Basale kennis van de farmacokinetiek kan apothekers helpen in te schatten of en hoe de dosering van antibiotica moet worden aangepast bij bijzondere patiëntgroepen, zoals patiënten met een verminderde nierfunctie of hartfalen. Vaak blijkt aanpassing niet nodig te zijn in situaties in de openbare apotheek. Ziekenhuisapotheker Reinier van Hest legt in vijf stappen uit hoe apothekers die inschatting kunnen maken.

Reinier van Hest, werkzaam in Amsterdam UMC, heeft een bijzondere interesse voor de farmacokinetiek van antimicrobiële geneesmiddelen en de monitoring van de effectiviteit en veiligheid van deze middelen. Op het laatstgehouden congres van apothekersorganisatie KNMP hield hij een korte, krachtige pitch over aanpassing van antibioticadoseringen. Hij beperkte zich daarbij tot twee veelgebruikte klassen antibiotica in de eerste lijn: bètalactamantibiotica (zoals amoxicilline en flucloxacilline) en fluorchinolonen (zoals ciprofloxacine, norfloxacine en levofloxacine).

“Het onderscheid tussen tijdsafhankelijke en concentratie-afhankelijke antibiotica is van belang”

Ziekenhuisapotheker Reinier van Hest

Stap 1. Weet wat de farmacokinetiek (PK)/farmacodynamiek (PD)-index is van bètalactamantibiotica en fluorchinolonen

Deze index beschrijft de verhouding tussen een farmacokinetische parameter, zoals de blootstelling aan een geneesmiddel, en een farmacodynamische parameter, zoals in dit geval de vatbaarheid van een micro-organisme voor het effect van het antibioticum, uitgedrukt in

 


Aanmelden



Meld u gratis aan om toegang te krijgen tot DOQ,
waar zorgprofessionals kennis en visie delen.

Lees meer over: