Na een periode waarin de band zich simpelweg Dexys noemde is Love het eerste album sinds Don’t Stand Me Down (1985) dat onder de oorspronkelijke groepsnaam verschijnt. Kwestie van een cirkel die rond is? Feit is dat frontman Kevin Rowland in zowel media-uitingen als zijn songteksten refereert aan het einde van de band: ‘goodnight’ is het laatste woord van de plaat.

Rowlands liefdesverklaringen aan diverse partners zijn notoir onbetrouwbaar, dus de vraag is hoe serieus we deze uitspraken moeten nemen. Maar een nieuwe Dexys is hoe dan ook een belangrijke gebeurtenis. Hun plaatwerk is nooit minder dan interessant, variërend van glorieuze mislukkingen (The Feminine Divine) tot meesterwerken als Too-Rye-Ay en One Day I’m Going To Soar. Dat laatste album is misschien wel de mooiste songcyclus ooit over de opkomst en ondergang van een liefde.

Op het eerste gehoor lijkt Love hetzelfde stramien te volgen, maar met een minder vastomlijnde structuur. De plaat is gesandwicht tussen herinneringen aan Rowlands jeugd in Wolverhampton, daartussenin behandelt de zanger de liefde in diverse verschijningsvormen: die van de moeder, die voor een overledene en verschillende stadia van liefde voor de Vrouw. Met name de songs in die laatste categorie zijn een herhaling van zetten. En niet voor het eerst neemt Rowland met zijn geaffecteerde vocalen teveel hooi op de vork met zijn cover van Tim Buckley’s Strange Feeling. Maar de beste songs zijn weer onweerstaanbaar: My Life In England Pt 1 & 2, It’s Over Now en Old Love. Kevin Rowland blijft een eindeloos fascinerende figuur.