Sta je hard te lachen om een mop, val je ineens op de grond en kun je een paar minuten lang helemaal niks. Herkenbaar? Niet voor mij, want ik kan moeiteloos (na)genieten van iemands gevoel voor humor. Maar ongeveer 1 op de 2000 mensen komt zo’n ervaring wel degelijk bekend voor. Zij hebben narcolepsie.

Ik kende dat alleen als aandoening waarbij je overdag ineens in de slaapmodus schiet. Dat je constant slaperig bent en veel moeite hebt om je ogen open te houden, tot het ineens niet meer gaat.

Ineens zak je in elkaar

Maar dat dagslapen is dus maar een deel van het verhaal, hoor ik van Rolf Fronczek, slaaponderzoeker aan het Leids Universitair Medisch Centrum en Slaap-Waakcentrum SEIN. Zo liggen deze mensen ’s nachts juist vaak wakker: ‘Patiënten met narcolepsie hebben heel onrustige nachten. Ze hebben moeite om door te slapen.’

Maar heeft iedereen die overdag zit te knikkebollen en ’s nachts eindeloos ligt te woelen dan narcolepsie? Dat niet. ‘Iedereen is weleens moe of slaperig’, zegt Fronczek, die me dan een medische term leert die ik nog niet kende: ‘Maar de kataplexie die je ziet bij mensen met narcolepsie is echt heel typisch.’ Hij legt uit wat dat is. ‘Bij kataplexie verslappen je spieren, en kun je ineens op de grond vallen.’

Ook interessant: Wie vindt het bed de beste plek voor seks?

Zeker als goede comedians in de buurt zijn, moeten mensen met narcolepsie oppassen. Want er is een duidelijke link tussen zo’n kataplexie-aanval en positieve emoties. Fronczek: ‘Bij een goede grap zak je zomaar in elkaar. Of stel dat je een bekende tegenkomt in de supermarkt. Het ene moment zeg je opgewekt ‘Hee, hoi!’, het volgende moment lig je op de grond.’

Letterlijk de slappe lach

Zo’n aanval vindt plaats doordat de balans van bepaalde stoffen in de hersenen verstoord is bij patiënten. Zulke spierverslapping treedt ook op als je in je remslaap zit, de slaapfase waarin je de meeste dromen beleeft. Maar dan is het juist de bedoeling, zegt Fronczek: ‘Zo voorkom je dat je je dromen fysiek gaat uitvoeren.’

Het gekke is dat iemand met narcolepsie bij een ‘wakkere’ aanval van kataplexie volledig bij bewustzijn is. Fronczek: ‘Je kunt nog steeds gewoon alles zien en alles horen, en je gaat ook gewoon door met ademen. Maar alle willekeurige spieren, dus de spieren die je bewust kunt aanspannen, doen het niet meer.’

De ‘slappe lach’ is een letterlijke vorm van kataplexie

Voor de goede orde: niet alle mensen met narcolepsie hebben het zo erg dat ze de hele tijd op de grond vallen. ‘Je kunt ook een gedeeltelijke aanval hebben’, zegt Fronczek. ‘Dan gaat bijvoorbeeld alleen je hoofd een beetje knikkebollen. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren bij mensen die van zichzelf niet weten dat ze narcolepsie hebben.’

Zelfs ik als gezonde veertiger kan een vergelijkbaar gevoel krijgen. ‘Als je keihard lacht, gaat je spierspanning omlaag. Dat is bij alle mensen zo. Daar komt ook het gezegde ‘de slappe lach’ vandaan’, legt Fronczek uit. Het verklaart ook waarom sommige mensen in hun broek plassen bij een veel te goede grap: de spier die de blaas afsluit, geeft dan even niet thuis.

Help, er is iemand in de kamer!

Bij narcolepsie lopen ook in een ander symptoom slapen en waken door elkaar heen. Fronczek leert me weer een andere term: ‘In de overgangsfase tussen wakker zijn en slapen kun je hypnagoge hallucinaties krijgen. Dan treden je dromen als het ware de werkelijkheid binnen. Je kunt dromen dan niet van de werkelijkheid onderscheiden.’

depiction of a dreamlike scene featuring a reclining womanDetroit Institute of Arts

’The Nightmare’, Henry Fuseli (1741–1825)

Ook als je van slaap overgaat naar wakker worden, kun je zulke dromen hebben. Ze heten dan hypnopompe hallucinaties. Die gaan vaak samen met spierverslapping: je bent wakker, maar je spieren staan nog uit. Je kunt je dan dus ook (nog) niet bewegen.

Het vervelende van zulke dromen op de verkeerde momenten tijdens je slaap is dat ze vaak heel beangstigend zijn, vertelt Fronczek. Sommige mensen zien of voelen bijvoorbeeld een angstaanjagende figuur. Het middeleeuwse idee van de ‘succubus’ of ‘incubus’ (de wat? Zie het kader hieronder) komt daar waarschijnlijk vandaan.

Een heel rijtje symptomen

Maar waar komen die beelden dan vandaan? Als lid van de moderne samenleving kan ik elke zogenaamde demon wel wegredeneren, maar het verschijnsel zelf natuurlijk niet. Die demonen zijn niet echt, maar het verschijnsel erachter is wel echt. De wetenschap zelf ontkent dat ook al heel lang niet meer: al eind negentiende eeuw werd narcolepsie als een ziekte geclassificeerd.

Een incubus of succubus in je bed?
Als je in een droom een angstaanjagende figuur op je ziet zitten, is dat duidelijk een eersteklas nachtmerrie. Het lijkt een heel specifiek beeld, maar het blijkt universeel te zijn. In de Europese cultuur staan zulke figuren bekend als een incubus (als het een manachtig wezen is dat op een slapende vrouw zit) of een succubus (als het een vrouwachtig wezen is dat op een man zit). Vaak zit er een seksuele component aan zulke verhalen.|

Zulke angstaanjagende droombeelden worden vaak gelinkt aan hypnagoge of hypnopompe hallucinaties. Bij kinderen kunnen ze ervoor zorgen dat ze bang zijn om te gaan slapen. Want wie weet komt straks die engerd weer langs!

Het is een dankbaar thema in de kunst, en ook in moderne populaire cultuur duiken ze soms op: wie jong was in de jaren 80 en 90 kent waarschijnlijk wel Freddy Krueger uit de horror-reeks A Nightmare on Elm Street, of Killer BOB uit Twin Peaks: personages die afkomstig lijken te zijn uit een droomwereld, maar die tegelijk beangstigend echt lijken.

Een Franse arts beschreef bijvoorbeeld in 1880 een patiënt die last had van extreme slaperigheid overdag. In de dierentuin van Parijs kreeg die man een aanval van kataplexie toen hij moest lachen om de gekke bekken die apen aan het trekken waren.

Sinds die tijd staat het rijtje symptomen wel vast: bovenaan staat kataplexie, met vervolgens slaperigheid, minder goed slapen in de nacht, hypnagoge hallucinaties en gewichtstoename. Heb je dat allemaal? Dan is de kans groot dat een arts je met narcolepsie zal diagnosticeren.

Ook interessant: Dit krijg je als je te weinig slaapt

Het viel onderzoekers rond het jaar 1900 op dat deze symptomen relatief vaak voorkwamen bij mensen die ernstig ziek waren geweest. Artsen zagen onder meer bij overlevenden van de wereldwijde Spaanse griep-epidemie (1918) relatief vaak extreme vermoeidheid, slaapproblemen en problemen met de motoriek.

Schade in de hersenen

Zoals met zoveel aandoeningen kun je ook over zulke symptomen pas na iemands overlijden meer zekerheid krijgen: dan kun je in een lichaam gaan kijken wat voor schade er precies was. In de jaren 30 gingen artsen dat doen met patiënten die narcolepsie hadden gehad.

Wat ze aantroffen, was een plaatselijke verwoesting waar ze u tegen zeiden. Vooral het hersengebied hypothalamus was beschadigd (Fronczek wijst me aan waar die ligt: ‘Dat is een stukje van je hersenen dat recht achter je neus ligt, als je vanaf de voorkant naar binnen zou gaan.’)

Ik leer een nieuw stofje kennen: hypocretine

Die hypothalamus kun je zien als een soort automatische piloot. Een computer die stilletjes allerlei dingen regelt waar je niet over nadenkt. Fronczek: ‘Je hartslag bijvoorbeeld, maar ook je temperatuur, en je hongergevoel.’

Die computer werkt niet met stroompjes, maar met chemie. Hij produceert neurotransmitters. Dat zijn signaalstoffen die allerlei processen in je hersenen regelen. Adrenaline, serotonine, dopamine en histamine kende ik al, maar Fronczek laat me met een nieuw stofje kennismaken: hypocretine.

Een onterechte aanval op je eigen cellen

Die neurotransmitter is pas in 1998 ontdekt, net voordat Fronczek ging studeren. Het zette het hele onderzoek naar narcolepsie op z’n kop: ‘Ineens was de dirigent ontdekt die de flipflop tussen slapen en waken regelt. Want die hypocretine kan de periode dat je wakker bent, oprekken’, vertelt hij. Daardoor val je niet in slaap, terwijl je misschien best een beetje slaperig bent.

Gezonde mensen maken wel hypocretine aan, maar mensen met narcolepsie bleken dat stofje niet te hebben. Door die ontdekking konden alle vermoedens over een psychische of genetische oorzaak van de ziekte (zie het kader ‘Omvallende honden’) in de vuilnisbak.

Omvallende honden
Lang is de optie opengehouden dat narcolepsie een genetische oorzaak had. Dat dachten onderzoekers onder meer doordat narcolepsie relatief vaak voorkomt bij dobermanns. Die Duitse honden kunnen een genetische afwijking hebben waardoor ze een bepaalde receptor in hun hersenen missen. Is dat het geval, dan hebben ze narcolepsie.

Mensen hebben die afwijking niet, waardoor die verklaring van de ontbrekende receptor voor ons eigenlijk niet kon gelden. Maar pas nadat hypocretine was ontdekt, vielen de puzzelstukjes ook voor ons op hun plek: het is niet de receptor, maar het stofje dat op die receptor moet aangrijpen dat je mist. En daardoor heb je narcolepsie.

Maar daarmee was de kous nog niet af. Want hoe kan het dan dat iemands lichaam die stof niet aanmaakt? Waarschijnlijk is narcolepsie een auto-immuunziekte, net als bijvoorbeeld MS en reuma. Daarbij valt je afweersysteem lichaamseigen cellen aan. In het geval van narcolepsie zijn dat de cellen die hypocretine aanmaakten. Gevolg: geen hypocretine meer, en een waak-slaapbalans die in de kreukels ligt.

Eerst de griep, daarna narcolepsie

Of die cellen vernietigd zijn of alleen buiten werking gesteld, weten Fronczek en zijn vakgenoten nog niet. Wel zien ze een verband met andere ziekten. Als je bijvoorbeeld besmet bent met de streptokokkenbacterie loop je meer risico.

Ook griep kan een boosdoener zijn. Want mogelijk was de Spaanse griep, van eerder in dit artikel, inderdaad de boosdoener achter de stijging van het aantal narcolepsiepatiënten in die tijd. Ook hebben mensen die de Mexicaanse griep (2009) hebben gehad of daartegen gevaccineerd waren, mogelijk een hoger risico.

tired assistant sleeping on a copy machineNational Museum of Health and Medicine, Armed Forces Institute of Pathology, Washington, D.C., VS

Een noodziekenhuis in de Amerikaanse staat Virginia ligt vol met patiënten tijdens de Spaanse Griep-pandemie (1918/1919)

Slaat je afweersysteem om wat voor reden dan ook op tilt, dan kun je binnen een paar weken symptomen van narcolepsie ontwikkelen, vertelt Fronczek: ‘Het begint vaak met slaperigheid, gewichtstoename, en ’s nachts minder goed slapen. En dan komt ineens na een tijdje die kataplexie erbij.’

Narcolepsie is (nog) niet te genezen

Narcolepsie is gelukkig geen levensbedreigende ziekte. Je kunt er moeiteloos oud mee worden, maar je loopt wel een groot risico op ongelukken. Als je staand ineens in slaap valt, kun je hoofd op de grond of de punt van de tafel klappen.

Kan covid-19 ook narcolepsie veroorzaken?
Ook al hebben onderzoekers aanwijzingen dat covid-19 het risico op auto-immuunziektes kan verhogen (bijvoorbeeld in dit internationale onderzoek uit 2024), lijkt dat niet te gelden voor narcolepsie. In onderzoek uit Iran (2023) wordt één patiënt genoemd die toch de ziekte opliep. En door vaccins? Het Nederlandse bijwerkingencentrum Lareb meldt desgevraagd dat het geen aanwijzingen heeft dat covid-vaccins narcolepsie veroorzaken.

In het verkeer wil je zo’n plotseling dutje ook niet hebben. Niet op de fiets, en al helemaal niet als je met 100 kilometer per uur over de snelweg sjeest. Ik zou puur vanwege het idee daarom wel willen weten of er niks tegen te doen is. Is er een pil die ik kan slikken om me te genezen, mocht ik die pechvogel zijn die na een zware griep een knipperlichtrelatie met z’n slaap krijgt?

Ook interessant: Waarom slaap je slechter op een nieuwe plek?

Fronczek kan me niet geruststellen: narcolepsie is momenteel niet te genezen of direct te behandelen. Er is namelijk een logistiek probleem: zelfs als je hypocretine kunstmatig zou namaken, krijg je het nooit op de plek van bestemming. De moleculen zijn te groot om door de bloed-breinbarrière te komen.

Doorhalen en indutten met drugs

Je kunt wel de symptomen bestrijden. Met leefstijladviezen, legt Fronczek uit: ‘We raden vaste bedtijden aan. En powernaps, zodat je de slaapdruk even vermindert zonder dat je in een diepe slaap komt waarmee je je slaapritme zou verstoren. En eten met weinig koolhydraten, zodat je je energie gelijkmatiger over de dag verdeelt.’

Je moet een soort ‘monnikenleven’ lijden, zegt Fronczek, maar het helpt wel. Daarnaast kun je ook een greep in het spannendere hoekje van het medicijnkastje doen: ‘We geven patiënten uppers en downers. Pillen om je kunstmatig wakker te houden overdag, en slaapmiddelen zodat je ’s nachts doorslaapt.’

Er wordt gewerkt aan een medicijn dat wél de hersenen kan bereiken

Ritalin, dat ik alleen kende als pilletje voor mensen met ADHD, werkt ook bij narcolepsie: het helpt om wakker te blijven. En om ervoor te zorgen dat je je nachtrust haalt, kun je op doktersrecept een beroep doen op een drug waar normaal gesproken erg voor gewaarschuwd wordt: GHB.

Mijn oren klapperen even, want ga je van zo’n cocktail niet als een zielig hoopje mens het leven door? ‘Nee, het werkt heel goed’, reageert Fronczek. ‘Patiënten hebben minder spierverslappingsaanvallen en ze worden ook beter wakker. En ze gaan er ook zeker niet van stuiteren.’

Nieuw stofje kan hypocretine nadoen

Tot slot heeft Fronczek hoopvol nieuws: het zou goed kunnen dat zulke behandelingen over een tijdje niet meer nodig zijn: ‘Er is een stofje ontwikkeld dat lijkt op hypocretine, dat wél kleiner is en wél door de bloed-breinbarriere heen kan komen.’ In je hersenen zou die stof de plaats van echte hypocretine kunnen overnemen, en de waak-slaapbalans kunnen herstellen.

‘De ontwikkelaars zitten in de laatste fase van het onderzoek. Het duurt nog even, maar het is heel veelbelovend.’ Fronczek kijkt er reikhalzend naar uit: ‘Eerst was narcolepsie iets heel mythisch, maar straks kunnen we het misschien gewoon verhelpen.’ Een mooie gedachte voor het slapengaan.

Lees ook