Er is wel wat om te doen, rond dat net uitgebrachte album van The Fall. Er werd een heel pakket stemopnames teruggevonden van wijlen Mark E. Smith die dateren uit de periode tussen 2001 en 2014. Op 24 januari 2018 kwam de man met de zeis echter langs in Prestwich. Smith had uitgezaaide long- en nierkanker, maar trad nog liever op in een rolstoel dan te moeten toegeven aan de kilheid van de volgende stap in zijn bestaan. Nu goed, Pietje De Dood had zoals steeds het laatste woord. Dat dachten we toch alleszins. Van die stemopnames hebben ex-manager Ed Blaney, die tussen 2000 en 2004 voor de band werkte, en voormalig bandlid Simon ‘Ding’ Archer, die tussen 2003 en 2004 deel uitmaakte van The Fall, nu een album samengesteld. De erfgenamen waren blijkbaar niet direct vragende partij, want er is wel wat geruzie over de vraag of dit wel ‘echt’ een album van The Fall is. En we gaan nu al eerlijk zeggen: we couldn’t care less. Waarom dan? Omdat het verdorie een straffe plaat is geworden. Een heel straffe zelfs.

Want het is onmiskenbaar een album van Smith en enkele kompanen van The Fall: rauw, hard, snijdend door merg en been, poëtisch waar mogelijk, bij de keel grijpend hier en daar, maar vooral vol groovende garagerock en postpunk. Luister alvast eens goed naar de enige vooruitgeschoven single “30 Degrees”! We horen direct die enige echte Smith terug die zingt alsof hij er zich allemaal geen zak van aantrekt en dat we best gewoon ver uit zijn buurt blijven. Hij is zo een beetje de verpersoonlijking van de zatte, stonede nonkel die iedereen probeert te mijden, maar die je onwillekeurig dicht bij je wilt houden omdat je weet dat er dan avonturen te beleven vallen. Een fantastische gitaarlijn en die schreeuwen van de frontman waarvan de haren op je armen rechtop komen te staan. ‘See you later’, zo zingt de tijdens zijn leven heel populaire, lelijke, op-en-top Britse kerel. Op de plaat staan negen schijven en ze zijn allemaal echt goed tot quasi geniaal.

Geniaal? Is dat niet een tikkeltje overdreven? Zet dan eerst “Final Position” eens op. Luister naar dat coole drumritme en die drammende baslijn. Maar die rollende, Franse ‘r’ die we de hele tijd horen en dat rare ‘pepepe, pepepej’: wat in hemelsnaam is dat allemaal? Dit is een briljante song die heel veel mensen volgens ons echt shit gaan vinden. Maar dat is The Fall ten voeten uit: je houdt er van of je haat ze tot in het topje van je kleine teen. En we zijn er nog lang niet met deze song. Opeens gaat het tempo een heel pak hoger liggen en we zien zo voor ons een groep mensen staan die, compleet begaaid van weten wij veel wat, een wrede regendans uitvoeren in de hoop op zwavelzuur dat hun ogen gaat uitbranden. Dit nummer is pure, maar dan ook compléét pure waanzin en dat hebben we zelden gehoord. Dit is volledig geschift!

Op “Retro Song” horen we dan weer een fantastische garagerocksong met een stel heel zotte synthlijnen. Het lijkt trouwens alsof Smith de hele tijd gewoon vlak naast ons staat en hij op zijn dooie gemakje is teruggekeerd uit het land van de doden. Het is een heel vreemde gewaarwording en we beseffen al lang niet meer dat de mens al bijna een decennium voer is voor de pieren en ander krioelend onderkruipsel. Mensenlief, eigenlijk is dit een heel bizar album geworden en eerlijk, Blaney en Archer hebben er echt waar een meesterwerk van gemaakt. We hadden dat nooit zien aankomen, ondanks die ene vooruitgestuurde single die ons al deed dromen van een fantastisch postuum The Fall-album.

We staan er eigenlijk te weinig bij stil hoe geniaal Smith en zijn kompanen van The Fall eigenlijk waren. De band is onterecht heel cult gebleven. Geliefd door echte rockliefhebbers, maar nooit evenveel succes gekend als misschien iets grotere tijdgenoten als Magazine, Wire en Television. Alhoewel, we kunnen ze wel op dezelfde hoogte stellen. Ach, we weten het ook allemaal niet zo goed eerlijk gezegd, maar onmiskenbaar beschouwen we deze plaat ook als een echte plaat van de band, ondanks het nogal onorthodoxe opnameproces.

Nog een laatste alinea geven we graag aan “A Caveat”. Hier horen we – net zoals in alle andere songs eigenlijk – hoe inventief de band wel was. Die drumroffels, die bas die af en toe probeert mee te doen, het gepreek van Smith en de sinistere synths: het is onloochenbaar The Fall op zijn best. De song breekt op het gemak open en we hadden het niet eens door. Smith zingt alsof hij net drie flessen whisky heeft opgezopen, maar toch klopt het allemaal als een bus. Hij is een van de markantste Engelse artiesten van de laatste decennia, met die kop die net goed genoeg is om kleuren stront op te sorteren. We zetten “Final Position” eerst nog eens op voor we onze eigen domme kop neerleggen en van de ene nachtmerrie in de andere belanden. ‘Pepepejjjjj’… ‘RRRRRRRRRRRRRRRRRRR’…

Facebook / Instagram / Website

Ontdek “Final Position”, ons favoriete nummer van Post Script, in onze Plaatje van de plaat-playlist op Spotify.