeerde met “m.A.A.d city” in een trippy sausje en een reprise van “Addicted to Bass” had genoeg ruggengraat om de bass te laten pompen. Dom Dolla surfte op zijn eigen golven, die toch iets groter waren dan we hadden gedacht. Een succes, deze set van Dom Dolla.

Niels Orens @ Lift

Niels Orens is een Belgische elektronische producer en liveperformer die zijn werk opbouwt rond de convergentie van akoestische instrumentatie en elektronische productie, waarbij organische geluiden worden omgevormd via synthese en processing tot meeslepende composities vol textuur en ruimtelijkheid. Met een achtergrond die samenwerkingen met Max Cooper omvat en optredens op grote Europese podia, heeft Orens al bewezen dat hij zijn eigen niche heeft gevonden. Op Pukkelpop stond hij met een relatief stripped back setup in de Lift, elektronische muziek vergezeld van een drumstel, wat de set zowel fysiek als intiem maakte. Het publiek bleef redelijk rustig, maar dat paste ook bij de muziek: dit is geen set om in te moshen, eerder een hallucinante ervaring die je in een andere staat van bewustzijn probeert te brengen, met energieke uitbarstingen die als welkome onderbrekingen kwamen. Nummers van zijn ep die eerder dit jaar uitkwam vormden de basis van de set. Dat er niet al te veel volk stond, had waarschijnlijk meer te maken met de concurrentie van Underworld op hetzelfde moment dan met de kwaliteit van wat Orens neerzette. Want die kwaliteit was er. Hij is duidelijk al een meester van zijn werk, en hoe ver hij dit nog kan doortrekken is een vraag die we graag beantwoord zouden zien.

Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!

Onze recensie van Florence + The Machine lees je hier.
Alle recensies van Pukkelpop 2026 lees je hier.

Deze recensies werden geschreven door Lucas PalmansSimon Meyer-HornSimon VyvermanTjorven Florin en Robbie Allemeesch.