Het wordt weer lekker weer. Tijd dus om het bos in te gaan. Maar let op, je bent niet de enige die in actie komt als de dagen warmer worden. Teken zitten al klaar om zich tegoed te doen aan jouw bloed. Ze hebben de winter doorgebracht in rust.
Daarmee zijn we meteen bij Truc 1 uit het leven van een teek: de dieren hebben een spaarstand die ze inschakelen om de winter te overleven. Vanaf een graad of zeven Celsius worden ze weer actief. Welke handigheidjes gebruiken de parasieten nog meer om je te grazen te nemen?
Truc 2: Veel geduld
Teken hebben een luizenleven. Ze zijn in de verte verwant aan spinnen. Zo heeft een volgroeide teek ook acht poten (larven niet meer dan zes). Maar anders dan hun familieleden hoeven ze geen web te maken.
Ze kruipen omhoog langs een grasspriet of een andere plant en wachten tot er een geschikte bloeddonor langskomt. ‘Teken kunnen niet springen’, vertelt Sander Koenraadt van Wageningen University. Ook het idee dat ze zich uit een boom laten vallen, is een fabeltje, zegt de entomoloog. Je moet de dieren letterlijk tegen het lijf lopen. Ze stappen over als je langs hun grasspriet schuurt.
Teken kunnen maanden wachten tot ze een geschikte gastheer vinden. ‘Ze hebben eigenlijk een heel saai leven.’ Wel moeten ze oppassen dat ze niet uitdrogen, zegt Koenraadt. ‘Ze gaan regelmatig terug naar de grond om vocht op te nemen.’
Ook interessant: De gevaarlijkste dieren van Nederland: de teek
Truc 3: Efficiënt eten
Een tekenleven kent vier stadia: ei, larve, nimf en het volwassen stadium. Het kan jaren duren voordat een teek volwassen is. Toch hoeft het dier maar drie keer te eten. Niet per dag, maar in totaal. Het zijn dus heel efficiënte beestjes.
De larven en de nimfen lijken al erg op de volgroeide teek, maar dan kleiner, zegt Koenraadt. ‘Het zijn een soort miniatuurversies van de volwassen teek.’ Ook deze jonkies wachten aan een grasspriet op een slachtoffer. Larven hebben slechts één bloedmaal nodig, vertelt Koenraadt. Zitten ze vol, dan laten ze hun gastheer los en vallen op de grond. Daar vervellen ze tot nimf. Ook nimfen drinken maar één keer bloed. Ze laten zich weer vallen en vervellen tot een volwassen teek.
Van de volgroeide teken hoeven alleen de vrouwtjes te drinken. Ze moeten daarna de eitjes leggen die de volgende tekengeneratie voortbrengen.
Laat ’m niet braken
Controleer je huid na een bezoekje aan het bos, de duinen of het park altijd op teken, is de tip. Hoe haal je een teek weg?
– Gebruik een tekenpen, puntig pincet of tekenkaart.
– Pak de kop van de teek zo dicht mogelijk op de huid vast.
– Trek de teek los. Draaien hoeft niet, een teek is geen schroef.
– Als je het lijf van de teek fijnknijpt, loost het dier zijn maaginhoud in jou. Dat vergroot de kans op ziektes.
– Gebruik geen jodium of ander desinfecteermiddel zolang de teek er zit, want ook daarvan gaat het diertje braken.
– Breekt de kop van de teek af? Geen nood, de teek is dood en komt vanzelf los uit je huid.
Ontsmet na het weghalen van de teek het wondje.
Truc 4: Goede neus, goede keus
Teken hebben geen ogen. De schapenteek niet tenminste, dat is de teek die het meest voorkomt bij mensen. ‘Ze ruiken onze geur en nemen de CO2 waar die we uitademen’, zegt Koenraadt. Onze warmte verklapt ook onze aanwezigheid. Toch hebben de dieren geen neus zoals wij. ‘In hun voorpoten zit een kuiltje’, legt Koenraadt uit. ‘Daarin zitten zintuighaartjes waarmee ze geuren oppikken.’
Larven azen vooral op bosmuizen, woelmuizen en andere kleine knaagdieren, vertelt de entomoloog. Nimfen gaan voor een maatje groter, zoals vogels, eekhoorns en konijnen. ‘De teken die we zien op mensen zijn meestal ook nimfen.’
Volwassen teken vind je op reeën en ander groot wild. Hoe een teek besluit of een langslopend dier een geschikte bloeddonor is, weten we niet. ‘Het kan een grote gok zijn om een dier voorbij te laten gaan’, zegt Koenraadt. Je weet maar nooit wanneer er weer een gastheer langskomt.
Ook interessant: Herontdekking van antibioticum tegen tekenziekte
Truc 5: Juiste pad
Biologen die teken willen vangen, slepen een doek van een vierkante meter door het bos. De dieren hechten zich daaraan vast. Wat blijkt? Op wildpaden zijn de meeste teken. Het zou kunnen dat de bloedzuigers weten waar ze moeten zijn. Koenraadt: ‘Misschien heeft het pad een bepaalde geur.’
Een andere optie is dat de teken geen zin hebben om ver te lopen. ‘Het zou kunnen dat ze op het pad van hun gastheer af vallen en op dezelfde plek wachten op een nieuwe gastheer.’ Langs mensenpaden vind je minder teken. ‘Die paden zijn betreden. Vaak is het gras te kort. Als je de struiken in loopt, heb je meer kans op een tekenbeet.’
O nee, een rode ring
In Nederland zijn er elk jaar ongeveer 1,5 miljoen tekenbeten. Zo’n 27.000 mensen krijgen de ziekte van Lyme. Dat geeft koorts, spierpijn en zere gewrichten. Lyme wordt overgedragen door een bacterie, die 1 op de 5 teken bij zich draagt. Een andere ziekte die je kunt krijgen is tekenencefalitis. Het virus dat deze hersenvliesontsteking veroorzaakt, komt nog maar weinig voor bij Nederlandse teken. De kans dat je na een beet een ziekte krijgt, meestal Lyme, is twee tot drie procent. Hoe sneller je de teek weghaalt, hoe kleiner de kans op narigheid. Markeer de plek met een pen en houdt het wondje in de gaten. Ontstaat er een rode kring? Vertel de huisarts dat je wellicht Lyme hebt. Tijd voor antibiotica.
Truc 6: Veilig plekje
Heeft een teek eenmaal de overstap gemaakt, dan kruipt het diertje het liefst naar een warm beschut plekje. Je liezen bijvoorbeeld, of je oksels, of je bilspleet of een fijne huidplooi. ‘Ze zoeken plaatsen op waar je niet goed kunt krabben.’
De dieren moeten een paar dagen lang drinken. Dan is het handig als ze niet weggekrabt worden. ‘We zien ook dat ze een voorkeur hebben voor plaatsen waar de huid wat dunner is. Achter de oren bijvoorbeeld.’ Zo hoeven ze niet zo hard te werken om bij je bloed te komen.
Truc 7: Stevig vast
Een teek die zich heeft vastgebeten, veeg je niet zomaar weg. Een tekensnuit zit vol weerhaakjes, laat Koenraadt op een plaatje zien. De monddelen doorboren je huid en zijn vervolgens stevig verankerd. Ook het speeksel van de teek doet mee. ‘Het speeksel hardt uit tot een soort cement’, zegt Koenraadt. Het dier is vast gegoten in beton terwijl hij zijn drankje naar binnen slobbert.
Hoe hij vervolgens loslaat, weten we niet. ‘Hij zal die weerhaakjes moeten overwinnen.’ En op een of andere manier lost de teek het cement op waarmee hij zich vastmetselde in je huid.
Thuis zonder teek
Sommige mensen worden vaak door teken gebeten, anderen bijna nooit. Hoe de diertjes hun keuze maken, weten we niet. Wat in elk geval helpt:
– Trek een lange broek aan en een shirt met lange mouwen. Dan is het voor een teek veel lastiger om bij je huid te komen.
– De echte avonturier stopt natuurlijk zijn broek in zijn sokken. Draag ook dichte schoenen.
– Trek lichte tinten aan. Dat schrikt teken niet af, maar je ziet ze dan sneller.
– Er is kleding die behandeld is met een insectenwerend middel. Ook teken zijn daar gevoelig voor. Je kunt smeren met DEET.
– En het is niet zo avontuurlijk, maar het scheelt veel wanneer je op de paden blijft.
Truc 8: Superspeeksel
Teken hebben enorme speekselklieren, zegt Koenraadt. Hun speeksel is een bijzondere cocktail. Het bevat nog meer handige eiwitten. Allereerst zorgt de teek ervoor dat je niet voelt dat hij een gat boort in je huid. ‘Er zitten ook bloedverdunners in het speeksel en antistolmiddelen zodat de teek het bloed makkelijker kan drinken.’
Daarnaast weten teken dankzij hun speeksel ons immuunsysteem te remmen. Anders zou je jeuk krijgen en dan is de teek op heterdaad betrapt. Je gaat krabben en het diner zou voorbij zijn. ‘Ze gaan zo geniepig mogelijk te werk.’
Ook interessant: Zo nemen teken je te grazen
Truc 9: Zwellichaam
Klok klok klok. Een teek moet dagenlang drinken. Daarbij zwelt-ie enorm op. ‘Een volwassen teek kan 200 keer haar eigen gewicht drinken’, vertelt Koenraadt. De diertjes hebben een geplooide maag. Die is eerst helemaal opgevouwen en klapt uit tijdens de maaltijd. ‘En ze hebben een zacht achterlijf.’ Het rekt enorm op. De voedingsstoffen die de dieren naar binnen slurpen, slaan ze op in de vorm van vet. Ze kunnen rustig een jaar zonder eten.
Teek voor iedereen
Mensen worden in Nederland vooral gebeten door de schapenteek. Maar er zijn meer dan 900 soorten teken, waarvan er hier ruim 10 voorkomen.
– De vlekkenteek is gevlekt. Het diertje draagt soms babesia bij zich. Die eencellige ziekmaker nestelt zich in rode bloedcellen. Honden kunnen er erg ziek van worden.
– De hondenteek komt wereldwijd het meest voor. Het diertje kan de veroorzaker van Q-koorts en vlektyfus overdragen.
– De reuzenteek komt uit warmere streken onze kant op. Deze teek heeft ogen en loopt op zijn slachtoffer af, vaak een paard.
– De meeste teken zijn hard: ze hebben een schild. Er zijn ook twee soorten zachte teken: eentje zit op duiven, de andere leeft van vleermuizenbloed.
Truc 10: Veel jongen, veel kansen
Meneer teek gebruikt zijn snuit niet alleen om je huid te doorboren. Volwassen teken ontmoeten elkaar op hun gastheer. Ze paren bijvoorbeeld op een ree. ‘Het mannetje steekt zijn snuit in de geslachtsopening van het vrouwtje’, legt Koenraadt uit. ‘Hij zet een spermapakketje af bij de geslachtsorganen.’ De taak van meneer teek zit er nu op.
Het vrouwtje moet bloed drinken tot ze voldaan is. Ze heeft de voedingsstoffen nodig voor haar eitjes. ‘De vrouwtjes zwellen op tot een soort knikkers’, zegt Koenraadt. Na de maaltijd laat zij zich op de grond ploffen. Ze leeft nog een paar weken voordat ze haar eitjes legt, in de strooisellaag van het bos. ‘Het kunnen er duizenden zijn.’ Dan sterft ze. ‘Teken doen niet aan moederzorg’, vertelt Koenraadt.
Veel van de jongkies verhongeren doordat ze geen muis of andere gastheer vinden om van te drinken. De andere passen Truc 1 toe, en starten de trucencyclus opnieuw.
Lees ook