Onderzoekers hebben 1.260 stukjes DNA gevonden die samenhangen met de vijf grote karaktertrekken. 824 daarvan waren nog nooit eerder in verband gebracht met een specifiek persoonlijkheidskenmerk. Toch kan daarmee verrassend weinig gezegd worden over wie je bent
De vijf karaktertrekken in kwestie zijn extraversie, vriendelijkheid, gewetensvolheid, emotionele instabiliteit en openheid voor nieuwe ervaringen. In de psychologie zijn deze gekend als de “Big Five”. Zowat elke psycholoog werkt ermee.
Tot nu toe was echter weinig bekend over het genetische aspect ervan. Daar komt nu verandering in. Voor gewetensvolheid waren tot nu toe 3 stukjes DNA bekend. Dat zijn er nu 131 geworden. Emotionele instabiliteit ging van 224 naar 706.
Duizenden minuscule duwtjes
Wie hoopt op een soort gen voor extraversie komt hier bedrogen uit. De effecten van de afzonderlijke stukjes DNA zijn belachelijk klein.
De onderzoekers becijferden dat. Per karaktertrek zijn er gemiddeld ruim 16.000 van die plekken in het spel, elk met een verwaarloosbaar effect. Samen verklaren al die veelvoorkomende varianten 4,8 tot 9,3 procent van de verschillen tussen mensen. Meten onderzoekers de persoonlijkheid met een betrouwbaardere, langere vragenlijst, dan loopt dat op tot ongeveer 13 procent.
Onderzoek met tweelingen komt uit op 40 tot 60 procent. Het verschil zit vermoedelijk in zeldzame varianten en in het samenspel tussen genen. Dat zijn dingen die deze methode niet oppikt. De omgeving blijft hoe dan ook zwaar meewegen.
Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!
Niet omgeving, maar opleidingsniveau speelt grote rol
Als je in de bevolking een verband vindt tussen DNA en gedrag, kan dat komen doordat ouders hun kind niet alleen genen doorgeven, maar ook een huis, een buurt en een opvoeding. Dat is een klassiek probleem in dit vakgebied.
Om die twee uit elkaar te trekken, keken de onderzoekers binnen gezinnen, naar broers, zussen en tweelingen die grotendeels dezelfde omgeving delen, maar niet dezelfde genen. Bij persoonlijkheid bleef de voorspelling daar vrijwel even sterk: 96 procent van het effect hield stand.
Het opleidingsniveau is een heel ander beest. Daar houdt het effect voor slechts zo’n 60 tot 75 procent stand zodra je binnen het gezin kijkt. De rest blijkt te maken te hebben met wat ouders naast hun DNA doorgeven.
Ook partnerkeuze speelt bij persoonlijkheid nauwelijks een rol. Mensen zoeken elkaar veel sterker op qua opleiding dan qua karakter.
Leestip: Je persoonlijkheid verandert tijdens je leven veel meer dan je denkt
Van depressie tot verhuizen
De onderzoekers legden hun resultaten vervolgens naast 85 andere kenmerken. Emotionele instabiliteit hangt genetisch samen met vrijwel elke vorm van psychisch lijden, het sterkst met angst en somberheid. Gewetensvolheid gaat samen met minder middelengebruik, meer sport, een lager gewicht en minder ziekenhuisopnames. Openheid bleek genetisch verbonden met een grotere kans om op latere leeftijd in een kosmopolitische stadsbuurt te wonen.
Mensen met een genetisch profiel dat neigt naar openheid en vriendelijkheid vullen vaker de optionele vragenlijsten in. Wie meer richting emotionele instabiliteit neigt, haakt vaker af of antwoordt “weet ik niet”. Persoonlijkheidsgenetica kleurt dus mee wie er überhaupt in wetenschappelijke datasets terechtkomt; volgens de onderzoekers is dat een onderschat probleem in al het onderzoek dat op vragenlijsten steunt.
Kanttekeningen
Deze genetische scores kunnen het gedrag van een individu niet voorspellen. Dat willen de onderzoekers zelf benadrukken. Ze werken statistisch, over enorme groepen heen, en zeggen niets over de vraag of jouw kind morgen extravert of vriendelijk wordt.
Daarnaast heeft ongeveer 95 procent van de deelnemers een Europees genetisch profiel. Voor mensen met een Afrikaans profiel was de groep ruim tien keer kleiner, werkte de voorspelling veel slechter en lukte ze voor 2 van de 5 karaktertrekken helemaal niet. Voor de rest van de wereld zijn er nauwelijks gegevens. Daarnaast wordt persoonlijkheid nog altijd met vragenlijsten gemeten, met alle ruis van dien.
Wie zichzelf nu wil laten testen om te weten hoe zijn karakter in elkaar zit, kan dat idee dus beter laten varen. Het enige wat de 1,14 miljoen gebruikte DNA-monsters opleveren, is een landkaart van de mensheid, niet van jou als individu. Daarvoor blijft de spiegel voorlopig een preciezer instrument.
Wil je niets van Scientias missen? Voeg Scientias toe als voorkeursbron op Google dan zie je al onze verhalen!
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:
!