Windows komt met een zogenaamde ‘low-latency’ modus. Dit moet Windows weer een stukje sneller laten voelen. Kleine vertragingen bij het openen van programma’s zouden hiermee verleden tijd zijn.

Kleine vertragingen in het besturingssysteem laten Windows soms een stuk trager en minder premium aanvoelen dan concurrenten als macOS. Het bedrijf test nu een modus die het low-latency profile noemt. 

Korte boost voor CPU

In de praktijk is dit vooral een soort hele snelle boost-modus, die ervoor moet zorgen dat de computer tijdelijk meer kracht heeft. In kortstondige pieken wordt de CPU naar zijn maximale frequentie geduwd. Wanneer Windows een actie van hoge prioriteit detecteert, zoals het openen van een app of het startmenu, moet deze boost inschakelen. 

Na drie seconden gaat de boost weer uit, maar dit is genoeg tijd om een merkbaar verschil te maken in de interactie met Windows. Uit testen van Windows Central blijk dat apps als Outlook en Edge 40% sneller opstartten. Functies als het Start menu verbeterden met 70%.

Alleen winst?

Maar zorgt dit in de praktijk dan niet voor hitte- en batterijproblemen? Dat moet meevallen, zegt Windows Central. Door de korte duur van de boost verwachten ze dat de impact minimaal is.