Zaterdag is het zover: de eerste clash tussen Tadej Pogacar en Mathieu van der Poel van het wielervoorjaar. De winnaar van de Omloop Het Nieuwsblad blikte in Tirreno-Adriatico vooruit op Milaan-Sanremo, wat zijn Sloveense evenknie al deed na zijn overwinning in zijn eerste koers van het seizoen: Strade Bianche.
Van der Poel schreef La Primavera al tweemaal op zijn naam, terwijl Pogacar nog altijd op zijn eerste jaagt in Sanremo. De Sloveen herhaalde in Siena dat Milaan-Sanremo wat hem betreft de moeilijkste koers is om te winnen.
‘Dat is totaal anders dan Strade Bianche, de Omloop, Vlaanderen of alle andere wedstrijden in het voorjaar’, vertelde de kopman van UAE Emirates-XRG.
‘Tot we bij de kust zijn, is het een heel makkelijke wedstrijd. Maar dan wordt het ook direct extreem nerveus, vanaf het moment dat we bij zee komen’, aldus Pogacar. ‘Het is constant links, rechts, door dorpjes heen aan hoge snelheid.’
In de finale is positionering van cruciaal belang, weet hij. ‘Met name de run-in naar Cipressa is heel gevaarlijk, ook doordat alle sterke mannen – klassieke types, sprinters én renners zoals ik – voorin willen zitten. Dat maakt het zelfs wat scary’, geeft hij eerlijk toe.
Lees verder onder de video.
Del Toro vol voor PogacarOp die beklimming mist Pogacar dit jaar met de geblesseerde Tim Wellens en Jhonatan Narvaez de mannen die hem de vorige seizoenen een zetje gaven. In plaats daarvan zijn Florian Vermeersch, die zondag de finale nog eens verkende, en Isaac del Toro present.
‘Ik heb deze week vaker in het wiel van Van der Poel gezeten, misschien helpt dat in Milaan-Sanremo’, stelde de Mexicaan na het winnen van Tirreno-Adriatico. ‘Ik rijd voor Tadej en niet voor een eigen resultaat. Narvaez en Wellens zullen er niet bij zijn, dus ik wil mijn best doen als teamgenoot.’
Lees verder onder de foto.
Pogacar: ‘Moet er 110 procent voor gaan’
Die rol krijgt Del Toro vermoedelijk op de Cipressa, waar Pogacar de volgende duiding aan gaf. ‘Als je dan eenmaal bij de Cipressa bent, heb je aan 100 procent niet genoeg. Je moet er 110 procent voor gaan om verschil te maken.’
‘En dat geldt ook voor de Poggio, waar je nóg meer dan 110 procent nodig hebt. We gaan op die beklimmingen aan 40 kilometer per uur omhoog en daardoor heb je er voordeel aan om in het wiel te zitten’, weet de Sloveen uit ervaring van de afgelopen jaren, toen hij Van der Poel niet kon lossen.
‘En dan moet je nog omlaag naar Sanremo, wat een technische afdaling is. Al bij al is het een heel ongewone wedstrijd, maar dat maakt het juist interessant. En mooi.’