Loop een willekeurige boekenwinkel binnen en je ziet het meteen: stapels puzzelboekjes (waarvan deze verreweg het leukst is, al zeggen we het zelf) én dozen vol stukjes. Maar als je je brein écht wilt uitdagen, waar kun je dan beter voor gaan: een paar pagina’s in een boekje of een legpuzzel van duizend stukjes?

Breinbrekers: taal, kennis en logisch denken

Kruiswoordraadsels, sudoku’s, cryptogrammen en logikwissen: ze doen elk een beroep op andere processen in je brein. Volgens neuropsycholoog Erik Scherder spreken vooral kruiswoordraadsels je ‘gekristalliseerde intelligentie’ aan: de kennis en ervaring die je in de loop der jaren hebt opgebouwd. ‘Je gebruikt wat je al weet’, zegt hij. ‘Je geheugen en woordenschat spelen daarbij een grote rol.’

Ook interessant: Helpt puzzelen tegen hersenaandoeningen? Neuropsycholoog Erik Scherder vertelt

Bij sudoku’s en andere logische puzzels ligt de nadruk meer op probleemoplossend denken. ‘Daar ben je echt aan het redeneren en vooruitdenken’, legt Scherder uit. Dat maakt je vooral beter in dit soort puzzels zelf. Het effect op andere vaardigheden in het dagelijks leven lijkt beperkt.

‘Je traint vooral wat je oefent. Maar kies je een niveau dat nét wat uitdagender is, dan houd je je hersennetwerken wel actief.’ En dat helpt weer om veerkrachtig te blijven en met tegenslagen in je leven om te gaan, aldus de neuropsycholoog.

Legpuzzels: kijken, scannen en oriënteren

Legpuzzels vragen om een andere aanpak. Hier draait het om visueel-ruimtelijk inzicht: het herkennen van vormen, kleuren en patronen, en het plaatsen ervan in het geheel.

Scherder: ‘Bij een legpuzzel ben je continu aan het scannen. Je ogen bewegen over het beeld, terwijl je hersenen proberen om verbanden te leggen.’ Daarbij speelt ook de hippocampus een rol, een hersengebied dat belangrijk is voor ruimtelijk geheugen. ‘Dat gebruik je bijvoorbeeld ook als je je weg zoekt in een stad.’

Ook interessant: Zo houd je je brein jong volgens neuropsycholoog Erik Scherder

Je regelmatig buigen over duizend stukjes, kan je dus zomaar helpen om beter te navigeren. ‘Niet voor niets hebben mensen met aandoeningen zoals Alzheimer, waarbij de hippocampus is aangetast, vaak moeite met de weg vinden’, legt Scherder uit.

Verschillende puzzels, verschillende vaardigheden

Breinbrekers en legpuzzels spreken dus verschillende netwerken in je hersenen aan. Waar taal- en denkpuzzels vooral draaien om kennis en logica, vragen legpuzzels om visuele analyse en ruimtelijk inzicht.

‘Toch is het een misverstand dat legpuzzels alleen ‘visueel’ zijn’, voegt Scherder toe. ‘Je bent ook aan het analyseren en verbanden aan het leggen. Het frontale deel van je brein doet dus gewoon mee.’

Wat is het beste voor je brein?

Het korte antwoord: er is geen winnaar. Breinbrekers en legpuzzels trainen verschillende vaardigheden, en beide vormen dragen bij aan versterken van je cognitieve functies. Wil je je brein uitdagen? Pak dan een puzzelboekje én die doos met losse stukjes, want afwisseling is het effectiefst voor je brein. En nog belangrijker: wat variatie maakt puzzelen vooral nog leuker dan het al is.

Lees ook