Als eerste stop op zijn tournee deed William Kalubi Mwamba, beter bekend als Damso, zijn thuisstad Brussel aan. Beyah, het zesde album van de meest gestreamde Belgische artiest, is naar eigen zeggen zijn sluitstuk. Daarmee zou de Beyah-tour ook meteen zijn laatste tournee zijn. Toch blijft het gissen naar de volgende stap van de artiest; de Brusselaar cultiveert graag een sfeer van ondoorgrondbaarheid. Hij gaf eerder aan geen albums meer te willen uitbrengen omdat hij het klassieke formaat is ontgroeid en zich te willen focussen op film, mode en design.
Er stond gisteravond dus veel op het spel in de ING Arena, in de schaduw van het Atomium. Maar Damso bewees daar wederom waarom hij als artiest een eigen klasse vormt binnen de Belgische hiphopscene. Het zette een unieke krachtige artistieke visie neer. Zo werden de eerste vijf minuten van zijn thuismatch gevuld door een apocalyptische scène: een gebochelde, witte antropomorfe figuur lag op de grond, omsingeld door zwarte duivelse wezens. Van Damso zelf was nog geen spoor te bekennen.
Circus van duisternis
Ondertussen hing het ongeduld van het publiek als elektriciteit in de lucht. Dat wachten werd gul beloond met een show van 30 nummers in vijf bedrijven, een schitterende scenografie en meer dan twintig dansers op het podium. Nadat de Brusselaar had geopend met het bittere Impardonnable, vuurde hij een explosie van rauwe energie op het publiek af met nummers als Vie Olence en Vantablack.
Het leek alsof hij tijdens de eerste helft van zijn show op brutale wijze wilde afrekenen met zijn demonen en al snel oogde het podium te klein voor Damso en zijn circus van duisternis. Terwijl Damso de menigte vakkundig meeloodste naar de uitersten van zijn discografie, schiep hij een duistere, melancholische wereld waarin goed en kwaad voortdurend met elkaar in gevecht leken te zijn. De scènes die Damso opriep met zijn gesluierde dansers en hun onnatuurlijk lange nagels, leken gegrepen uit een barokschilderij.
Naarmate de show zijn middelpunt naderde, nam de intensiteit toe met diepere, introspectieve nummers. Zo steeg tijdens Mosaïque Solitaire een donkere engel boven Damso uit, alsof zijn ziel wegvloog terwijl hij de woorden “J”ai pas de cœur, j’ai qu’une calculette” rapte. Tot aan N.J. Respect R, Damso’s eerbetoon aan zijn moeder, bleef de interactie met het publiek minimaal. Daar kwam verandering in toen de Belgische koning van de rap afdaalde van het podium en zijn fans begroette. Geen dansers deze keer; alleen Damso, het publiek en het lied over zijn moeder waren voldoende om de arena te vullen met tastbaar wederzijds respect.
Finale
Met Life Life en Love is Blind schroefde Damso het energieniveau weer volledig op, om vervolgens snel om te schakelen naar een intiem moment tijdens Deux toiles de mer, waarbij hij en de zaal samen de woorden “Évidemment je suis pas le même qu’hier” scandeerden. Vanaf het deels in het Spaans gezongen Ya tengo was het leger dansers volledig in het wit gehuld. Het voelde als een kantelpunt in Damso’s reis: de duisternis maakte plaats voor het licht. Het feest kon volledig losbarsten met een finale van hits als Macarena en 911.
Eindigen deed de Brusselaar met Kaki, eveneens het laatste nummer op Beyah. Daarmee maakte de rapper de cirkel rond door te eindigen met een lied over veerkracht en een strijd die nog niet gestreden: Tâches de sang sur mon polo couleur kaki, zongen Damso en het publiek samen. Waarna de rapper door een erehaag van witgesluierde dansers wandelde en zichzelf ten grave legde in een doodskist. Als iemand dat toch moet doen, dan liever hijzelf.