Prinses Laurentien ontdekte dat ze de nazaat is van zowel slavenhouders als van tot slaaf gemaakte vrouwen. Zelf legt ze een verband tussen het onrecht dat haar voormoeders is aangedaan en de beschuldigingen tegen haar dat ze grensoverschrijdend gedrag vertoonde tegen ambtenaren in de toeslagenaffaire. ‘Mijn voorouders zijn mijn stille compagnons.’

Veel wist prinses Laurentien niet over haar familiegeschiedenis. Feitelijk nog helemaal niets, een paar opgesmukte verhalen uit de oude doos daargelaten. En of die klopten, wisten Laurentien en haar familie eigenlijk evenmin: vermoedelijk waren ze wat verdraaid of ‘mooier gemaakt door de tijd’.

En dan komt het televisieprogramma Sporen van de slavernij op haar pad, waarin ze ontdekt dat haar familiegeschiedenis dieper verweven is met het koloniale verleden dan ze ooit kon vermoeden.

In Batavia en Soerabaja volgt ze de sporen van haar voorouders in Indonesië en ontdekt ze dat ze voormoeders uit Maleisië, China en Java heeft. Maar de schokkendste vondst: zij dienden als concubine, de bijvrouw met de rol van huishoudster en seksuele partner voor Europese mannen. Ze leefden in relaties die werden gekenmerkt door ongelijkheid, afhankelijkheid en gebrek aan erkenning.

Wat deed die ontdekking met u?
„Ik schaamde me een beetje dat ik dit eigenlijk niet wist. Wat ik wél wist, had mijn grootmoeder mij verteld, de moeder van mijn vader. Daar had ik een hele hechte band mee. Die is overleden toen ik 13 was, dus ik had slechts kleine puzzelstukjes. Ik wist dat mijn familie in Jappenkampen had gezeten. En mijn oma zei dat er Chinees bloed in de familie zit. Maar ik voelde schaamte dat ik eigenlijk heel veel niet wist. En als je het dan hoort, voel ik enerzijds gêne omdat mijn voorvaderen slaven hadden. En tegelijk voel ik de kracht van die vrouwen die het hebben doorstaan.”

Kun je nog wel iets voelen bij een gebeurtenis die zo ver teruggaat?
„Ik kan niet voor anderen spreken, maar ik voel dat wel. Blijkbaar zit er iets in ons brein dat we de emotie en de pijn van een ander ook een beetje weg van ons willen houden. Want het is ook ongemakkelijk. Maar ik denk dan: ga het maar aan.”

Wat hoopt u met het programma te bereiken?
„Heel veel mensen met een Indische achtergrond hebben een verborgen verhaal. En er is nog zo veel verdriet, waar weinig over wordt gesproken. Dus ik hoop dat ik daar dan toch een heel klein beetje zuurstof in kan brengen.”

In de familie van uw man, prins Constantijn, wordt op initiatief van koning Willem-Alexander ook onderzoek gedaan naar de familiegeschiedenis. Hoe praten jullie daar thuis met elkaar over?
„Eigenlijk op deze manier. Ga het ongemak niet uit de weg, wat het ook is. Want alles wat je uit de weg gaat, dat is toch een beetje de werkelijkheid onder het tapijt schuiven. En daar is niemand bij gebaat. Ik heb nooit echt in het verleden geleefd. Ik leef meer nu en naar voren. Dus ja, dat er heel veel over zijn familieverleden bekend is en nu dus eigenlijk ook wat meer over mijn verleden, dat is wel fijn.”

Zijn uw kinderen, Eloise, Leonore en Claus-Casimir, ook geïnteresseerd?
„Die vinden het wel heel interessant. En ik denk dat het pas echt gaat leven als ze het programma hebben gezien. Want nu zijn het een soort flarden die ik vertel.”

Wilt u ooit een keer naar Indonesië met uw gezin?
„We zijn er al een keer geweest. En ik kan me niet voorstellen dat we daar niet nog een keer naartoe gaan.”

De koning sprak van ‘geen punt, maar een komma’ toen hij excuses aanbood voor de rol van Nederland in het slavernijverleden. Zet u een punt of een komma?
„Alles is een komma. Het biedt in ieder geval kans op nieuwe verbindingen. Ik was vol van deze reis, en ik praat er nu met veel meer mensen over dan daarvoor. Zo ontmoette ik een jongen met een Indonesische achtergrond en die werd ook helemaal enthousiast daarover. En het is zo interessant om met zo’n jonge jongen te praten over dit verleden.”

Heeft u er veel met mensen over gepraat, ook vooraf?
„Ik heb er natuurlijk met mijn vader (oud-D66-politicus Laurens Jan Brinkhorst, red.) over gesproken. Die zei vrij snel: ga het maar aan. Hij was ook wel nieuwsgierig, mijn vader wist immers ook niet meer dan de flarden die zijn moeder hem had verteld. En mijn compagnon (van de number 5 foundation, red.) zei: het programma gaat ook over heling en verzoening, en ook over onrecht. En dat is jou eigenlijk ook aangedaan.”

Het is de eerste keer in het interview dat de prinses zelf even de link legt tussen het onrecht dat haar voormoeders is aangedaan en – wat zij noemt – het onrecht dat háár is aangedaan in de toeslagenaffaire. Prinses Laurentien was lang het boegbeeld van de Stichting (Gelijk)waardig Herstel, die ouders en kinderen helpt die getroffen zijn door de toeslagenaffaire.

Tussen de stichting en ambtenaren van het ministerie van Financiën ontstond echter conflict, waarbij ambtenaren meldingen deden van ‘een patroon van intimidatie’ door de prinses.

Ze ontkent dit met klem en zegt juist vals te zijn beschuldigd. Als ze het ter sprake brengt, verandert haar houding van open en enthousiast, naar wat gesloten. „Als je nadenkt over wat mijn voorouders hebben doorstaan, dan zit er heel veel van dat bloed in mij. Ook hen is veel onrecht aangedaan, dat zit nu in mij. Mijn voorouders zijn mijn stille compagnons.”

Ambtenaren beschuldigden ú juist van ‘emotioneel reageren, mensen uitschelden, geen tegenspraak dulden’. U trad om die reden ook terug als boegbeeld.
„Nee, dat is ook weer zoiets… ik ben niet vanwege die meldingen teruggetreden. Kijk, het allerlaatste waar het om moet gaan is míj. Het moet om die ouders en kinderen gaan. En ik was bliksemafleider geworden. Als het dan zoveel gedoe geeft… ik heb verantwoordelijkheid genomen. Maar ik ben niet teruggetreden vanwege meldingen en er lagen ook geen klachten.”

Het kwam louter niet tot formele klachten, omdat er ‘nu eenmaal geen klachtenregeling tegen leden van Koninklijk Huis bestaat’, zo stelden ambtenaren anoniem in meldingen.
„De context is: er is een overheidsapparaat met macht en een onafhankelijke stichting die de belangen van ouders vertegenwoordigt. Het gaat allemaal om verhoudingen. Alsof ik macht heb, terwijl ik bij een stichting zit.”

Maar uw macht zit ook in uw koninklijke titel, voor een ambtenaar is het anders als ze u voor zich hebben dan een anonieme stichtingsbestuurder.
„Maar wat is macht?”

Macht is soms een naam, zoals Van Oranje…
„Ja, maar niet in deze context. Als ik zou vertellen hoe er over gedupeerde ouders wordt gepraat… Dan kan ik dat gaan gebruiken om mijn eigen gelijk te krijgen, maar dat houd ik in me. Dat offer breng ik. En het is ook de vraag met welke bril je naar mij kijkt, met welke intentie. Ik krijg er buikpijn van, maar ouders hebben ook tegen mij gezegd: ik had nooit gedacht dat iemand die zo belangrijk is voor Nederland ons ooit nog zou zien. Dat vind ik pijnlijk.”

De mailwisselingen tussen uw stichting en ambtenaren, die deels openbaar is gemaakt, is ronduit vijandig.
„Je zult van mij in al die documenten geen onvertogen woord lezen.”

Maar voor ambtenaren geldt: als de stichting mailt, is dat ook de prinses.
„Nee, als de stichting mailt, is dat de stichting.”

Het kabinet besloot dat er strikt moet worden gekeken naar de nevenfuncties van de Oranjes, om te voorkomen dat het schuurt met de positie van het Koninklijk Huis. Wat vindt u daarvan?
„Ik vind het goed dat er duidelijkheid komt. Er zijn maar een paar Oranjes die helemaal onder ministeriële verantwoordelijkheid vallen. ‘De anderen, wij ook, moeten gewoon ons eigen geld verdienen. Wat ik al vijf jaar niet doe door de toeslagenaffaire, maar dat terzijde. Er hing altijd onduidelijkheid over.’’

Nota bene Pieter Omtzigt zei dat het onverstandig is om de hersteloperatie van de toeslagenaffaire te beleggen bij iemand van het Koninklijk Huis.
„Het is niet beleggen, dat is ook weer zoiets… Wij zijn ooit gevráágd om te helpen met de ouders. Pieter Omtzigt wist dat al die jaren ook.”

Omtzigt zei: „Het is hoog tijd dat leden van het Koninklijk Huis geen dingen meer doen naast hun ceremoniële werk.”
„Wij hebben juist geen ceremonieel werk. Het is omgekeerd. Er zijn vier Oranjes van wie het ceremonieel hun werk is. De anderen hebben gewoon hun eigen leven te leiden.”

Hoopt u dat buitenstaanders anders naar u gaan kijken door het tv-programma?
„Daar ben ik helemaal niet mee bezig.” De prinses vertelt vervolgens dat ze ‘heel veel’ boeken en brieven kreeg van ‘bekende en niet bekende mensen’, als steunbetuiging. Ze haalt ook aan dat bij haar stichting nog altijd 8000 vrijwilligers betrokken zouden zijn. En werpt op dat zij niet betrokken zouden blijven ‘als er iets aan de hand’ zou zijn. Ze besluit met: „Maar echt, ik wil heel duidelijk zijn. Ik ben niet eropuit om mijn gelijk te krijgen.”

Toen onze krant schreef over de meldingen door ambtenaren, dreigde uw stichting onze krant een proces aan te doen. Dat is dan in tegenspraak met elkaar: het lijkt u wél uit te maken wat mensen van u denken.
„Ik heb niet gezegd dat het mij niet uitmaakt hoe mensen over mij denken. Dat even als nuance. Maar iedereen maakt er toch wel van wat ze er zelf van willen maken. Dat is wat ik wil zeggen.”




Potential-Command863

4 comments
  1. Iemand van hoge komaf, met vrijwilligers die onbetaald werk doen, en slecht omgaan met werknemers…

    Denk dat ze de verkeerde voorouders in gedachten heeft.

  2. > Macht is soms een naam, zoals Van Oranje… „Ja, maar niet in deze context.”

    Dan snap je het echt niet he. Van Oranje is juist macht voor ambtenaren. Hun bazen zitten in het kabinet en hebben rechtstreeks belang bij het koningshuis.

  3. Denk dat ze haar eigen ouders direct onrecht aangedaan heeft door haar naam te veranderen van van Petra naar Laurentien. Hoe verzin je het

Leave a Reply