Jarenlang leek er niets aan de hand. Ik presteerde goed en had mijn leven ogenschijnlijk op orde. Tot mijn lichaam en hoofd daar ineens anders over dachten. Op mijn dertigste kreeg ik de diagnose ADHD – en vielen er puzzelstukjes op hun plek waarvan ik niet eens zeker wist dat ze ontbraken.
‘Ik functioneerde prima – tot ik dat niet meer deed’
Als kind was ik “gewoon een beetje onrustig”. Althans, zo werd het gezien. Mijn moeder accepteerde me zoals ik was: energiek, een tikkeltje chaotisch en aanwezig. Er zat geen oordeel op, en dus was er ook geen reden om verder te kijken.
Op school ging het namelijk goed. Sterker nog: ik deed het bovengemiddeld. Ik was ambitieus, wilde presteren en was bang om te falen. Dus leerde ik mezelf al vroeg hoe ik me moest gedragen. Stilzitten wanneer dat verwacht werd. Mijn werk op tijd inleveren én me ten alle tijden aanpassen.
Wat niemand zag – en wat ik zelf in alle eerlijkheid ook jarenlang niet begreep – was wat er zich vanbinnen afspeelde.
Eindeloze gedachten
Eigenlijk voelde ik veel onrust. Alsof er altijd een motor draaide die ik niet uit kon zetten. Gedachten die flink wat kanten op schoten en overprikkeling die zich opstapelde, maar geen naam had. Ik was over het algemeen sneller moe dan mijn vriendinnen. Maar toch ging ik altijd door.
Achteraf gezien was ik extreem goed in maskeren. Ik wist feilloos wat sociaal wenselijk gedrag was en speelde dat spel mee. Dat ik ondertussen mijn sleutels om de haverklap kwijtraakte, niet kon slapen omdat ik liedjes in mijn hoofd had, “simpele” taken uitstelde, eindeloos kon praten en van de hak op de tak sprong – dat hoorde er gewoon bij, dacht ik.
Net als mijn stemmingswisselingen, mijn tamelijk emotionele reacties en gevoeligheid, mijn neiging om alles perfect te willen doen en vervolgens sneller uitgeput te raken. Dat ik dit zo lang volhield én houdt, blijkt achteraf geen toeval.
Heike Hörnschemeyer, verpleegkundig specialist GGZ bij ADHDcentraal, ziet dit patroon vaak terug. ‘Vrouwen zijn over het algemeen beter in staat om ADHD-kenmerken te camoufleren. Ze willen zich aanpassen en zo “normaal” mogelijk overkomen. Dat maskeren kost enorm veel energie, waardoor ze vaak ook chronisch vermoeid of overprikkeld zijn.’
Burn-out en long COVID
Dit alles werkte prima; tot het niet meer werkte. Pas toen ik ouder werd en op mezelf ging wonen, begon het soms te wringen. Ineens moest ik van alles zelf doen. Niet alleen presteren op werk, maar ook een huishouden runnen, mijn administratie bijhouden, sociale relaties onderhouden – het hele volwassen leven, zeg maar. En dat bleek toch wat ingewikkeld.
Alles stapelde zich op: kleine dingen werden groot en simpele taken voelden overweldigend. Mijn hoofd stond nooit stil, maar mijn lichaam begon af en toe te protesteren.
Ik kreeg op mijn 24e uit het niets – voor mijn gevoel – mijn eerste paniekaanval, gewoon thuis op de bank. Een jaar later volgde een burn-out. Niet veel later volgde long COVID. En allerlei fysieke klachten, voornamelijk chronische (spannings)hoofdpijn, waar ik dik vier jaar later nog steeds niet helemaal vanaf ben.
Fysieke klachten en ADHD
Volgens Hörnschemeyer kan ADHD inderdaad fysieke klachten opleveren: ‘Als je jarenlang over je grenzen gaat en continu “aan” staat, zie je dat klachten zich niet alleen mentaal, maar ook fysiek kunnen uiten. Vermoeidheid, spanningsklachten en burn-out komen veel voor. Daarnaast zien we bij ADHD ook vaker overlap met lichamelijke klachten, zoals darmproblemen, astma of ontstekingsgerelateerde klachten. Naar de correlatie tussen ADHD en long COVID wordt op dit moment onderzoek gedaan.’
Dus ging ik logischerwijs op zoek naar hulp. Artsen, specialisten, psychologen – ik heb ze allemaal gezien. Ik was hard op zoek naar een verklaring en iets wat logisch maakte waarom ik me zo voelde. Tot een paar psychologen voorzichtig hetzelfde woord noemden: ADHD.
Ik weet nog dat ik dacht: “dat kan toch niet?” Ik had een beeld van drukke jongetjes die niet stil konden zitten. Niet van iemand zoals ik, die haar leven ogenschijnlijk best goed op orde had. Maar toen ik me erin ging verdiepen, vielen eigenlijk veel puzzelstukjes op hun plek.
‘Dat beeld klopt ook niet,’ zegt Hörnschemeyer. ‘ADHD komt bij vrouwen bijna net zo vaak voor als bij mannen, maar wordt minder snel herkend. Omdat meisjes vaak minder druk gedrag laten zien en meer internaliseren, blijven klachten langer onder de radar.’
‘Mijn brein werkt simpelweg anders’
De diagnose kwam vervolgens recentelijk, op mijn dertigste. En hoewel ik niet verwacht dat het een magische “oplossing” is – zeker niet voor mijn fysieke klachten na long COVID – brengt het wel iets anders: erkenning.
Ineens was er een verklaring voor die innerlijke onrust. Voor het gevoel dat alles altijd nét iets meer moeite kostte. Voor waarom ik zo goed kon functioneren aan de buitenkant, maar me vanbinnen zo vaak overweldigd voelde.
Ik ben inmiddels gestart met een psycho-educatie cursus, in groepsverband. En dat voelt al best geruststellend: herkennen dat je niet de enige bent. Dat dingen waar je je hele leven misschien een beetje voor schaamde – het impulsieve, het emotionele, het snel overprikkeld zijn – geen persoonlijke tekortkomingen zijn, maar onderdeel van hoe mijn brein werkt.
Oh, én ik ben me nu meer bewust van de positieve kanten van ADHD. Zo ben ik gepassioneerd en creatief, voel ik diep en kan ik intens genieten van de kleine dingen. Ik sta open voor medicatie, al weet ik nog niet zeker of dat de juiste stap is voor mij. Wat ik wel weet, is dat deze diagnose me helpt om met meer mildheid naar mezelf te kijken.
Volgens Hörnschemeyer is dat een belangrijke eerste stap. ‘Veel mensen ervaren na de diagnose opluchting. Ze realiseren zich: het ligt niet aan mij. Ik ben niet lui of ongemotiveerd, mijn brein werkt anders. Maar ook rouw en verdriet komen om de hoek kijken, vooral als de diagnose laat is gekomen.’
Lees ook