
Ander stickertje op je voorhoofd en je mag weer meedoen
Thomas Hogeling beschouwt wekelijks de publieke opinie. Wat wordt er gezegd en vooral niet gezegd? Deze keer: de partij die eindelijk in het rechtse gat springt.
Eindelijk. Eindelijk is er een partij die in het gapende gat in de Nederlandse politiek springt. Tot nu toe had de uiterst rechtse kiezer slechts de keuze uit de VVD, BBB, FvD, JA21, SGP en PVV. En wat nou als je de VVD te liberaal, BBB te boers, FvD te doorgesnoven, JA21 te burgerlijk, SGP te christelijk en PVV te ondemocratisch vindt? Wat dan? Moet je dan maar gewoon thuis blijven met de verkiezingen? Gelukkig hoeft de bezorgde burger daar niet langer zijn hoofd over te breken, want vanaf nu is er Groep Markuszower, een afsplitsing van zeven PVV’ers die klaar zijn met Geert Wilders.
Die partijnaam is een placeholder; als je voornaamste kritiek op je vorige partij is dat de partijleider te bepalend was, is het niet per se logisch om de achternaam van de nieuwe leider in de naam van de afsplitsing te verwerken. Er is dan ook flink gebrainstormd over een passend alternatief. In eerste instantie dachten ze aan ‘De Nederlandsche Volkspartij’, want ze zijn Nederlandsch, een partij en ze bestaan zeker ook uit volk. Maar dat blijkt – oeps! – de naam van een fascistoïde partij uit de jaren dertig. Nu wordt het Nederlandse Vrijheidsalliantie, want „we willen vrijheid, en zijn een alliantie”, zo liet afsplitser René Claassen weten. Met die filosofie had je de partij ook Ademende Mensen kunnen noemen, dan had je in elk geval meer kans op mijn stem gehad.
De Nederlandse Vrijheidsalliantie zegt in tegenstelling tot de PVV niet bij voorbaat de plannen van het aanstaande minderheidskabinet te gaan blokkeren. Net als Dilan Yesilgöz ziet Rob Jetten kansen in die ‘constructieve houding’ van de nieuwe fractie: „De vraag is natuurlijk: wat wordt de inhoudelijke koers.” Het is de vraag of dat de vraag is. Markuszower zei dinsdag bij Pauw & De Wit dat zijn partij inhoudelijk dezelfde koers volgt als de PVV. De toon zal wellicht anders zijn, de interne partijstructuur ongetwijfeld ook, maar hoe vaak kan een politicus zichzelf witwassen door een nieuwe partij op te richten?
Ik moet denken aan de videogame Grand Theft Auto III die ik als puber speelde. Ik stal met grof geweld een auto, reed zonder pardon over het oude vrouwtje heen dat ik zojuist uit de bestuurdersstoel had getrokken, negeerde alle verkeersregels en had in een mum van tijd niet alleen de politie, maar ook het leger achter me aan. Gelukkig was er altijd een uitweg. Ik reed gewoon naar de dichtstbijzijnde Pay ’n Spray, waar ik voor een prikkie de gestolen auto liet overschilderen. Nieuw kleurtje, nieuwe kansen. Van het ene op het andere moment was ik geen verdachte meer. Dat was gek, want bij het naar buiten rijden was er geen twijfel mogelijk, ik was nog steeds dezelfde staatsgevaarlijke gek, maar nu in een gele in plaats van een rode cabriolet. Ik kon weer gaan en staan waar ik wilde, ten koste van nog meer onschuldige burgers.
Je zou het ook de kracht van de rechtse politiek in Nederland kunnen noemen, die oneindige tolerantie voor elkaar. Maak jezelf onmogelijk, plak een ander stickertje op je voorhoofd en je mag gewoon weer meedoen; zeker als er naar een Kamermeerderheid gezocht wordt. Dat trucje kun je zo vaak herhalen als nodig is, vraag dat maar aan Joost Eerdmans (CDA, LPF, EénNL, Leefbaar, FvD en JA21). Zo krijgen we opnieuw een partij in de Kamer die zegt precies hetzelfde te willen als de PVV, maar die het toch helemaal anders aan gaat pakken. Het zal niet de laatste keer zijn.
—
Chaimasala