Beeld Corné Sparidaens

Longarts en opleider Jolanda Kuijvenhoven vindt de menselijke kant van het doktersvak minstens zo belangrijk als de vaktechnische. Door de coassistenten in het Frisius MC in Leeuwarden werd ze drie keer op rij uitgeroepen tot Specialist van het Jaar. “De werk-privébalans is bij mij standaard onder­werp van gesprek.”

Het begint allemaal met goed kijken, aldus Jolanda Kuijvenhoven (42). Écht zien wie er tegenover je zit. Goed doorvragen naar wat die ene coassis­tent, of aios drijft. “Iedereen heeft een verhaal”, zegt ze aan haar eettafel in een Zweeds huis aan de rand van Leeuwarden, met uitzicht op het water.

“Uit wat voor gezin kom je? Waarom heb je voor deze studie of dit vakgebied gekozen? En bovenal: wat voor een dokter wil je worden? Daar wil ik de vinger achter krijgen. Zodat ik jonge men­sen zo goed mogelijk kan helpen om daar te komen.”

Dat doet Kuijvenhoven naar eigen zeggen niet door een standaardroute te volgen, maar door zich te laten leiden door de leerdoelen van de persoon tegenover haar. Die kunnen vakinhoudelijk zijn, maar zeker ook gaan over hoe je je werk als aanstaand of jonge arts (in opleiding) leuk houdt.

“De werk-privébalans is bij mij standaard onder­werp van gesprek. Zeker bij aiossen. Ik vraag altijd hoe mensen zich voelen, wat ze lastig vinden, wat ze doen om lichamelijk en geestelijk fit te blijven. Natuurlijk kan ik niet alle problemen oplossen, maar vaak helpt het al om er gewoon open en eerlijk over te praten. En te benoemen dat je het niet allemaal alleen hoeft uit te vogelen. Dat zou veel normaler moeten worden.”

Specialist van het jaar

Dat haar aanpak weerklank vindt, blijkt wel uit het feit dat de coassistenten in het Frisius MC Kuijvenhoven in 2023, 2024 en 2025 uitriepen tot Specialist van het Jaar. Het motiveerde haar mede om vorig jaar binnen haar vakgroep formeel als opleider aan de slag te gaan. Nu begeleidt ze dus arts-assistenten, in plaats van studenten. “Opleiden en coachen vind ik een van de allerleukste dingen om te doen. Ik wil jonge mensen vleugels geven. En zo helpen ze voor de zorg te behouden.”

Hoe was je eigen opleiding?

“Fantastisch. Ik heb mijn specialisatie gedaan bij het Medisch Spectrum Twente in Enschede. De vakgroep daar voelde als een warm bad. Er was onderling veel vertrouwen. De zorg voor patiënten was uitstekend, maar die voor aiossen óók. We gingen regelmatig met zijn allen uit eten en toen ik trouwde waren al mijn collega’s daarbij.

Mijn eigen opleiders – Ilonka van Veen en Nicole Hekelaar – waren en zijn mijn rolmodellen. Zij leefden voor dat je een carrière als arts prima kunt combineren met een jong gezin, zonder daarbij jezelf te verliezen. Dezelfde boodschap probeer ik nu aan mijn aiossen door te geven.”

Wat is de belangrijkste les die je van ze meekreeg?

“Hoe belangrijk het is om elkaar wat te gunnen. Een voorbeeld: veel jonge collega’s krijgen kinderen. Dat kun je als oudere garde lastig vinden, maar het hoort er gewoon bij. Laten we, in plaats van daarover te klagen, samen kijken hoe we collega’s in die uitdagende levensfase zo goed mogelijk kunnen ondersteunen.

Daar hoort dus ook bij: doorlopende aandacht voor de werk-privébalans. In onze vakgroep in Leeuwarden krijgt iedereen de mogelijkheid vier dagen per week te werken. Sterker nog, we hebben maar twee aiossen voltijd in opleiding, de rest werkt parttime. Tien jaar geleden was zoiets nog heel ongebruikelijk. Maar als je een open mind hebt en er samen voor gaat, kan er meer dan je denkt.”

Beeld Corné Sparidaens
Wat bekent dat gunnen voor jou nog meer?

“Mensen kansen bieden en ze de ruimte geven om – naast het reguliere werk – dat te doen waar ze blij van worden. Voor mij is dat opleiden, voor een ander bijvoorbeeld onderzoek doen, beleid maken of zich inzetten voor duurzaamheid. Ook dat is onderdeel van een leven in balans.”

Als Kuijvenhoven acht is, overlijdt haar vader – logistiek econoom bij de NS – aan de gevolgen van een uitgezaaid melanoom. Dat ze op zo’n jonge leeftijd een ouder verloor, noemt ze tragisch, maar niet traumatisch. “Dankzij onze sterke en liefdevolle moeder hebben mijn zusje en ik een fijne, stabiele jeugd gehad.”

Magisch

Kuijvenhovens moeder is dan jeugdarts bij de GGD. Ze weet nog precies wanneer ze zelf besloot ook dokter te worden. “Dat was tijdens een biologie­les op de middelbare school. We moesten daar koeienlongen en een schapenhart ontleden. Magisch vond ik het.” Ze wordt in eerste instantie uitgeloot voor geneeskunde, maar heeft de mazzel nageplaatst te worden in Groningen.

Tijdens een snuffelstage op de afdeling longziekten in het tweede jaar van haar studie is ze gelijk verkocht. “Bronchoscopieën, echo’s, puncties: ik vond het allemaal even leuk om te doen. De breedte van het vak sprak me ook direct aan. Van infectieziekten tot obstructieve longziekten tot oncologie: je krijgt als longarts met veel verschillende aandoeningen en patiënten te maken.”

In de loop van haar specialisatie wordt al snel duidelijk dat het begeleiden van coassistenten haar goed afgaat – in Enschede wint ze meerdere keren de prijs voor beste aios. Als specialist valt haar dus dezelfde eer ten deel. Inmiddels geeft ze ook les aan huisartsen en POH’s in de regio waar ze werkt.

Wat onderscheidt jou van andere opleiders?

“Ik denk dat ik mijn enthousiasme voor mijn vak goed kan overbrengen op anderen. En ik ben heel realistisch: ja, het is belangrijk om lol te hebben in je werk, maar je moet als arts ook gewoon hard willen werken. Verder hoor ik terug dat ik heel benaderbaar ben, en recht door zee. What you see, is what you get. Desgevraagd deel ik mijn eigen worstelingen – het is soms gewoon hartstikke zwaar, zeker als je jonge kinderen hebt. Maar onderaan de streep ga ik elke dag blij naar mijn werk.”

In de zorg gaat het veel over cultuur en veiligheid. Hoe besteed jij daar aandacht aan?

“Van nature ben ik nogal conflictmijdend. Maar als een collega mijn coassistenten of aiossen negatief bejegent, kost het me geen enkele moeite om hem of haar daar direct op aan te spreken. Leuk werk begint met: elkaar respecteren en aardig voor elkaar zijn. Oók als een arts-assistent jou als specialist ’s nachts wakker belt. Die doet dat immers niet zomaar.

Ik vind het goed dat jonge artsen zich vandaag de dag kritischer opstellen over wat qua gedrag wel en niet acceptabel is, en duidelijker hun grenzen aangeven. Dat betekent overigens niet dat je elkaar moet gaan betuttelen, of dat je professio­neel niet kritisch mag zijn op iemands functioneren. Ik ben hard op de inhoud, lief op de persoon.”

Wat typeert de huidige generatie jonge artsen?

“Soms heb ik het idee dat zij niet zo hard willen werken als ik tijdens mijn opleiding deed. Maar is dat erg? Voor hun welzijn is het vermoedelijk heel verstandig. Tegelijkertijd hebben we als artsen een heel verantwoordelijk beroep en moet het werk wel gewoon worden gedaan. Ik weet nog niet zo goed hoe de jonge garde dat gaat regelen. Maar ik vertrouw erop dat ze daar hun eigen manier voor gaan vinden.”

‘Ja, het is belangrijk om lol te hebben in je werk, maar je moet ook gewoon hard willen werken’

Negen jaar geleden maakt Kuijvenhoven samen met haar man bewust de keus om van de Randstad naar Friesland te verhuizen. “Ik had behoefte aan meer rust en ruimte, ook voor onze kinderen.”In Leeuwarden zit ze naar eigen zeggen volledig op haar plek. “De sfeer in onze vakgroep is vergelijkbaar met die in Enschede. En het Frisius MC is een top­klinisch en vooruitstrevend opleidingsziekenhuis.”

Beeld Corné Sparidaens

Wel maakt ze zich als specialist zorgen over de toekomst van het medisch- specialistisch onderwijs. Ook in haar eigen vakgebied. “De longgeneeskunde is enorm in beweging. Het is geweldig dat we steeds meer kunnen, maar dat betekent ook dat we onze aiossen – in dezelfde of zelfs minder tijd – steeds meer moeten leren. Tegelijkertijd nemen de personeelstekorten toe. En dan wil het kabinet vanaf 2029 ook nog eens structureel 110 miljoen euro gaan bezuinigen op medische vervolgopleidingen. Waarschijnlijk betekent dit dat we óf minder aiossen kunnen gaan opleiden, óf dat er per aios minder geld beschikbaar komt, waardoor zij zelf een deel van hun opleiding moeten gaan betalen. In beide gevallen gaat het wringen. Die kant moeten we echt niet op.”

Wat moet er veranderen om de vervolgopleiding toekomstbestendig te maken?

“Om te beginnen moet die financieel aantrekkelijk blijven. Anders is de keus voor een ander beroep – met een hoger salaris en minder verantwoordelijkheid –gauw gemaakt. Verder vind ik dat er meer ondersteuning voor aiossen moet komen, zodat we oneigenlijke taken bij hen kunnen weghouden. Roosters maken, bijvoorbeeld. En ook de dienst­belasting moet op orde zijn, zodat er voldoende tijd overblijft voor een leven naast het werk.”

Je hebt al meerdere keren de werk-privébalans genoemd. Hoe zorg je er zelf voor dat die niet zoek raakt?

“Ik heb de mazzel dat ik de taken thuis goed met mijn man heb kunnen verdelen. En ik sport veel. Elke ochtend sta ik op de loopband en ik kickboks vier keer per week. Bewegen is voor mij de ultieme manier om mijn hoofd leeg te maken en fit te blijven.”

Neem je nooit te veel hooi op je vork?

“Dat heb ik in het verleden zeker gedaan. Maar covid was voor mij een keerpunt. Ik heb nog nooit zo hard gewerkt als tijdens de pandemie. Zoveel patiënten, zoveel overlijdens. En ook zoveel onzekerheid en machteloosheid. Toen de rust terugkeerde, heb ik besloten het qua werk over een andere boeg te gooien.

‘Na covid heb ik besloten het over een andere boeg te gooien’

In plaats van overal ja op te zeggen, gebruik ik nu de vier P’s om te besluiten of ik bijvoorbeeld aan een extra commissie deelneem of een lezing verzorg. Geeft iets me plezier? Staat mijn partner erachter? Levert het prestige op? Of poen? Op minimaal twee van die vragen moet het antwoord positief zijn, anders doe ik het niet meer.”

C.V.

Jolanda Kuijvenhoven (Hoorn, 1983) studeerde geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen en deed haar specialisatie in het Medisch Spectrum Twente. Na een tussenstop van anderhalf jaar in het Spaarne Gasthuis in Hoofddorp en promotieonderzoek in het AMC, vond ze haar definitieve plek bij
het Frisius MC in Leeuwarden. In 2023, 2024 en 2025 werd Kuijvenhoven door de coassistenten van het Frisius MC uitgeroepen tot Specialist van het Jaar.

Sinds vorige zomer is ze naast longarts ook opleider longziekten. Kuijvenhoven
is getrouwd met long functieanalist Matthijs Varkevisser, eveneens werkzaam in het Frisius MC. Samen hebben ze twee zonen.