Nederlanders klagen al jaren steen en been dat de spaarrente hier zo laag is. En daar zit ook wel wat in. Gemiddeld krijgen spaarders bij Nederlandse banken slechts 1,24 procent rente op hun vrij opneembare spaargeld.
Minder dan inflatie
Dat houdt niet over, zeker niet als je bedenkt dat de inflatie een procentje of drie bedraagt. Met andere woorden: als je je geld een heel jaar rente laat vangen op een spaarrekening, dan kun je met het bedrag (inleg plus rente) aan het eind van het jaar minder kopen dan aan het begin.
En toch is het hier ook weer niet zo beroerd als weleens wordt beweerd. Nederlandse banken geven namelijk meer rente dan het gemiddelde in de Eurozone (1,21 procent), blijkt uit gegevens van de Europese Centrale Bank.
Op Cyprus ben je met een rente van 0,03 procent het slechtst af. Maar ook in Duitsland (0,67 procent), België (0,73 procent) en Ierland (0,85 procent) – om maar eens een paar landen te noemen – is het sappelen.
Waar dan wel?
Maar als je dan meer wil, waar moet je dan heen? Je kunt je geld bij een Franse bank stallen of in Luxemburg. Dan krijg je een paar tienden van een procent erbij. Maar dat is wel veel gedoe, voor weinig resultaat.
Écht verschil maakt het als je lekker in Estland gaat bankieren. Daar geven banken gemiddeld 2,5 procent rente. Niet onbelangrijk: je geld is in alle eurolanden even veilig als in Nederland.
Net als in Nederland geldt in andere EU-landen namelijk het depositogarantiesysteem. Daardoor krijg je gegarandeerd je geld terug tot 100.000 euro, als een bank onverhoopt omvalt.