Toen de onderzoeksjournalist Seymour Hersh midden jaren zeventig onthulde dat de CIA verschillende buitenlandse machthebbers had geprobeerd te vermoorden, stelde president Ford een onderzoekscommissie in die een stortvloed van schokkende verhalen opleverde over de geheime operaties van de Amerikaanse inlichtingendiensten. ‘Het was volslagen waanzinnig’, zegt Hersh in Cover-Up, een nieuwe Netflix-documentaire over zijn werk. ‘Moordaanslagen buiten de grenzen, binnenlandse spionage, psychologische experimenten…’

Henry Kissinger, die in 1973 als National Security Advisor van de Verenigde Staten de Chileense generaal Pinochet een handje had geholpen met zijn staatsgreep tegen de democratisch verkozen – en later vermoorde – president Allende, bleef alles glashard ontkennen. (‘Er is nooit een plan geweest om buitenlandse leiders om het leven te brengen’, loog hij na zijn verhoor voor een senaatscommissie in 1975.) Toch leidden de schandalen uit die tijd tot belangrijke wetsveranderingen, waaronder een verscherping van de controlefunctie van het Congres en een verbreding van de Freedom of Information Act (FOIA), de Amerikaanse versie van de Wet open overheid. Vooral dat laatste bleek een machtig democratisch wapen. De FOIA heeft onderzoekers de afgelopen vijftig jaar in staat gesteld om de meest gênante overheidsgeheimen aan het licht te brengen.

Na de Amerikaanse aanval op Venezuela en de ontvoering van president Nicolás Maduro en zijn vrouw kunnen we stellen dat de FOIA zijn beste tijd heeft gehad. Niet omdat de Amerikaanse overheid het recht niet meer schendt, maar omdat zij niet langer haar best lijkt te willen doen om dat te verbergen. Donald Trump en Marco Rubio zijn Nixon en Kissinger niet. Wat de laatsten angstvallig geheimhielden, daar komen de huidige leiders van de Verenigde Staten openlijk voor uit.

‘Wat ik gisteravond gezien heb’, zei Trump tegen de pers na de operatie in Caracas, ‘was een uiterst precieze aanval op de soevereiniteit.’ Hij voegde daaraan toe: ‘Ze hebben onze olie gestolen, dat konden we niet ongestraft laten’, en: ‘Wij gaan het land voorlopig runnen. Er komt straks een hele hoop geld uit de grond.’ Pete Hegseth, de minister van Defensie, deed er nog een schepje bovenop: ‘Onze vijanden zijn gewaarschuwd. Wij kunnen onze wil opleggen aan wie dan ook, wanneer dan ook.’

‘Die persconferentie vond ik eerlijk gezegd nog schokkender dan de aanval zelf’, bekent Peter Kornbluh, die als medewerker van het National Security Archive al zo’n veertig jaar lang de FOIA gebruikt om over Amerikaanse misdragingen in Latijns-Amerika te schrijven. ‘Dit is een complete terugkeer naar de jaren van Teddy Roosevelt, het gouden tijdperk van de gun boat diplomacy, toen de VS hun macht in de regio botvierden, gewoon omdat het kon, onder het motto might makes right. Deze interventie in Venezuela brengt niet alleen de regio in gevaar, maar is een bedreiging voor de hele wereldorde die na de Tweede Wereldoorlog is opgezet – een orde waarin de soevereiniteit van staten en het principe van niet-inmenging de basis vormen van het internationaal recht.’

De maanden die voorafgingen aan de operatie van 3 januari waren, om Gabriel García Márquez te parafraseren, een kroniek van een aangekondigde aanval. ‘Ze wisten dat we het op hen gemunt hadden’, zei Trump op zaterdag tegen de pers, ‘en toch hebben we ze overmand.’ In november repte de Nationale Veiligheidsstrategie al van een hernieuwd imperialistisch elan, te beginnen met een remake van de Monroe-doctrine, om de absolute Amerikaanse dominantie op ‘ons’ halfrond veilig te stellen – ideeën waar Trump op zijn persconferentie direct naar verwees.

‘Venezuela verwelkomde buitenlandse vijanden in onze regio’, zei hij. ‘Daarmee overtrad het de kernprincipes van ons buitenlands beleid, die teruggaan op de Monroe-doctrine, die ze nu ook wel de Donroe-doctrine noemen.’ En hij deed een belofte: ‘Onder onze nieuwe nationale veiligheidsstrategie zal er aan de Amerikaanse dominantie op het westelijk halfrond nooit meer worden getornd.’

‘We zijn in een nieuw tijdperk beland, een periode van openlijk, naakt en onbeschroomd imperialisme’, zegt Kornbluh. ‘Trump denkt oprecht dat de olie van Venezuela toebehoort aan de VS. Al in zijn eerste ambtstermijn hield hij tegenover John Bolton vol dat Venezuela simpelweg deel uitmaakt van de Verenigde Staten. Trump heeft de illusies van een keizer – maar ja, wat is een keizer zonder rijk? En aangezien hij er niet in is geslaagd om Canada te dwingen de 51ste Amerikaanse staat te worden, richt hij nu zijn blik naar het zuiden. En er is niets of niemand die hem een strobreed in de weg legt.’ Trump en Rubio maakten op zaterdag inderdaad duidelijk dat dit wat hun betreft pas het begin is. De overname van Venezuela, zeiden ze, geldt als een waarschuwing voor andere Latijns-Amerikaanse leiders die het wagen om het gezag van de VS te tarten. Om te beginnen die van Cuba en Colombia.

Dat de VS zich mengen in Latijns-Amerikaanse politiek is natuurlijk niets nieuws. Alleen al sinds de Tweede Wereldoorlog heeft het land minstens twee dozijn regeringen in de regio omvergeworpen, meestal door strategische steun te verlenen aan lokale coupplegers, maar zo nodig ook door middel van moordaanslagen of directe militaire interventie. ‘De VS opereren als sinds de negentiende eeuw vanuit de aanname dat het, als sterkste jongen van de straat, het recht heeft om de veiligheid, politiek en economieën van alle landen op het halfrond te controleren’, zegt Kornbluh. ‘Tijdens de Koude Oorlog werd dat beleid tijdelijk gerechtvaardigd als deel van de wereldwijde strijd tegen het communisme. Maar de operatie in Venezuela bevestigt de continuïteit van die tweehonderd jaar oude koers op de meest flagrante manier. Als er iets is wat we Trump kunnen nageven, is het dat hij transparant is over zijn hebzuchtige doeleinden.’

‘Wat we Trump kunnen nageven, is dat hij transparant is over zijn hebzuchtige doeleinden’

De Venezolanen zelf koesteren dan ook weinig illusies. ‘De meeste mensen die ik spreek zijn bang en kijken de kat uit de boom’, zegt Eva van Roekel, die als antropoloog al jaren onderzoek doet in het land. ‘Veel mensen zijn blij dat Maduro weg is, vooral de oppositie, die per slot van rekening al twintig jaar probeert van Chávez en Maduro af te komen. Maar ze hebben geen idee wat hun nu te wachten staat. Voorlopig blijven de chavisten de dienst uitmaken. En de Venezolanen kijken er niet bepaald naar uit om nu door de VS gekoloniseerd te worden. Het blijft een keuze tussen twee kwaden, maar dat zijn ze zo langzamerhand wel gewend. Dat Maduro door de VS is ontvoerd in een speciale militaire operatie van een elite-eenheid was wat men zich wel kon voorstellen, maar de manier waarop, met bombardementen en meer dan veertig dodelijke slachtoffers, dat is voor veel Venezolanen echt een brug te ver. En die mogelijke tweede, “nog veel grotere” aanval waar Trump mee dreigt, jaagt natuurlijk veel angst aan.’

Ook de trant van Trumps verhaal, waarin de VS zijn ‘gestolen’ olierijkdom terugeist, roept brede weerstand op, zegt Van Roekel. ‘Het is waar dat de oliewinning op een laag pitje staat en dat de infrastructuur sterk verouderd is, hoewel dat ook aan de sancties te wijten is, die het onmogelijk maken Amerikaanse onderdelen te vervangen. Dat buitenlandse mogendheden zich vooral voor het land interesseren vanwege zijn olievoorraad, nemen veel Venezolanen voor lief. Maar het is wel hún olie. Een terugkeer naar het verleden, waarin alle opbrengst wegvloeide naar de VS, of waarin de oliewinning tot grote economische ongelijkheid leidde, is onaanvaardbaar.’

Peter Kornbluh verwacht ook elders in Latijns-Amerika een tegenreactie. ‘In het begin van de twintigste eeuw kregen de VS de rekening gepresenteerd van hun gun boat diplomacy: een golf aan ressentiment waarin de burgers van Latijns-Amerika zich massaal tegen de VS mobiliseerden en op de bres sprongen voor hun grondstoffen, politiek en cultuur. Onder die druk besloot president Franklin Roosevelt om het roer om te gooien en in te zetten op de Good Neighbor Policy. We staan nu aan het begin van een nieuwe cyclus van schaamteloos Amerikaans interventionisme, dat uiteindelijk opnieuw zal leiden tot nationalistische opstanden in Latijns-Amerika. Mocht Donald Trump het wagen Mexico aan te vallen, bijvoorbeeld, dan radicaliseert de bevolking direct. Ook een aanval op Cuba zou op het hele continent heel veel losmaken, ook al heeft het eiland een groot deel van zijn iconische status inmiddels verloren.’

Is Trump zich bewust van deze risico’s? Kornbluh betwijfelt het. ‘Ik heb in de loop der jaren genoeg interne documenten gelezen om te weten dat Amerikaanse presidenten in het verleden ambtenaren hadden die hen wezen op de gevaren van diplomatieke crises. Dat is precies de reden waarom de cia altijd in het geheim opereerde en de overheid die operaties ontkende. Voor Trump heeft de cia een andere rol. Omdat hij de hele wereld wil laten zien hoe machtig hij wel niet is, vertelt hij iedereen precies wat de cia doet.’

Daarnaast is het goed mogelijk dat Trump en zijn team, in hun opschepperigheid, de mate van planning overdrijven, stelt de politieke journalist Josh Marshall. ‘Ik heb het sterke vermoeden dat ze aan het improviseren geslagen zijn’, schreef hij in Talking Points Memo. ‘Ik denk niet dat er één enkele reden is waarom we de president van Venezuela ontvoerd hebben, een hele hoop boten hebben opgeblazen, en de marine in de regio hebben gestationeerd. Ik vermoed dat verschillende facties in de regering dit om verschillende redenen hebben gesteund. Trump zelf vond het vooral een stoer idee.’ Maar een plan voor de nabije toekomst, stelt Marshall, is er niet.

Kornbluh nuanceert dat beeld. ‘Een duidelijk plan is er denk ik inderdaad niet. Maar vergis je niet: deze operatie is maandenlang voorbereid. Als deel daarvan is er vast en zeker met meerdere partijen in Venezuela gecommuniceerd. Dit is geen lukrake actie geweest. Trump is onvoorspelbaar, zeker, maar mensen als Marco Rubio en Stephen Miller, die hier al sinds het voorjaar aan werken, zijn dat zeker niet. Hoe de situatie in Venezuela zich verder ontwikkelt, zal van Trump afhangen.

Hij wil een moeras, een quagmire, koste wat het kost voorkomen. Of hem dat lukt is een tweede. Aan de andere kant houdt niets zijn aandacht lang vast. Dus het zou goed kunnen dat hij het een tijdje probeert, zich in de nesten werkt en dan zijn belangstelling verliest. Na een tijd van chaos zouden dan waarschijnlijk Venezolaanse politici een stap naar voren doen die het land weer in handen nemen. Edmundo González, die de verkiezingen in 2024 won en naar Spanje is gevlucht, zie ik dat eerlijk gezegd niet doen. Maar het zou me niet verbazen als María Corina Machado terugkomt, ondanks het feit dat Trump haar deze week een dolk in de rug heeft gestoken.’

Lees ook:


Sebastiaan Faber is hoogleraar Hispanic Studies aan Oberlin College, Ohio, VS.