Brantsen geeft dagelijks anti-sliptrainingen. Hij ziet dat het snel mis kan gaan bij winterse weersomstandigheden. “Je denkt, het vat wel mee, ik heb het onder controle. Maar juist die gedachte zorgt ervoor dat het sneller misgaat. Mensen raken in paniek en gaan hard remmen of sturen, terwijl juist dat gevaarlijke situaties geeft.”

Alsof je op eieren rijdt

Zijn advies is simpel: bewaar de rust. “Neem op de weg meer afstand, trek rustig op en geef jezelf de tijd om te anticiperen op verkeerssituaties. Je moet rijden alsof je op eieren rijdt.”

90 procent van auto’s op de Nederlandse wegen hebben volgens Brantsen ingebouwde hulpsystemen die helpen bij gladheid op de weg. “Die systemen moet je vooral aan laten staan. Ze helpen je om de controle over het voertuig te behouden als het glad is.”

Extra complex

Dat het glad is op de weg, merken ze ook bij Rijkswaterstaat. Achter de schermen draait een grote operatie om de wegen begaanbaar te houden. “We zijn hier als sinds gisteravond mee bezig”, zegt gladheidscoördinator Alex van den Hoek. “Dit zijn precies de omstandigheden waar we op voorbereid zijn.”

De weersituatie met afwisselende sneeuwbuien maakt het werk extra complex. Waar gladheid vaak ontstaat doordat het vocht op het wegdek bevriest, gaat het nu om wisselende buien met regen, sneeuw en soms ijsregen. “Dan spoelt het net gestrooide zout soms weer weg, terwijl je juist wil dat het op het wegdek blijft liggen.”

Sensors in het asfalt

Bij vooraf verwachte sneeuwval wordt daarom preventief gestrooid, zodat de sneeuw zich minder aan het wegdek hecht. Nederland is verdeeld in twaalf coördinatiegebieden. In elk gebied houdt een coördinator voortdurend de weerssituatie in de gaten.

Langs de wegen staan op veel plekken meetstations met sensors in het asfalt, die onder meer temperatuur, neerslag en aanwezigheid van zout meten. Die gegevens worden gecombineerd met weersverwachtingen van het KNMI. “Op basis daarvan maken we een wegdekmodel en nemen we een strooibesluit”, legt Van den Hoek uit.

De Lavastorm

Als er meer dan een centimeter sneeuw blijft liggen, worden sneeuwploegen ingezet. In totaal heeft Rijkswaterstaat 577 strooiwagens. In uitzonderlijke gevallen worden speciale machines gebruikt, zoals de zogenoemde Lavastorm.

Die spuit verwarmd pekelwater onder hoge druk op vastgevroren ijsplaten. “Met alleen strooiers krijg je het soms niet meer weg”, zegt Van den Hoek. “Als het nodig is, kunnen we binnen 2 uur in heel Nederland hebben gestrooid”, vertelt hij.

Rustiger op de weg

Een extra complicerende factor is het type asfalt in Nederland. Veel wegen bestaan uit open asfalt, wat bij sneeuw nadelig kan werken. Het strooizout kan in open poriën van het wegdek verdwijnen, waardoor het strooien van zout minder effectief is, zeker aan het begin van de winter.

Normaal helpt verkeer om dat zout weer naar boven te ‘zuigen’, maar juist ’s nachts en tijdens vakanties is het rustiger op de weg. “Dan wordt het lastiger om de gladheid onder controle te houden”, legt Van den Hoek uit.

Samen doen

Volgens Brantsen blijft het gedrag van de weggebruiker doorslaggevend. “Je kunt techniek hebben en gestrooide wegen, maar uiteindelijk moet je zelf de rust houden”, zegt hij. Dus meer afstand houden, rustig optrekken en accepteren dat je langzamer bent.

Ook Van den Hoek benadrukt dat het teamwork is. “Wij doen er alles aan om de weg veilig te houden”, zegt hij. “Maar uiteindelijk moeten we het samen doen.”