Voordat de tumor werd ontdekt, was Marnix’ sociale vangnet groot. Op school had hij veel vrienden, vriendinnetjes zelfs. Mijn ouders reden van tennistraining naar voetbaltraining; we leefden in een constante stroom van agenda’s en gezelligheid. Toen hij net ziek werd, was de steun hartverwarmend. Familie, buren, klasgenoten, iedereen kwam langs. Zijn ziekenhuisbed was omringd door knuffels, kaarten en tekeningen. Zijn kamer was een bom van leven en kleur midden in de witte gangen.