Vegetarische diëten en kankerrisico vormen al decennia een heet hangijzer in de oncologie. Een Britse grootschalige analyse van bijna 1,8 miljoen mensen uit negen prospectieve studies op drie continenten toont aan dat vegetariërs lager risico lopen op alvleesklier-, borst-, prostaat-, nierkanker en multipel myeloom vergeleken met vleeseters, maar een bijna verdubbeld risico hebben op slokdarmkanker. Pescitariërs profiteren van lagere risico’s op dikkedarm-, borst- en nierkanker, terwijl veganisten juist een hoger risico op dikkedarmkanker lijken te hebben.

​Hoofdonderzoeker Yashvee Dunneram leidde dit werk bij het Cancer Epidemiology Unit van de University of Oxford in het Verenigd Koninkrijk. De studie verscheen in 2026 in het British Journal of Cancer.

Onderzoeksopzet

​Het Cancer Risk in Vegetarians Consortium harmoniseerde data van negen cohorten uit het Verenigd Koninkrijk, de VS, Taiwan en India, met in totaal 1.817.477 deelnemers. Die waren onderverdeeld in 1.645.555 vleeseters, 57.016 pluimveevleeseters, 42.910 pescitariërs, 63.147 vegetariërs en 8.849 veganisten. Inclusiecriteria omvatten leeftijden vanaf 15 jaar, geen eerdere maligniteiten (behalve basaalcelcarcinoom), betrouwbare dieetgegevens en plausibele energie-innames (vrouwen 2.092-14.644 kJ/dag, mannen 3.347-16.736 kJ/dag). Follow-up duurde mediaan 16 jaar, met identificatie van 220.387 incidentele kankers via kankerregistraties of gecombineerde methoden.

Dieetgroepen werden bepaald via cohortspecifieke vragenlijsten met 16 tot 217 items, gebaseerd op consumptie van rood/bewerkt vlees, pluimvee, vis, zuivel en eieren in de voorbije 12 maanden. Vleeseters aten rood/bewerkt vlees; pluimveevleeseters aten pluimvee maar geen rood vlees; pescatariërs aten vis maar geen vlees of pluimvee; vegetariërs aten zuivel en eieren maar geen dierlijke producten met vlees of vis; veganisten aten geen enkel dierlijk product. ​

Vergeleken met vleeseters hadden vegetariërs een lager risico op alvleesklierkanker (HR 0,79; 95%BI 0,65-0,97), en pescatariërs op dikkedarmkanker (HR 0,85; 95%BI 0,77-0,93). Veganisten vertoonden juist een hoger risico op dikkedarmkanker (HR 1,40; 95%BI 1,12-1,75). Vegetariërs hadden een hoger risico op slokdarmkanker (HR 1,93; 95%BI 1,30-2,87).

Lager risico op multipel myeloom

Pluimveevleeseters hadden lager prostaatkankerrisico (HR 0,93; 95%BI 0,88-0,98), viseters hadden een lager borstkankerrisico (HR 0,93; 95%BI 0,88-0,98) en vegetariërs eveneens (HR 0,91; 95%BI 0,86-0,97), vooral postmenopauzaal. Vegetariërs hadden ook lager risico op multipel myeloom (HR 0,69; 95%BI 0,51-0,93). Pescatariërs en vegetariërs hadden ook een lager nierkankerrisico (HR 0,73; 95%BI 0,58-0,93 respectievelijk HR 0,72; 95%BI 0,57-0,92). Er waren geen verschillen voor blaaskanker, non-Hodgkin-lymfoom of leukemie, ook het longkankerrisico (bij nooit-rokers) week niet af.

Deze bevindingen suggereren dat vleesloze diëten mogelijk bescherming bieden tegen diverse kankers door hogere vezel-, carotenoïde- en vitamine C-innames, en/of een lagere consumptie van dierlijke eiwitten. De onderzoekers stellen dat er redenen zijn om gebalanceerde vegetarische diëten aan te bevelen, maar wel met aandacht voor het risico op deficiënties zoals B12, calcium, riboflavine en zink. Die zouden het risico op slokdarm- of dikkedarmkanker bij veganisten kunnen verlagen.

​Referentie
Dunneram Y, Lee JY, Watling CZ et al. Vegetarian diets and cancer risk: pooled analysis of 1.8 million women and men in nine prospective studies on three continents. Br J Cancer. 2026.