20 vrouwen in de menopauze kregen 12 maanden lang een behandeling met de hormonen estriol en progesteron. Na een jaar gaven ze allemaal aan minder concentratieproblemen te hebben. Ook werkte hun geheugen beter en konden ze vlotter denken. Maar de studie was klein en de arts die de behandeling bedacht, adviseert ook het bedrijf dat ze verkoopt.

Namen vergeten, of de draad kwijtraken in een vergadering: veel vrouwen tussen 45 en 60 herkennen die ‘brain fog’ en er bestaat geen enkel geneesmiddel dat ervoor is goedgekeurd. Wie ermee naar de dokter gaat, krijgt vaak te horen dat het nu eenmaal bij de overgangsperiode hoort.

Dat was de aanleiding voor een studie van neurologe Rhonda Voskuhl van UCLA Health. “Oestrogeen speelt een goed gedocumenteerde rol in de bescherming van de hersenen en toch is er nog altijd geen goedgekeurd type en dosis behandeling die specifiek gericht is op de cognitieve klachten die zoveel vrouwen tijdens de menopauze ervaren.” Vrouwen krijgen volgens haar te horen dat ze er maar mee moeten leren leven, “terwijl er wel degelijk een neurowetenschappelijke basis voor is en mogelijk ook een manier om er iets aan te doen”.

Oestrogeen dat elders aanmeert

De behandeling gebruikt niet het oestrogeen dat in de Verenigde Staten gangbaar is. Dat is estradiol, de krachtigste vorm van oestrogeen. Voskuhl koos voor estriol, een zwakkere variant die het lichaam vooral tijdens de zwangerschap zelf aanmaakt. In Europa en Azië wordt het al decennialang voorgeschreven tegen opvliegers en klachten aan de blaas en de vagina.

Het verschil zit in waar de twee hormonen zich vasthaken. Hersencellen hebben minuscule aanlegplaatsen waar hormonen op passen, zoals een sleutel in een slot. Er bestaan twee grote types; estradiol en estriol hebben elk een voorkeur voor een ander type. Volgens Voskuhl maakt dat uit voor wat er daarna in de hersenen gebeurt.

Waarom niet gewoon het gangbare hormoon? “Estradiol is niet gebruikt omdat de WHI- en KEEPS-studies bij vrouwen begin jaren 2000 geen voordeel lieten zien en bij sommigen zelfs een verslechtering”, antwoordt ze. Dat waren twee grote Amerikaanse onderzoeken naar hormoontherapie bij vrouwen na de overgang; ze leverden geen overtuigend bewijs dat zulke therapie het denkvermogen beschermt.

Haar redenering is dus vooral een beweging weg van iets. “Deze onderzoeksstrategie is een verschuiving weg van een oestrogeentype met negatieve of op zijn best inconsistente gegevens uit het verleden over cognitie en borstkankerrisico en naar een oestrogeentype met een sterke staat van dienst op het vlak van veiligheid.”

Wat de vrouwen zelf zeiden

De opzet van de studie was eenvoudig. De deelneemsters, gemiddeld 53 jaar oud, vulden voor de start een vragenlijst in over hun klachten. Daarna kregen ze 12 maanden lang een op maat afgestemde combinatie van estriol en progesteron. Na dat jaar vulden ze dezelfde lijst weer in.

Op alle onderdelen scoorden ze beter dan bij aanvang van de studie: concentratie, werkgeheugen, denksnelheid, het onthouden van woorden en het oplossen van problemen. Geen enkele deelneemster ging erop achteruit.

Die vragenlijst is geen bestaande, breed gebruikte test. Voskuhl ontwierp hem zelf en hij draagt haar naam. Ze verdedigt die keuze door te wijzen op de alternatieven, die ontwikkeld zijn om dementie op te sporen. Die zijn volgens haar “ongevoelig en niet op maat van gezonde vrouwen in de menopauze met brain fog”.

Wil je niets van Scientias missen? Voeg Scientias toe als voorkeursbron op Google dan zie je al onze verhalen!

Ook muizen kregen estriol

Om te begrijpen wat er in het hoofd gebeurt, behandelde het team daarnaast vrouwelijke muizen van middelbare leeftijd met estriol. In hun hippocampus, het hersengebied dat als een archiefkast voor herinneringen werkt, waren er minder tekenen van schade. De dieren presteerden ook beter op geheugentaken.

Doet dat muizenwerk niet het echte overtuigingswerk, terwijl de data bij mensen dun blijven? Voskuhl erkent die beperking, maar draait de vraag om. “Muizen zijn geen kleine mensen, maar muismodellen worden uitgebreid gebruikt bij de ontwikkeling van geneesmiddelen voor mensen.” Volgens haar zijn de twee sporen complementair: “De combinatie van beide is nodig voor geneesmiddelenontwikkeling, ze vullen elkaar aan en beide hebben is overtuigend.”

Wat deze studie niet kan aantonen

En daar wringt de schoen. De vrouwen wisten dat ze behandeld werden. Er was geen groep die een nepmiddel kreeg en niemand werd door loting aan een groep toegewezen. Klachten die iemand zelf inschat, verbeteren vaak snel wanneer die persoon weet dat er iets aan gedaan wordt. Bovendien schommelt ‘brain fog’ sowieso.

Voskuhl ontkent dat niet, maar wijst erop dat de studie ook nooit als een klinische proef is gepresenteerd. Wat ze publiceerde, is een reeks beschreven ziektegeschiedenissen zonder vergelijkingsgroep; een van de zwakste vormen van klinisch bewijs. “Dit is een case series en het voldoet aan de definitie van de publicatie van een case series.”

Dat elke deelneemster vooruitging, vindt ze wel betekenisvol. “Het feit dat elke patiënte na 12 maanden behandeling in enige mate verbeterde, is een consistentie die meer is dan toevallige variatie.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!

Op de vraag of er ook objectieve, gestandaardiseerde tests werden afgenomen, geeft ze geen rechtstreeks antwoord. Ze verwijst naar de statistiek: het woord ‘significant’ slaat op de kans dat de verandering bij één individu na 12 maanden op toeval berust. Dat zegt iets over de rekenmethode, maar niets over de vraag of iemand anders dan de deelneemster zelf de vooruitgang heeft gemeten.

Dan is er nog de belangenverstrengeling. Voskuhl vond de behandeling uit, UCLA bezit het patent en de universiteit verleent een licentie aan het bedrijf CleopatraRX, dat het middel op de markt brengt als PearlPAK. Voskuhl is medisch adviseur van dat bedrijf. Ze noemt die constructie in de Verenigde Staten gangbaar en verwijst naar het beleid rond belangenconflicten van haar universiteit. Wat haar eigen rol betreft is ze specifiek: “Het verzamelen van de gegevens is niet door mij gedaan. De statistische analyses zijn niet door mij gedaan. Ik had geen toegang tot de database.” Ze ontwierp de vragenlijst en schreef mee aan de studie.

Over de veiligheid op langere termijn dan een jaar, met name voor het baarmoederslijmvlies en het borstweefsel, blijft ze kort. Estriol wordt in Europa en Azië al meer dan 40 jaar gebruikt, zegt ze, en werd in oudere publicaties “het veiligste van de oestrogenen” genoemd.

We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Het beruchte buikvet blijkt nog slechter dan gedacht: het versnelt veroudering van hart en bloedvaten en Vrouwelijke hormonen maken opioïden aan en zorgen zo voor natuurlijke pijnstiller. Of lees dit artikel: De testosteronmythe: mannen nemen helemaal niet meer risico door dit hormoon.

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

!