Mannen boven de veertig hebben moeite om vriendschappen te onderhouden, ziet Max Scharnigg, terwijl ze toenemend eenzaam zijn. Onderneem toch eens wat!

Sinds deze zomer zit onze dochter op school, en aan de ongeveer vijfenveertig zorgen die je je als ouders in verband daarmee maakt, voegt mijn vrouw een zesenveertigste toe: „Ik hoop maar dat ze vriendinnetjes vindt”. Mij leek dat een onnodige vrees, ik was niet eens op het idee gekomen. Geen vrienden maken in die hele lange schooltijd – was dat mogelijk? Nou, ik werd meteen uit de droom geholpen en wist daarna één ding zeker: dat mannenvriendschappen van meet af aan anders werken dan vriendschappen tussen vrouwen.

Mijn hele leven heb ik deze kwestie ongeveer behandeld als het kruidenperkje in de tuin. Daar groeien salie, lavas, tijm en rozemarijn, die elk jaar weer trouw terugkeren. Ze vereisen nauwelijks aandacht en toch zijn ze mooi. Niks meer aan doen. Blijkbaar nemen mannen sommige zaken te licht op – kruidenperkjes en vrienden bijvoorbeeld.

Eén keer iets beginnen en daar dan voor altijd op blijven teren – dat is bij vriendschappen een problematische strategie. Want we hebben in ons volwassen leven veel meer vrienden nodig dan dat handjevol dat we uit onze kinder- en studietijd hebben overgehouden. Velen van ons gaan heel oud worden. Velen van ons zullen eenzaam zijn als ze oud worden, hoe populair en omringd ze zich op sommige momenten ook voelen. Op tinderen en kinderen kunnen we dan niet langer rekenen.

Daarom hebben we vrienden nodig. We hebben ze nodig als oudedagsvoorziening, en als vangnet in de circustent van het leven. Vrouwen weten dat. Die pakken de kwestie ook na de vijfendertig vaak nog bewonderenswaardig pragmatisch aan: ze informeren bij die sympathieke moeder in de kinderopvang of bij die coole buurvrouw meteen naar de belangrijkste zaken, onthouden die voor de volgende keer en wisselen dan telefoonnummers uit.

Waarom wordt vriendschap sluiten – ooit zo’n achteloze vanzelfsprekendheid – voor volwassen mannen zo moeilijk? Zelden hoor je van een man boven de veertig dat hij een nieuwe beste vriend heeft gevonden. Waarom halen de vrouwen ons ergens in hun dertiger jaren in wat betreft het aantal sociale contacten, zoals een studie van de Aalto Universiteit in Helsinki heeft uitgewezen, en streven ze ons nog later in het leven helemaal voorbij?

Geen intieme vrienden

En nog een vraag: waarom gaan we met de paar vrienden die we nog hebben op middelbare leeftijd vaak zo nonchalant om? Een Amerikaanse studie uit 2021 bracht het even alarmerend als plausibel klinkende feit aan het licht dat het aantal mannen met minstens zes intieme vrienden van 55 procent in 1990 was teruggelopen tot 27 procent in 2021. En ongeveer 15 procent van de mannen gaf aan helemaal geen intieme vrienden te hebben – vijf maal zoveel als in 1990. Deze ‘friendship recession’ en de daarbij aansluitende ‘male loneliness epidemic’ zijn symptomen van de westerse maatschappij geworden, die de laatste tijd veel aandacht trekken.

Vermoedelijk hangt het onderhouden van vriendschappen op een of andere manier samen met het vinden van nieuwe vrienden. Neem het klunzige gemak waarmee we in onze jeugd vriendschap sluiten met degene die in de wiskundeles naast ons zit of op het schoolplein met ons rondhangt. Dat gaat vanzelf en voelt meteen goed, maar dat spreken we nooit uit. Waarom zou je goeie maatjes lastigvallen met emo-geklets? Elkaar stevig op de schouders slaan is wel genoeg. Zelfs levenslange mannenvriendschappen blijven daardoor vaak verrassend vrijblijvend.

Het nadeel is dat door een gebrek aan intimiteit en betrokkenheid de relatie het risico loopt ongemerkt stil te vallen, als een vergeten klok in een verhuisdoos. Bijvoorbeeld wanneer in het midden van het leven de carrière en het gezin decennialang voorrang krijgen. Dan hebben mannen de neiging de vrienden op stand-by te zetten en te denken dat ze na tien jaar probleemloos de draad weer op kunnen pakken. Ze willen zich – en dat is een typische en domme gewoonte van mannen – niet aanhankelijk tonen, niets eisen en niet behoeftig lijken. Zeggen: ‘Hé, ik heb niet zo veel vrienden, ik zou het leuk vinden als we weer eens wat samen doen’, krijgen mannen niet zo makkelijk over hun lippen. Aan het begin van de vriendschap is verzuimd daarvoor emotionele ruimte te scheppen.

Dus moeten we het doen met de karige dialogen als ‘Hé, hoe gaat ie?’ ‘Z’n gangetje’, die mannen elkaar eens per kwartaal als levensteken sturen. Vlak voor Kerst mondt dat uit in de afspraak om samen een biertje te drinken. Maar dat is niet voldoende om een vriendschap nieuw leven in te blazen. Vriendschappen kunnen niet blijven bestaan uit het herkauwen van oude herinneringen of uit lange, zwaar aangezette monologen over het werk. Om niet hol te worden hebben vriendschappen van tijd tot tijd nieuwe belevenissen nodig, en diepe gesprekken. Waar avonturen vroeger deel uitmaakten van het dagelijks leven – op school, in de studentenflat, tijdens reizen en festivals – waren we vanaf een gegeven moment aangewezen op het ophalen van herinneringen.

Maar daarvoor is later nog genoeg tijd. Er moet ondernomen worden. Als de dingen die je vroeger samen deed niet langer volstaan, dan gewoon samen iets nieuws beginnen – een sport, een hobby, een project, een berg. Vroeger zou je toch geen seconde geaarzeld hebben om je met deze gozer te laten insneeuwen?

Hetzelfde als een date

Voor wie moeite heeft met omschakelen naar de actieve modus is het misschien behulpzaam om te doen alsof je een date voorbereidt: laten we naar die expositie gaan die nog maar twee weken duurt. Of struinen op een vlooienmarkt. Of gewoon, hoe clichématig ook, de ander te vragen te helpen bij het bouwen van het nieuwe tuinhuisje. Lekker praktisch: maak van je vriendschap je project!

Ook met doelgerichte vriendschappen is niets mis. Ze helpen de stilte en de passiviteit te overbruggen. Moeilijke zaken bespreek je makkelijker terwijl je schroevend onder een oude tractor ligt. Ik heb bijvoorbeeld al vijftien jaar een Moritz, die ik precies een keer per jaar acht uur zie, tijdens het vissen. In deze uren delen we alles met elkaar: het kleine bootje, de worstjes, wat er in onze levens gebeurd is in de afgelopen twaalf maanden. Tussen de bedrijven door lichten we het anker, doorstaan we slecht weer, fileren meerforellen en vallen in het water. Een dreamteam, werkelijk, we vertrouwen elkaar blind. Weer terug aan de wal stappen we in onze auto’s en horen dan bijna een jaar lang niets van elkaar, tot een van ons zich genoopt voelt iets te schrijven als: ‘Hé ouwe, hoe is ’t?’ Tijdens de terugrit na zo’n Moritzdag denk ik vaak: Dit is dan misschien niet de perfecte vriendschap, maar toch op zijn minst de perfecte vorm.

Wat nieuwe vrienden betreft, ligt de zaak een beetje anders. De gedachte dat je eigenlijk met iemand bevriend zou moeten raken, als die al bij je opkomt, loopt vroeg of laat vast in een gebrek aan de juiste woorden, schouderophalen en onverschilligheid. Met de jaren valt het mannen steeds zwaarder om iemand dichterbij te laten komen. Om het vizier niet dicht te klappen. In plaats daarvan denken we: Ach, het kan ook zonder, het gaat toch best, laat maar. 

Toch zouden juist die ‘gaat toch best’- mannen emotioneel belastbare vriendschappen goed kunnen gebruiken, vriendschappen waarin niet alleen voetbalpraatjes en vaarbewijzen besproken worden, maar ook ruimte is voor echte problemen, zorgen en ja, tranen.

Vrouwen benutten hun vriendinnen vaak als therapeuten voor dagelijks gebruik: ze ontslakken elkaar. Veel mannen hebben uiteindelijk alleen nog hun vrouw als stortplaats voor al wat emotioneel is, simpelweg omdat er verder niemand over is. Dat is voor beiden geen gezonde situatie, en het leidt tot een laatste, misschien wel belangrijkste inzicht: ook wie als man gelukkig getrouwd is, heeft een functionerend netwerk van vrienden nodig – al is het maar om die relatie gelukkig te houden.

https://archive.ph/




Chronicbias

Leave a Reply