Kampioen van de omhulling
Voor deze test moest ik alweer een surroundopstelling opbouwen, na vele maanden een hele reeks stereo-opstellingen te hebben getest. De basis bleven de DALI Rubicon-speakers, maar met een substantiële upgrade naar EPIKORE 3 voor de linkse en rechtse kanalen. De subwoofer van dienst is een ELAC Sub 2050. Aan bronzijde: een Apple TV, Oppo UDP-203 en een PS5. Ik opteerde voor een Dirac-kalibratie.

Mission Impossible: The Final Reckoning wordt niet overal hoog gewaardeerd, maar als laatste deel in deze spectaculaire filmreeks haalt het op beproefde wijze ongelooflijke stunts, exotisch locaties en oerdegelijk acteerwerk boven. Sinds deel 3 is de productie op vlak van muziek en geluidseffecten bovendien steeds beter geworden, wat zelfs op de 5.1-opstelling te merken is. Voor fans van beter geluid is het echt om te likkebaarden, de non-stop spanningsboog wordt sterk ondersteund door het geluid. Met een systeem als dit merk je meteen wat de meerwaarde is van echt surround: je zit in de actie, maar je bent bovendien sneller mee met de mood van een scène. De wat vollere weergave van muziek die we van een Marantz verwachten, is ondanks kamerkalibratie nog altijd present. En dat is wel fijn bij een film zoals deze waar muziek filmgebeurtenissen enorm onderstreept.

De Dolby Atmos-mix bij No Time To Die is uitmuntend. De omhulling die het Marantz-systeem biedt via het 5.1.4-systeem als Bond het nachtleven van Havana betreedt is heel immersief. Net daarvoor was er al een mooi moment dat de meerwaarde van Atmos explicieter duidde, toen 007 met een klein speedbootje Cuba binnenvoer en een watervliegtuig laag boven hem overvloog terwijl muziek met hoorns weerklonk. De plaatsing van dat geluidseffect was perfect, terwijl de muziek niet verdruking. In Havana is er aanvankelijk vooral een heel authentiek ‘stadsgeluid’, met mensen en salsamuziek in de achtergrond. De scènes met Ana “I’ve done three weeks of training” de Armas zijn grappig én spannend, en de soundmix zorgt daar ook voor. De stemmen via de oortjes die hoger in de kamer klinken bijvoorbeeld, komen los van de omringde clubsound waardoor je mooi die twee niveaus in de actie hebt. Daarna breekt er een immens vuurgevecht uit, ook hier scoort de Marantz-set met het discreet én correct plaatsen van geluidseffecten in de ruimte. Waar het merk altijd heel goed in slaagt, is zorgen dat het totale plaatje standhoudt. SFX zit overal in de ruimte, maar er is vooral ook één omhullende ervaring. Als er te veel de nadruk wordt gelegd op fel detail, beginnen geluidseffecten een eigen leven te leiden en af te leiden. Hier niet, de Marantz-set houdt het coherent. Ook bij fragmenten uit Pluribus en Slow Horses levert de AV 30 en AMP 30 iets heel geslaagd. Dit zijn mooie voorbeelden van series die sterk op dialogen inzetten en muziek effectief uitspelen, niet pure actievoer. De goed werkende dialoogversterking die Marantz biedt, had ik echter niet nodig – de Rubicon Vokal is een grote centerspeaker die puik stemmen aanlevert. Klein, fijn momentje: het sfeervolle intronummer van Slow Horses gekeeld door Mick Jagger, heel mooi gepresenteerd door de Marantz.

De muzikale talenten van de AV 30 en AMP 30 zijn een sterk argument om voor dit systeem te kiezen. Hoewel er vast nog meer kan qua versterking – iets dat je misschien merkt als je in pure stereomodus luistert, afhankelijk van de speakers – is dit al een prestatie op een hoog niveau. En helemaal als je kiest voor een knappe Atmos-mix zoals je vindt op het John Williams in Tokyo-album, via Apple Music. Deze mix probeert eerder de ervaring van luisteren vanuit een stoel in de Suntory Hall na te bootsen, dus je wordt niet helemaal omhuld. Het is eerder een realistische Hedwig’s Theme dat ik te horen krijgt, met instrumenten van het orkest verspreid over een brede soundstage. Heerlijk diep wel, net zoals je meemaakt als een orkest voor je opgesteld staat. De celesta, de geplukte vioolsnaren, de vele hoorns, elk was heel authentiek en discreet geplaatst. Mooi gedaan!