“Ik gebruik mijn verbeelding enorm”

Shinichi Yamauchi die Denons geluid bewaakt, heeft een andere stijl. Hoewel het doel ergens hetzelfde is, is de invulling aan de taak van Sound Master schijnbaar heel anders. Hij begon bij Denon als ingenieur die aan cd-spelers werkte, maar – horen we van een collega – studeerde later musicologie bij om een volledigere kijk op muziek te krijgen. De twee Sound Masters lijken dan ook elk goed bij hun merk te passen.

Voorafgaand aan het interview, wou Shinichi Yamauchi vooral laten horen waar hij naar streeft qua Denon-geluid. Dat deed hij met een mooie maar relatief bereikbare opstelling. Het Japanse merk zoekt niet de extremen op qua prijzen. Uiteindelijk krijgen we een paar Bowers & Wilkins 801 D4-speakers mooie muziek te horen aangeleverd door een Denon PMA-3000NE geïntegreerde versterker, met een DCD-3000NE als bron voor sacd-schijven en ook vinyl via een DP-3000-draaitafel. Met DL-103 MC-element, uiteraard.

Bij de start van het interview maakt Yamauchi meteen duidelijk wat zijn eigen kijk is op hoe Denon moet klinken. “Het traditionele Denon-geluid is delicaat en toch punchy, het maakt een sterke impressie. Dat is de traditie, maar ik vond dat niet genoeg.” Er moest meer opwinding bij, en om dat te doen focuste hij op de soundstage en de levendigheid, luidt het. We stellen de ingenieur dezelfde vraag als Ogata: wat heb je nodig om een goede Sound Master te zijn?

“Als je een Sound Master bent, moet je een heel helder idee hebben van welke klank je wil nastreven. Ik gebruik mijn verbeelding enorm om dat geluid in mijn hoofd te houden. Toen ik jonger was, zei iemand me dat ik heel koppig was omdat ik zo obsessief bezig was met geluid. Die obsessie is cruciaal voor een Sound Master.”

En hoe zit het dan moet het spanningsveld tussen de ’koude’ engineering en het vagere werk van het tunen? “Om te beginnen vertrouw ik heel sterk op de kunde van het ingenieursteam dat het product ontwikkelde. Daarom kan ik me focussen op de ‘artistieke’ kant van sound design. Het is niet uitgedrukt in specificaties of cijfers, ik kan me puur uitdrukken zoals een artiest om een geluid te creëren dat boeiend is.”

Zonder helemaal in clichés te vervallen: voor exact denkende ingenieurs zou dergelijke feedback rond geluid ook lastig kunnen zijn. Het vertrouwen moet er toch ook zijn dat jouw input waardevol is? “Zeker. Het team vertrouwt me inmiddels, maar toen ik net Sound Master werd kenden ze me niet zo goed. Toen was sound design soms moeilijk. Maar eens reviewers en winkelmedewerkers hun appreciatie toonden over m’n werk, waren ze wel onder de indruk. Die feedback gaf me veel zelfvertrouwen en hielp met de relatie met het ingenieursteam.”