Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevat
meningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groep
redacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer een
handvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Gestaag keert een van de grootste financiële mammoettankers ter wereld – het Nederlandse pensioenstelsel met zijn vermogen van in totaal ruim 1.900 miljard euro – zijn steven. Per 1 januari dit jaar zijn 24 pensioenfondsen overgegaan op het nieuwe stelsel. Daarbij zitten grote fondsen als zorgfonds PFZW (met ruim drie miljoen leden), BpfBouw (750.000) en het fonds voor werknemers in de metaal- en technieksector PMT (1,2 miljoen). Samen zijn deze fondsen goed voor een derde van het totale pensioenvermogen. In totaal zijn daarmee, na zes kleine fondsen vorig jaar, al ruim vijf miljoen deelnemers aan pensioenfondsen het nieuwe stelsel ‘ingevaren’.
De omvorming van het oude pensioenstelsel naar het nieuwe is een operatie van ongekende omvang. Na jaren van politiek debat en polderoverleg tussen werkgevers en werknemers (zij zijn immers de eigenaren van de pensioenpotten), werd besloten het oude stelsel, dat dreigt te bezwijken onder de vergrijzing en minder honkvaste werknemers, om te bouwen naar een nieuwe variant. De collectieve pensioenpotten worden opgeknipt in individuele pensioenaanspraken, de zogenoemde doorsneepremie verdwijnt, en deelnemers gaan gedurende hun loopbaan voor zichzelf sparen. De AOW blijft gewoon bestaan, het betreft hier het aanvullende zogenoemde tweede pijlerpensioen.
Deze ombouwoperatie kent grote financiële risico’s en toezichthouders als De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten kijken dan ook terecht streng mee met het hele proces. Fondsen mogen zich niet rijk rekenen bij de overgang, de rechten en plichten van alle deelnemers moeten goed geborgd worden en groepen die er bij de overgang op achteruit gaan (vooral veertigers en vijftigers) moeten afdoende gecompenseerd worden. Hoewel er kritiek is en was, hebben alle fondsen die nu overgaan groen licht gekregen. De rest van de fondsen heeft tot uiterlijk 1 januari 2028 de tijd om de draai te maken.
Met pensioenen is het net als met het klimaat: het is een ‘creeping crisis’, zo stelde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. De meeste mensen weten heus wel dat er iets mee is, maar daar daadwerkelijk interesse voor opbrengen, laat staan het beest in de bek kijken, is een te grote opgave. Een grote stelselverandering zoals die waar de fondsen nu middenin zitten, gaat dan ook aan veel mensen voorbij. De vaak technocratische communicatie van pensioenfondsen over het nieuwe stelsel helpt daar zeker niet bij.
Te lang is het pensioen – bewust of onbewust – voorgesteld als een gegarandeerde uitkering tot aan de dood
Dat is spijtig en gevaarlijk. Te lang is het pensioen – bewust of onbewust – voorgesteld als een gegarandeerd bedrag tot aan de dood. In werkelijkheid, zo werd de afgelopen jaren van niet-indexeren of zelfs krimp in de pensioenen al duidelijk, is pensioen geen belofte, maar hooguit een inspanningsverplichting. De maatschappelijke onrust die dat opleverde is slechts een kleine voorbode van wat Nederland de komende jaren te wachten staat.
In het nieuwe stelsel geldt dat namelijk in versterkte vorm: mee- en tegenvallers in de financiële resultaten van de fondsen zullen sneller invloed hebben op de hoogte van de pensioenuitkeringen. Na een tegenvallend beursjaar of een zware financiële crisis zullen veel uitkeringen dus fors neerwaarts worden bijgesteld. Dat vergt aanpassingsvermogen van de pensioengerechtigden, en zal terug te zien zijn in de consumptieve uitgaven en de economische groei, die meer dan nu zullen gaan meebewegen met de financiële markten.
Blijkbaar is dat de prijs die Nederland bereid is te betalen voor het in stand houden van het stelsel van aanvullende pensioenen. De lusten én de lasten daarvan liggen meer dan in het verleden bij de individuele pensioengerechtigden.
Geef cadeau
Deel
Mail de redactie
De journalistieke principes van NRC