In 1967 voerde chirurg Christiaan Barnard in Zuid-Afrika de eerste harttransplantatie uit. De techniek werkte, maar de patiënt leefde daarna nog maar achttien dagen: zijn lichaam stootte het nieuwe hart af. Toch was dit een doorbraak, de operatie vormde het begin van de moderne harttransplantatie. Hoe gaat zo’n ingreep tegenwoordig?
Een donorhart krijg je niet zomaar. Je hart moet er ernstig aan toe zijn, bijvoorbeeld na zware schade door een infarct, waardoor je lichaam niet meer genoeg zuurstof krijgt van het sterk verzwakte hart. De wachttijd varieert: soms maanden, soms weken. In die periode kan een kunsthart het werk deels overnemen, maar altijd als tijdelijke overbrugging.
Tijdens de operatie, die zo’n vier tot zes uur duurt, ligt de patiënt aan een hart-longmachine. Die neemt het werk van deze twee organen over. Chirurgen verwijderen ondertussen het falende hart, maar laten delen van de boezems zitten. Daarop sluiten ze het donorhart aan, samen met de grote bloedvaten.
De podcast Het Spreekuur
Luister nu naar Het Spreekuur, de podcast waarin Erik Scherder en Leonard Hofstra lezersvragen beantwoorden over gezond leven vanuit het hoofd en vanuit het hart. Zelf een vraag stellen? Mail naar hetspreekuur@quest.nl
Na een harttransplantatie leven patiënten tegenwoordig gemiddeld nog twaalf tot vijftien jaar, een wereld van verschil met de achttien dagen waar het ooit mee begon. Veel mensen kunnen na de ingreep weer een volwaardig leven leiden.
Hoe kan het dat een donorhart veel minder snel dan vroeger door het lichaam afgestoten wordt? Medicatie die ervoor zorgt dat het immuunsysteem minder actief wordt, zoals cyclosporine, helpt.
Ook de match tussen donor en ontvanger is cruciaal. Zo moeten bloedgroep en weefseltype overeenkomen. Artsen testen daarom vooraf of afweercellen van de ontvanger reageren op donorweefsel. En ook de grootte van het hart moet kloppen. De perfecte match is zeldzaam, en juist daarom zijn hartdonoren zo belangrijk. Hoe meer donoren, hoe groter de kans dat zo’n goede match gevonden wordt.
Door het tekort aan donorharten kijken onderzoekers momenteel zelfs naar varkensharten. Dat klinkt misschien vreemd, maar zo gek is het niet: het varkenshart lijkt qua formaat sterk op dat van ons. Tegelijkertijd is ons immuunsysteem meedogenloos voor alles wat vreemd is, afstoting blijft in dit geval dan ook een groot probleem. Zeker omdat een varken immunologisch nu eenmaal veel verder van ons afstaat dan een ander mens. Toch melden sommige patiënten zich voor dit soort experimentele behandelingen, simpelweg omdat er geen alternatief is.
Ook interessant: Is een breintransplantatie medisch gezien mogelijk? Erik Scherder legt uit
Sinds 1967 is er dus enorm veel veranderd, maar de kern is hetzelfde gebleven: ergens moet een geschikt hart beschikbaar komen. En dat donororgaan, dat is levensveranderend. Een nieuw hart betekent nieuwe energie. Wat eerst onmogelijk was, bijvoorbeeld traplopen en fietsen, komt weer binnen bereik. Voor veel patiënten voelt het alsof ze hun toekomst terugkrijgen door de transplantatie.
Misschien ligt de oplossing ooit bij een dierenhart. Tot die tijd blijft een harttransplantatie een kwestie van wachten en hopen op de juiste menselijke match. En die is bijzonder waardevol.
Lees ook