De restauratie wordt uitgevoerd door de zoon van de kunstenaar, die de beelden zoveel mogelijk in hun oorspronkelijke staat zal herstellen. Voor Van Ronckenstein zelf voelt het dus als een weerzien met een oud project. Opvallend genoeg ervaart hij de beelden nu als kleiner dan hij zich herinnerde. “Het is één van de vele werken die ik gemaakt heb, ik heb hier niet een speciaal gevoel bij.”