Met regelmaat gaan ze rond op social media: foto’s van zeepaardjes die duikers in Nederland hebben gezien. Sommige duikers rijden er speciaal voor van België of Duitsland naar de Oosterschelde in de hoop er één te spotten.
Zeker nu het water wat warmer wordt, bestaat de kans dat dat lukt. De trefkans steeg sinds 2016 jaarlijks, aldus tellingen van de stichting Anemoon, die met vrijwilligers onderzoek doet naar de Nederlandse mariene flora en fauna.
Oosterschelde ’s winters 3 graden warmer
Duikers kunnen na afloop van hun duik doorgeven welke soorten ze hebben gezien en in welke aantallen. Daardoor ontstaat een goed beeld van het onderwaterleven. Wat verdwijnt er en wat komt er bij?
Tot 2016 werden er sporadisch zeepaardjes gezien, sindsdien zijn er vaker waarnemingen, al komen de officiële cijfers pas eind dit jaar.
“Door de klimaatopwarming stijgt de gemiddelde watertemperatuur. De Oosterschelde is is nu in de winter gemiddeld 3 graden warmer dan tien jaar geleden”, vertelt Anemoon-bioloog Brendan Oonk. Zeepaardjes overleven de koude winters vaker.
Andersom trekken soorten die van koud water houden, zoals de kabeljauw, verder weg richting Scandinavië. Het is reden dat beroepsvissers hier steeds minder op vissen in Nederland.
Door de klimaatopwarming worden in Nederland ook steeds meer volwassen sepia’s gespot door duikers. De volwassen inktvissoort werd eerst met name in mei en juni waargenomen, op een moment dat ze hun eitjes aan de kust afzetten. In augustus en september zagen duikers dan hun nakomelingen. Tegenwoordig worden tot en met het najaar volwassen exemplaren gezien.
Toekomstplan Oosterschelde
Rijkswaterstaat werkt aan een nieuw beheerplan voor de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden. Over het onderwaterleven in de Oosterschelde staat in het huidige beheerplan uit 2016 weinig.
“Anders dan toen wordt nu niet één gezamenlijk beheerplan voor de Deltawateren gemaakt, maar een afzonderlijk beheerplan voor de Oosterschelde”, aldus een woordvoerder van Rijkswaterstaat. “De inzet richt zich nadrukkelijk niet alleen op natuur boven water, maar ook op het onderwaterleven.”
De Oosterschelde is een Natura-2000 gebied. Ook bij het nieuwe beheerplan moeten de doelen voor de natuur gehaald worden, zegt bioloog Brendan Oonk. “Er mag dus geen verslechtering plaatsvinden.”
“De sepia en het zeepaardje zijn geen exoten. Ze hebben dus altijd in Nederland geleefd, maar worden in de Oosterschelde nu wel vaker gezien”, aldus Oonk.
Klimaatschuivers
Het wordt warmer onder water en dat heeft effect op al het onderwaterleven. De Nederlandse mariene faunalijst wordt langer en langer. Sommige soorten waren er al wel, maar worden nu veel vaker gezien. Dat geldt bijvoorbeeld voor de gehoornde slijmvis (1998), de wasroos (2000) en de massaspons (1998). En er worden regelmatig nieuwe ontdekkingen gedaan. Zo werd in 2000 voor het eerst het ongevlekt koffieboontje gesignaleerd en in 2012 kwam de hemelsblauwe knotsslak op de lijst.
Andere soorten kunnen het hierdoor lastig krijgen of zelfs verdwijnen. Oonk spreekt over een ecosysteem, waarbij alles met elkaar samenhangt. “De ene soort eet de andere soort of ze leven in symbiose samen.”
Als er een dier bijkomt, komt er een laag in de voedselketen bij. “Is er dan nog genoeg voedsel voor de dieren die hier al waren. Het kan tot flinke verschuivingen en verdringing leiden. En we houden de biodiversiteit met inheemse soorten graag in stand.”
Als voorbeeld noemt hij slingerzakpijp, een kleurrijke soort die de inheemse gesterde geleikorst deels heeft verdrongen. “En dat was het voedsel van de bruine plooislak, die ander voedsel moest zoeken.”
Verstekelingen in ballastwater
Een nieuwkomer komt hier niet altijd heen vanwege klimaatopwarming, benadrukt Oonk: “Nieuwkomers worden ook aangevoerd met ballastwater van schepen of met schelpdieren waar larven van andere soorten tussen zitten.”
De verwachting is dat de Oosterschelde en Noordzee blijven opwarmen en er dus ook meer nieuwkomers komen. Dat ligt echter ook aan andere factoren zoals het zoutgehalte van het water en de locatie van windmolenparken.
Het wordt warmer in Nederland, maar 25 graden voelt soms warmer dan 30 graden. Daarom meldt het KNMI voortaan de hittekracht, zie je in de video.