Hij weet niet meer hoe je heet, maar begint wel te stralen zodra je binnenkomt. En hij heeft geen idee wat hij eerder die dag heeft gedaan, maar zingt moeiteloos mee met de muziek van zijn favoriete voetbalclub. Hoe kan het geheugen tegelijk verdwijnen én blijven werken? Wiesje van der Flier, neuropsycholoog en directeur-bestuurder bij Alzheimer Nederland, legt uit waarom de ene herinnering langer blijft bestaan dan de andere.

Geheugen loopt als een spoor door je brein

Dat het geheugen bij mensen met dementie soms wel, en soms niet lijkt te werken, heeft ermee te maken dat niet al onze herinneringen op één plek in de hersenen zitten, vertelt Van der Flier. Volgens haar moet je herinneringen meer zien als een netwerk, of een soort ‘geheugenspoor’.

Geheugensporen lopen dwars door de hersenen en verbinden alle gebieden die er iets mee te maken hebben. Zo kan het dat de geur van het huis van jouw grootouders een bepaald gevoel oproept. Of herinneringen aan gebeurtenissen die in dat huis plaatsvonden. ‘Dat is allemaal verbonden in de hersenen.’

Rijke herinneringen onthoud je langer

Hoe meer van zulke haakjes er aan een herinnering zitten, en hoe vaker je die hebt herhaald, hoe groter de kans dat je iets op lange termijn blijft onthouden, vertelt Van der Flier. Daarom zijn jeugdherinneringen voor mensen met dementie makkelijker op te halen dan iets wat in het recentere verleden is gebeurd. Ze liggen dieper verankerd.

Maar ook muziek is een goed voorbeeld. Een liedje heeft namelijk een ritme, tekst, toonhoogte én dynamiek. Dat zijn allemaal haakjes. Ook zit er een bepaalde volgorde in, wat het makkelijker maakt om te herinneren. Je spreekt dus ontzettend veel verschillende hersengebieden aan wanneer je naar muziek luistert.

Mensen ervaren bovendien vaak een bepaalde emotie bij een nummer, en hebben een plaat soms letterlijk grijsgedraaid, vertelt Van der Flier. ‘Dan zit zo’n liedje dus heel diep in het hersennetwerk verankerd.’

Wat versus hoe

Een andere factor die meespeelt, legt de Alzheimer Nederland-directeur uit: er is een verschil tussen je geheugen voor expliciete informatie (het ‘wat’) en dat voor het impliciete geheugen (het ‘hoe’).

Dat geheugen voor ‘wat’ verdwijnt vaak bij dementie: wat deden we vorige week, wat hebben we gegeten en wat had je aan? Het geheugen voor ‘hoe’ blijft veel langer bewaard. ‘Dus hoe moet je fietsen, hoe kleed je je aan en hoe maak je muziek?’ Op een gegeven moment begint ook dat wel te haperen, zegt Van der Flier, ‘maar dat gaat langzamer.’

Voetbal vergeet je niet

Wacht even: hoe kan het dan dat iemand níet meer weet wat hij vorige week heeft gedaan, maar wél binnen een seconde kan vertellen wie en halve eeuw geleden de beslissende goal maakte tegen Ajax? Want ook dat is expliciete kennis, zou je zeggen.

Van der Flier herkent het voorbeeld maar al te goed. Alzheimer Nederland organiseert namelijk samen met voetbalclubs ‘Voetbal Herinneringen’. Momenten waarbij mensen met dementie samen nieuwe en oude voetbalwedstrijden bekijken en erover napraten.

lees alles over mentale gezondheid in ons dossier

‘Wij lieten tijdens een van die bijeenkomsten bijvoorbeeld een fragment zien van Rob Rensenbrink, die tijdens de WK-finale van 1978 op de paal schoot. Dat wisten de aanwezigen nog perfect, zelfs welk jaar dat was.’ Meegekomen familieleden stonden daar vaak versteld van, vertelt Van der Flier. ‘Hoe kon het dat hun vader dít nog wel wist?’

De verklaring? Voor hen zit er veel emotie bij. ‘Dat helpt. Deze informatie is zó belangrijk voor hen, dat het is gaan behoren tot hun semantisch geheugen’, ofwel algemene kennis, legt Van der Flier uit. ‘En ook dat blijft vaak langer intact.’

Daarnaast denk ze dat bijna al die mannen ook zelf hebben gevoetbald. ‘Dan zal er ook een soort betrokkenheid van hun motorisch geheugen zijn. Dat ze zich kunnen inbeelden hoe dat was.’

Even je vader terug

Het lijkt misschien confronterend voor de familie, dat hun vader hen niet meer herkent, maar wel een winnende goal voor de geest kan halen. Maar Van der Flier ziet dat het tegenovergestelde waar is.

Alzheimer en andere vormen van dementie (zie het kader hieronder) zijn heel verdrietig, zegt ze. ‘De persoon zelf verliest steeds meer vaardigheden en tegelijkertijd raken de naasten eromheen steeds meer de persoon kwijt die ze kenden. Als er dan opeens toch een heel persoonlijke reactie komt op iets wat iemand altijd leuk vond, geeft dat blijdschap en ontspanning voor de familie. Even zie je weer de persoon die er altijd was.’

Dementie of alzheimer?
De termen dementie en alzheimer worden regelmatig door elkaar gebruikt, maar betekenen niet hetzelfde. Dementie is een verzamelnaam voor ruim vijftig hersenziektes die geheugenverlies en cognitieve achteruitgang veroorzaken. Alzheimer is daar één vorm van, en kent zelf ook weer verschillende subtypes. De ziekte van Alzheimer is wel verreweg de meestvoorkomende vorm van dementie. Zo’n 70 procent van de mensen met dementie heeft alzheimer.

Op zoek naar wat iemand nog weet

Om die echt persoonlijke herinneringen zo lang mogelijk te bewaren, adviseert Van der Flier naasten en zorginstellingen om te kijken naar wat iemand nog wél kan en weet. Want hoewel je grofweg wel iets kunt zeggen over het type herinnering dat beter blijft hangen, zoals je hierboven hebt kunnen lezen, zijn de individuele verschillen groot.

De een heeft die rijke geheugensporen rondom piano spelen, de ander haalt allerlei herinneringen op met fotoboeken bekijken en weer een ander is gebaat om vooral wat met sport te doen. ‘Het is een kwestie van met elkaar kijken van wat iemand leuk vond om te doen en wat nu nog gaat. En daar vooral bij aansluiten.’

Het is niet dat de ziekte dan er minder erg van wordt, benadrukt Van der Flier. ‘Maar iets vinden wat je nog wél kunt doen met elkaar, kan alle betrokkenen enorm veel blijdschap brengen.’

Lettermark

Myrte is een medisch bioloog en heeft de hele dag vragen. Over vreemde vogels of dubieuze dilemma’s, over breinbrekers of blije bijen: voor een goed verhaal mag je haar altijd wakker maken.