Vandaag

leestijd 5 minuten

77 keer bekeken

Bewaren

Logo vierkantANP-413674133

Astrid Joosten

© ANP

Het is de spannendste quiz van Nederland, de ‘koning der quizzen’. Astrid Joosten over 2 voor 12. 

De NPO krimpt; er wordt bezuinigd en programmatitels verdwijnen. Tegelijk is de televisie in de afgelopen decennia steeds sneller, drukker en flitsender geworden. Tegen die achtergrond is het niets minder dan een wonder dat de oudste quiz van Nederland, een langzaam en degelijk programma dat al vijfenvijftig jaar grotendeels onveranderd is, vrijdagavond ruim 1,2 miljoen Nederlanders aan de buis kluistert. Wonderlijker nog is dat de quiz vanaf 2027 zelfs uitbreidt: tien afleveringen per jaar extra, waarmee 2 voor 12 dan tweeënveertig weken per jaar te zien is. Het is een uitbreiding waar Astrid Joosten, die de quiz sinds 1991 presenteert, al jaren op hoopte. ‘Ik heb dit eigenlijk altijd al gewild. De kijker vindt het altijd jammer als het seizoen begin mei is afgelopen. Terwijl: waarom moet dat eigenlijk?’ Tot voor kort kon dat niet omdat de programmering vol zat, maar nu er gaten in vallen, mag de quiz zich uitbreiden. ‘En een quiz is niet zo duur om te maken.’ 

Dat de quiz al vijfenvijftig jaar standhoudt, heeft volgens Joosten een eenvoudige verklaring. ‘Nou, ik denk dat wij het allerbeste zijn,’ zegt ze met een ironische ondertoon, om er meteen aan toe te voegen dat de formule ‘weergaloos goed bedacht’ is door Ellen Blazer. Ook van buiten de redactie komt die lof: Kees Driehuis, destijds het gezicht van de andere grote kennisquiz van de VARA, Per seconde wijzer, noemde 2 voor 12 al eens ‘de koning der quizzen’. Het vrijdagavondprogramma lijkt in niets op een gangbare televisiequiz. Er is geen studiopubliek, geen applaus, geen muziek onder de vragen, en de spanning moet het hebben van een tikkende klok en zwijgende kandidaten die hun naslagwerken doorbladeren. ‘Slow television, zoals ze dat tegenwoordig noemen,’ zegt Joosten. Of dat nog lang houdbaar was, is een vraag die de redactie zich weleens heeft gesteld. ‘Redden we het nog wel?’ Het antwoord bleek steeds in de kijkcijfers te staan. Dat komt volgens Joosten mede door de manier waarop de redactie de vragen opbouwt: ‘Wij vragen nooit wat de hoofdstad van IJsland is. We gaan eerst iets vertellen over Reykjavik, dat daar iets bijzonders is, en pas daarna volgt de vraag. De informatie die in dat verhaaltje zit, dat vinden mensen leuk. Leerzaam.’ 

astridjoosten c Annemieke van der Togt

Astrid Joosten

© Annemieke van der Togt | BNNVARA

Dat opzoeken was een idee van programmamaker Ellen Blazer, jarenlang de vaste eindredacteur van Sonja Barend. Haar socialistische verheffingsideaal sprak rechtstreeks uit de quiz die ze in 1971 voor de VARA ontwierp: een spel waarin een slager een eerlijke kans kreeg tegen een chirurg, zolang hij maar wist waar het antwoord stond. Joop Koopman presenteerde de eerste tien jaar, waarna de VARA er in december 1981 de stekker uit trok. Toen Joosten in 1990 na haar TROS-jaren met Jongbloed & Joosten terugkeerde naar de VARA, vroeg ze voorzitter Marcel van Dam of ze niet weer aan een quiz kon werken. ‘En toen zei hij meteen, zonder enig nadenken: oh, dan gaan we voor jou 2 voor 12 weer uit de kast halen.’ 

‘En toen zei hij meteen, zonder enig nadenken: oh, dan gaan we voor jou 2 voor 12 weer uit de kast halen.’

Sinds die herstart in 1991 draait de quiz ononderbroken door, en dat vraagt meer werk dan de kijker ziet. Huidig eindredacteur Irene van den Hoeven en haar redactie werken twee weken aan de vragenset voor één aflevering en zorgen dat beide duo’s vergelijkbare vragen krijgen: waar team 1 iets over Aletta Jacobs voorgeschoteld krijgt, kan team 2 een vraag over Wilhelmina Drucker verwachten. De redactie begint altijd bij de boekenkast: pas als vaststaat dat een antwoord te vinden is, formuleert ze de bijbehorende vraag. 

Ondanks zijn degelijke voorkomen is 2 voor 12 minder onveranderd dan je zou denken. Joosten vergelijkt het met wat grote merken doen: het etiket van een Heineken-flesje lijkt al decennia hetzelfde, maar wordt elke paar jaar stilletjes opgefrist. In de jaren 90 begonnen kandidaten strategisch te spelen: ze ontdekten dat je het twaalfletterwoord vaak al kon raden met negen of tien letters, en dus minder hoefde op te zoeken. ‘Mensen gingen denken: dat opzoeken kost geld. Als ik negen letters heb, kan ik het woord ook wel maken.’ Financieel was dat slim, voor de kijker werd het saai, want de lol van de quiz zit juist in dat driftige bladeren tegen de klok, niet in rekenkundig gokwerk. De redactie voerde een bonus in voor veel goede antwoorden: honderd euro extra voor geen enkele fout, aflopend tot vijfentwintig bij drie fouten. Opeens ging iedereen weer alles opzoeken. Toen spelers vervolgens zó snel door de vragen gingen dat er extra minuten overbleven voor het woord, kreeg de quiz weer een redactie-ingreep: de slotfase werd gemaximeerd op twee minuten. De quiz moest steeds veranderen om zichzelf te kunnen blijven. 

Ingrijpender nog was de komst van internet. In de vroege jaren van de quiz was opzoeken synoniem aan bladeren: de Winkler Prins, de Bosatlas, een filmjaarboek. Een kwart eeuw later zocht vrijwel niemand thuis nog iets op in een boek, en dreigde het uitgangspunt van de quiz zelf een anachronisme te worden: dat je het antwoord kon vinden in de naslagwerken die iedereen thuis ook had staan. De redactie heeft lang zitten stoeien met de vraag hoe ze daarop moest reageren. Gewoon googelen was geen optie. ‘Als je googelt, vind je juiste én onjuiste informatie. Dan krijg je discussies met spelers: ik heb het gegoogeld en ik vond dit. Ja, maar dat is niet goed. Ja, maar het stáát op internet.’ De redactie koos voor Wikipedia, met een maximum van vier vragen per aflevering. Om te voorkomen dat een lemma tussen de vraagopstelling en de opname wordt gewijzigd, controleert de redactie de antwoorden op die vragen op de ochtend van elke opname nog eens. Intussen raakten de naslagwerken in de studiokast iets meer op de achtergrond: de Winkler Prins wordt er bijna niet meer uit gehaald, want de laatste druk is al twintig jaar oud. Toch blijven de boeken prominent staan, omdat er nog steeds vragen in opgezocht moeten worden én omdat de redactie boeken als cultuurgoed wil blijven omarmen, ook nu vrijwel niemand er thuis nog iets in opzoekt — zijzelf evenmin. ‘Ik lees zelf veel boeken,’ zegt Joosten, ‘maar ik zoek er nooit meer iets in op.’    

Dit artikel komt uit de VARAgids (editie 37), 2026.

VARAgids TV-encyclopedie

In de VARAgids TV-encyclopedie wekelijks biografieën over oude en nieuwe televisieprogramma’s, aan de hand van de mensen die meewerkten of het presenteerden.

We delen VARAgids-artikelen uit het archief die in deze encyclopedie thuishoren, wekelijks aangevuld met een nieuw verhaal. Bekijk alle verhalen op varagids.nl/tvencyclopedie