•
dinsdag 14 april 2026 om 09:05
Interview Naast Wout van Aert zagen we op het podium van Parijs-Roubaix ook een tweede dolgelukkige Belg. De 33-jarige Jasper Stuyven bezorgde zijn team Soudal Quick-Step een bronzen medaille in het monument. Een uitslag waar de geschiedenisrijke ploeg van Jurgen Foré al het hele voorjaar op jaagt, nadat het zich terug wilde omscholen naar een klassieke equipe. Ploegleider Niki Terpstra volgde die ontwikkelingen vanop de eerste rij en doet zijn relaas bij onze website.
Waren veteranen Stuyven en Dylan van Baarle (beide al 33) nu echt de pionnen die Soudal Quick-Step zouden redden in de klassiekers? Voorafgaand aan de kasseikoersen plaatsten kenners en fans meer dan eens vragen bij de transferstrategie van Jurgen Foré, die het wegvallen van Remco Evenepoel moest opvangen. Maar Foré moest en zou terug meedoen in de monumenten en lijkt nu toch zijn gelijk te halen.
Belangrijke transfer
“We hebben een heel stabiele klassieke periode achter de rug”, legt Terpstra uit. “Oké, we behaalden niet altijd de resultaten waarop we hoopten. Of toch niet die uitschieters. Maar het zat ook niet altijd mee, moet ik zeggen. We hebben, zeker met Paul Magnier, nogal vaak pech gehad op belangrijke momenten. In alle klassiekers die hij heeft gereden, was Jasper wel heel stabiel. Zijn rijtje uitslagen was ook voor de Helleklassieker al indrukwekkend.”
“Dat hij uitgerekend in Parijs-Roubaix derde wordt, is een hele mooie afsluiter van die klassieke periode”, vertelt de ex-winnaar van Parijs-Roubaix. “Het was een soort kers op de taart. Je zag aan de aankomst in Roubaix alleen maar blije gezichten binnen de ploeg. Jasper is een mooie transfer die het heeft waargemaakt in wedstrijden die er de laatste jaren zeker niet gemakkelijker op zijn geworden.”

Stuyven op de finishlijn in Roubaix – Foto: Fotopersburo Cor Vos
We stellen het iets sterker dan Terpstra: zonder ‘alien’ in je ploeg, is zo’n podiumplaats anno 2026 eerder uitzondering dan regel. “Terwijl de mecaniciens en andere mensen in de ploeg wel al maandenlang bezig zijn met die klassiekers. Ze testen materiaal, ze perfectioneren onze werking en nog zo veel andere dingen. Dat kost elke keer dagen. Soms denk je: is dat nu allemaal nodig voor wedstrijd X of Y? Als het dan toch uitbetaalt, dan is dat het allemaal waard geweest.”
Geen pechmomenten
Onderweg zat voor één keer eens alles mee. “Of toch bij Jasper. Ook Dylan van Baarle zat goed in de koers, maar hij rijdt lek vlak nadat Tadej Pogacar ook een lekke band had. Jullie hebben gezien wat een bende het was met auto’s die de weg blokkeerden. Je kan je wel voorstellen hoe lang het heeft geduurd voordat er eindelijk een auto bij Dylan was. Terwijl hij er eigenlijk weer lekker in zat en dan gebeurt dat. Hij voelde zich super. Maar het was ook niet het voorjaar van Dylan, daar moeten we niet om rond de pot te draaien.”
Ten tweede lag het terrein de ploeg iets beter dan bijvoorbeeld de Ronde van Vlaanderen. “Dat is simpel: in Parijs-Roubaix heb je op het vlakkere terrein meer slipstreameffect. De Ronde van Vlaanderen is zo’n zware wedstrijd, daar komt de beste meestal bovendrijven. Ik wil niet zeggen dat het in Roubaix het niet zo is, alleen wordt het verschil minder uitvergroot. En je krijgt ook minder verschil in gewichtsklassen: dat moet je in Roubaix natuurlijk niet mee omhoog nemen en dus komen veel renners beter voor de dag.”

Terpstra (links) na Parijs-Roubaix – foto: Fotoperburo Cor Vos
Toekomstvisie
Anderzijds: derde is een mooi resultaat, maar Terpstra maakte als renner de hoogdagen van de ploeg met veel klassieke zeges mee. Foré wil graag opnieuw zo’n Wolfpack bouwen, maar volgens Terpstra is hij goed op weg. “Ik zie in iedere wedstrijd een gemotiveerde ploeg aan de start die goed voor elkaar gaat werken. Niet alleen de renners, maar ook alle staf, de soigneurs en mecaniciens zijn enorm gebrand om het goed te doen in deze koersen. Iedereen heeft zichzelf 100% gegeven en dat was prachtig om mee te maken.”
“Het idee is om niet alleen met Stuyven, maar ook met de jongeren dat hoge niveau in de toekomst te behalen. ‘Heropbouw’ vind ik misschien een beetje een zwaar woord. Je moet niet verwachten dat alles in één jaar meteen lukt. We hebben de jongeren al in de ploeg, die steeds beter worden en nog een beetje ervaring moeten krijgen. Dat proces is in gang gezet. Ook onze Devo’s werden vierde en zesde bij de beloften. In combinatie met Jaspers uitslag, is dat een mooie motivatie voor de toekomst.”
En zo keert finaal de hele opinie over de ploeg. Want ook snelle man Tim Merlier keerde afgelopen woensdag door de grote poort terug met een sprintzege in de Scheldeprijs. “Bij Tim was het een kwestie van in competitie kunnen keren. Als hij in vorm is, is hij altijd een echte ‘winning machine’. Voor de andere dagen weet je nooit hoe die wedstrijden gegaan zouden zijn als we geen pech hadden. Maar dat heeft in ieder geval niet meegeholpen. Gelukkig moeten we daar niet meer aan denken”, besluit Terpstra.