Al snel wordt wederom een ingrijpende knoop doorgehakt. Het wordt een reis door Europa, waarbij met potlood een los-vaste route op de kaart van Europa wordt uitgestippeld. Het stel wil verder tijdens de reis niet de zorgen om een woning hebben, dus hun Franse stulpje wordt verkocht.

Vanuit Frankrijk zakken ze via Spanje af naar Marokko. Tegen de zomer gaat de camper noordwaarts, naar het hoge noorden in Scandinavië. Om vervolgens langs de uiterste grenzen van Oost-Europa weer af te zakken richting de Balkan, Griekenland en Turkije. Het idee is om nog verder te trekken, richting Georgië en Armenië.

Tot nu toe maakten de Picos d’Europa in Noord-Spanje en het Durmitorgebergte in het noordwesten van Montenegro de meeste indruk. Veel klimmen en veel haarspeldbochten in een omgeving die veel weg heeft van de Noorse Hardangervidda. “Maar volgens ons mooier, met lange schaduwen die het strijklicht van de laagstaande novemberzon geeft.”

Marianne: “We houden niet van grote steden, daar rijden we altijd met een grote boog omheen. We trekken liever door de kleinere dorpjes, want dat doet naar ons gevoel authentieker aan.” De meeste indruk maken de ontmoetingen onderweg. “Contact hebben met mensen zonder dat je elkaars taal spreekt,” vertelt hij. “Een schaapsherder in Marokko of Turkije, je maakt gebaren en eindigt vaak met een handdruk of een knuffel.” Een puurder contact kun je niet krijgen.

Volgens hen laat het reizen zien hoe relatief luxe het leven in West-Europa is. We zagen herders die al tien jaar dezelfde kleren dragen en slapen waar hun schapen zijn,” zegt Marianne. Dat zet je aan het denken. Wij voelen ons soms bijna verwend. Hoe armer een regio is, des te groter de kans dat mensen je willen helpen. In Nederland of België zal niemand bij je langskomen om je bijvoorbeeld uit te nodigen voor een avondmaal. Terwijl dat bijna overal praktisch wel gebeurt.”

Het zwerversbestaan vroeg wel gewenning. “De eerste drie, vier weken vond ik het lastig,” zegt Marianne. De camper is klein, je kunt je kont er nauwelijks keren. Ik miste ruimte en raakte soms geïrriteerd.” Inmiddels voelt het als thuis. We slapen sinds november vorig jaar elke nacht in de camper. Het is vertrouwd, we willen eigenlijk niets anders meer.”

Ze staan het grootste deel van de tijd buiten campings: op veldjes, bij stranden of in het bos. “We zijn nog nooit weggestuurd en hebben nooit vervelende situaties meegemaakt,” zegt Marianne. “Integendeel, mensen bieden mandarijnen aan of maken een praatje. Mijn angst voor onveiligheid is helemaal verdwenen.”

De reis is tot nu toe nog altijd soepel verlopen. Toch zit er een donkere dag bij. Eentje met een rouwrandje: hond Pluto gaat op 12 juli dood als ze door Noorwegen rijden. De trouwe viervoeter is dan al 15 jaar en dat is voor een hond een zeer gezegende leeftijd. “Maar het hakte er enorm in bij ons. Hij blijft eigenlijk gewoon met ons meereizen.”

De twee bekostigen hun reis gewoon met hun AOW en hun pensioentje, laten ze weten. Het geld uit de verkoop van hun woning blijft op de plank. “Het is geen groot bedrag hoor”, laat Marianne weten. Martijn: “In Nederland kun je er nog geen garagebox van kopen. Maar een mooi boerderijtje in Frankrijk, dat lukt vast wel. Als ze ooit uitgereisd zijn, dan.

Maar wanneer is dat? Bij Marianne is de hang naar reizen groot. “Maar ik zie Martijn steeds vaker spieken op de Franse Funda”, lacht ze. Martijn: “Oh, maar er zit totaal geen druk op hoor. Ik denk we in 2026 ook nog wel flink op reis zijn. Als het gaat zoals ik wil, dan zijn we over een jaartje weer terug.” Dan volgt een korte stilte. “Maar wellicht wordt dat ook nog later.”