Inter heeft zondag prima zaken gedaan in de Serie A. I Nerazzurri rekenden in San Siro overtuigend af met Bologna, dat pas scoorde toen het er eigenlijk niet meer toe deed: 3-1. Inter neemt de koppositie over van aartsrivaal AC Milan, dat één punt minder heeft. Napoli volgt op twee punten achterstand.
Inter begon direct overtuigend aan de eerste helft tegen Bologna, waar Thijs Dallinga, net als Stefan de Vrij bij de thuisploeg, genoegen moest nemen met een reserverol.
Trainer Christian Chivu had de beschikking over het koningskoppel Lautaro Martínez – Marcus Thuram en zag de spitsen direct gevaarlijk worden, maar doelman Federico Ravaglia wist vroege treffers te voorkomen.
Nadat Ravaglia ook Hakan Çalhanoglu van een antwoord voorzag, was het via Piotr Zielinski alsnog raak. De Poolse middenvelder stond op de juiste plek om een afvallende bal te ontvangen en roste fraai raak: 1-0.
Na rust had Inter slechts drie minuten nodig om de voorsprong te verdubbelen. Lautaro werd onbegrijpelijk vrijgelaten en kopte raak uit een hoekschop van Çalhanoglu.
In de slotfase ging Inter op jacht naar de 3-0 en nadat Manuel Akanji (naast) en Lautaro (lat) daar niet in slaagde, sloeg Thuram alsnog toe. De Fransman verlengde een schot van Federico Dimarco met zijn schouder het doel in.
Santiago Castro, de grote concurrent van Dallinga, tekende in minuut 83 voor de eretreffer. De Argentijn gleed een vrije trap binnen: 3-1.