
In Berlijn heeft Philips zijn nieuwe producten voor 2026 voorgesteld. Naast verbeteringen in het meegeleverde tv-besturingssysteem TitanOS en een uitbreiding op Ambilight genaamd AmbiScape, bracht het bedrijf van de golven en de sterren ook volop innovatie op het vlak van audio.
De laatste jaren wordt Philips’ audiolijn gekenmerkt door originele producten waarbij de verbeeldingskracht flink aan het werk is gezet om een nieuwe generatie kopers aan te spreken. Een voorbeeld zijn The Tina (450 euro) en The Stevie (200 euro) uit 2025. Dit zijn all-in-one-systemen van een platenspeler, Bluetooth-connectiviteit en een luidspreker, voor een publiek dat meer kwaliteit verlangt dan van een instap-kofferplatenspeler, maar geen geld of ruimte heeft voor een systeem van losse onderdelen.

De lijn kreeg eerder al het gezelschap van de Fidelio FT1 (300 euro), een gecombineerde platen- én cd-speler (!), zonder luidspreker of versterker, die uitstuurt naar Bluetooth, of eventueel RCA-analoog. Volumeregeling geschiedt dan via de app. Tussen Tina en Stevie komt nu een The Stevie Pro (250 euro), die een krachtiger versterker heeft dan de gewone Stevie en een toonarm en draaiplateau van aluminium in plaats van kunststof. De luisterindruk via een van Philips’ hoogwaardige bedrade koptelefoons was beter dan voor het geld redelijkerwijs verwacht mag worden.
Bewegend geluid
Speels is Philips’ Moving Sound-lijn, die oor- en hoofdtelefoons omvat, maar ook twee retro-blikvangers. De goedkopere en waarschijnlijk meest herkenbare van de twee is The Roller, naar voorbeeld van de gelijknamige radio/cassetterecorder uit de jaren ’80. Ook nu is de Roller (MS60) leverbaar in geel en daarnaast ook zwart, maar technisch is het toch wel een heel ander apparaat.

De luidsprekers bestaan uit coaxiale tweewegdrivers en hebben elk een passieve radiator voor een dieper laag. Als bron dient Bluetooth, zoals uit een smartphone, of USB. Een DAB- of FM-radio ontbreekt (hoewel alles natuurlijk gestreamd kan worden via Bluetooth), maar het kleurenscherm toont tijdens de weergave wel een spelende cassette als verwijzing naar de illustere voorganger.
Er is een vervangbare accu aan boord en de MS60 is IP67 waterdicht.

De grotere MS80 gaat door het leven onder de naam The Tube is ook een heruitgave van een Moving Sound-origineel uit de jaren tachtig. Technisch is de MS80 voor een groot gedeelte hetzelfde uitgevoerd als de Roller, maar dan uitgevoerd als een partybox. Dat betekent meer vermogen, grotere afmetingen en dito drivers. Interessant is dat de luidsprekers zijwaarts afstralen en dat het geluid door kegels aan de uiteinden van The Tube alle kanten op straalt. Ook hier gebruikt Philips een tweewegsysteem, in dit geval van een 5-inch woofer met een 19 mm tweeter. Twee passieve radiatoren geven het laagfundament een boost.
De eerste indruk van beide modellen was dat ze goed klonken en dat The Tube behalve dat ook in staat is tot een hoop volume. Maar gezien de hectiek van het persevenement kan uw verslaggever er verder weinig over zeggen.

De MS60 en MS80 gaan 180, respectievelijk 350 euro kosten en zijn leverbaar in zwart en geel. De aloude signaalrode kleur waarin Philips’ Moving Sound-producten vroeger te krijgen waren, behoort deze keer dus jammer genoeg niet tot het gamma.
Géén soundbar
Bij Philips’ televisies duurt de samenwerking met Bowers & Wilkins voort. Bij het topmodel OLED+911 pakt Philips om te beginnen vrijwel alles uit wat het aan beeldtechnologie in huis heeft. Daarnaast ontwikkelde Bowers & Wilkins, dit jaar voor de negende keer, een geavanceerd audiodeel met 3.1 kanalen. In deze editie is het meest zichtbare onderdeel van de Engelse inbreng een langwerpige afzonderlijke behuizing – nadrukkelijk géén soundbar – die onder het scherm zijn plaats heeft. In de achterkant van de tv is een gesloten laagunit aangebracht, die naast de laagdriver vier passieve radiatoren heeft.

De demo was sterk. Muziek klonk in balans en (voor een tv of soundbar) kamervullend. Bij film was het geluid opvallend ruimtelijk en waren dialogen goed te verstaan. Nog meer slagkracht in het laag bood de OLED+911 bij inschakeling van een subwoofer. De mannen van Bowers & Wilkins hadden, niet zo verwonderlijk wellicht, een exemplaar van eigen makelij meegebracht. Was het geluid zonder de ondersteuning van een subwoofer al prettig om naar te luisteren en miste er niet per se iets, met B&W’s ASW608 (800 euro) erbij ontstond een completere ervaring met een aangename volheid. De OLED+911 lijkt een ideale tv voor de kopersgroep die naast uitstekend beeld ook goed geluid wil, zonder daarbij hun toevlucht te moeten nemen tot een afzonderlijke hoogwaardige soundbar.
De OLED+911 wordt geleverd in de maten 48 (nieuw), 55, 65 en 77 inch. Prijzen zijn nog niet bekendgemaakt. Levering van alle nieuwe producten wordt verwacht vanaf medio tot laat dit voorjaar.