In piekjaar 2019 verkochten de bioscopen ruim 38 miljoen kaartjes, toen kwam de coronapandemie. Die klap is de sector nog niet te boven; vorig jaar werden tien miljoen minder tickets verkocht. Het ‘nieuwe normaal’ ligt op 30 miljoen bezoekers.
Geen moment dus om een nieuwe bioscoop te beginnen. Maar in december vorig jaar openden in Amsterdam liefst twee megabioscopen hun poorten. VUE Houthavens telt negen zalen en drie microbioscopen met in totaal 950 stoelen, Cinema The Pulse aan de Zuidas zes zalen en drie microbioscopen met 746 stoelen. En sinds jubeljaar 2019 openden in Amsterdam nog meer bioscopen. Eind 2019 Pathé Noord, met 2.500 stoelen, in november 2021 Rialto VU met vier zalen, 224 stoelen. Komend najaar volgt in stadsdeel Zeeburg Rialto Silo: vijf zalen, 400 stoelen, in een oude silo van de rioolwaterzuivering. Cinema de Vlugt kreeg in Osdorp er ook nog 70 stoelen bij.
Het vult witte plekken op de kaart op en ontlast een vol stadscentrum. Maar wordt het niet wat te veel voor Amsterdam? De ruim 5.000 stoelen extra , met een stagnerende bioscoopmarkt zelfs voor een metropool met 10.000 nieuwe inwoners per jaar een hele opgave.
In 2023 concludeerde onderzoeksbureau DVJ Insights dat de Amsterdamse filmmarkt wel verzadigd was met . Dat was in opdracht van Pathé, de Amsterdamse monopolist in popcornbioscopen die zelf even uitgebouwd is: het bedrijf zag af van een nieuw complex in Amstelveen. Maar het klopt dat de gemiddelde Amsterdammer in 2024 bijna vier keer een bioscoop bezocht, . Laatste nieuws: vorig jaar werden er 3,7 miljoen bioscooptickets verkocht in Amsterdam. Zit er rek in een krimpmarkt?
VUE Houthavens
Het Britse VUE hoopt van wel. Het concern is tot dusver actief in provinciesteden en koos de nieuwe wijk Houthavens uit om te knabbelen aan Pathés Amsterdamse monopolie. „Deze buurt heeft zich ontwikkeld tot een hotspot met een divers publiek”, liet de toenmalige directeur van VUE Nederland, Ron Sterk, in 2019 weten. Zijn opvolger Joost Ligthart zegt op de valreep een beloofde rondleiding door zijn nieuwe bioscoop af als ik aangeef het ook over de stagnerende filmmarkt te willen hebben. VUE beperkt zich tot schriftelijk antwoorden rijk aan uitroeptekens („2026 wordt een mooi filmjaar!”) en rooskleurige prognoses. Zo voorziet Ligthart dat bioscopen volgend jaar het resultaat van piekjaar 2019 evenaren. Daarin staat hij alleen.
Het wijst op enige nervositeit. Bij een op eigen houtje uitgevoerde expeditie naar een levendige try-out van VUE Houthavens – de kaartjes kosten slechts 5 euro – zit animatiefilm Zootropolis 2 bomvol ouders met jonge kinderen, die in de pauze alle kanten op stuiteren en de vloer bezaaien met popcorn. VUE Houthavens blijkt een zalencomplex glimmend van nieuwigheid met een zwoele vibe van art deco en blingbling. Er zijn verstelbare, zwarte ligstoelen en nog bredere ‘Ultra Lux’-stoelen met wijnkoelers, een kolossaal EPIC-scherm ‘met oorverdovend Dolby Atmos-geluid’, drie microzaaltjes voor privé-voorstellingen en een klein café voor een drankje en tapas.
Lees ook
In de relax chairs van de bioscoop zak ik onherroepelijk weg in een sluimer

De obstakels zijn ook helder: de Koivistokade oogt desolaat – arm aan horeca, rijk aan kantoren – en is matig bereikbaar met openbaar vervoer. Ondanks een deal met een naburige parkeergarage: waar gaat VUE de honderdduizenden benodigde bezoekers vandaan halen? Ligthart wijst op marktonderzoek waaruit blijkt dat mensen voor bioscoopbezoek. Dat brengt naast de omliggende wijken ook delen van het centrum, Nieuw-West en Noord in beeld, of zelfs Zaandam. Maar de gemiddelde Amsterdammer heeft al zoveel opties. Volgens het CBS kon hij vorig jaar in een straal van vijf kilometer kiezen tussen 5,7 bioscopen; in Rotterdam zijn dat er 2,7.
Cinema The Pulse
Cinema The Pulse lijkt op de Zuidas een iets betere locatie te hebben: op tien minuten lopen van Station Zuid, een nieuw knooppunt van trein, tram en metro. „Straks, na de verbouwing van Station Zuid, is dat nog maar drie minuten”, zegt ondernemer Peter van Vogelpoel, die ik een dag voor de feestelijke opening spreek met zijn zakenpartner Marc Smit. Dan kan je zelfs op bezoek uit Almere of Hoofddorp hopen.
Vanuit brasserie Lucy kijken we uit op verkeer dat vlakbij geluidloos over de rondweg raast. Door de isolatie hoor je er niks van. Tot 2014 was Van Vogelpoel drijvende kracht achter De Filmhallen: negen zalen naast een foodcourt in een oude tramremise. Velen hadden daar een hard hoofd in, toch werd het een succes. Cinema The Pulse zit in een vleugel die een woontoren verbindt met een kantoortoren, de wijk staat nog deels in de steigers. Van Vogelpoel: „Je draagt dan als bioscoop bij aan zo’n stedelijk proces. Dat bouwblok is over vijf of tien jaar klaar, die snelweg gaat in 2038 in een tunnel.”
Dat brengt ook onzekerheid met zich mee. Zo gaapt nu naast The Pulse een gat waar de gemeente eerder Oba Next voorzag, Amsterdams ‘bibliotheek van de toekomst’. Dat prestigeproject van 36,5 miljoen euro werd in 2022 vrij abrupt naar de Bijlmermeer verplaatst, een tegenvaller. De entree ligt voorlopig verscholen achter een braakliggend bouwterrein.
Kinderfeestjes of vriendenclubs
Cinema The Pulse telt zes zalen – één met balkon – en drie microbioscopen die met twintig stoelen geschikt zijn voor kinderfeestjes of vriendenclubs. Het kan bogen op een imposant trapportaal en brasserie Lucy, die nu al vrij gezellig en druk oogt. Komend jaar streeft The Pulse naar 150.000 bezoekers, bescheiden voor een project van die omvang. Als filmtheater is het aangesloten bij Cineville. „Dat is zeker in Amsterdam belangrijk. Maar we draaien ook James Bond of Avatar.”
Directeur programmering Jan Doense – bekend als Mr. Horror en hoofd van festival Film by the Sea – werkt aan evenementen: speciale avonden die het armlastige EYE Filmmuseum onlangs moest wegbezuinigen bijvoorbeeld. Marc Smit: „Je ziet nu dat klassiekers, specials en films met inleidingen een jong publiek trekken, er ontstaat een nieuwe filmcultuur rond websites als Letterboxd. Cultfilms als Poor Things of The Substance worden mainstream, heel fascinerend.”
Lastig voor Cinema The Pulse is wel dat vlakbij in november 2021 Rialto VU openging: 424 stoelen verstopt bovenin de aula van de Vrije Universiteit. Deze wat gezichtsloze bioscoop is nog geen succes: in 2024 verkocht het slechts 35.000 kaartjes, afgelopen jaar net zoiets. Wel vist het in dezelfde vijver als The Pulse: studenten, yuppies. Dus probeert men het filmaanbod een beetje op elkaar af te stemmen. Van Vogelpoel: „Raymond Walraven van Rialto en ik kennen elkaar al 40 jaar, de lijntjes zijn kort.” En rond het Rembrandtplein is ook ruimte voor meer bioscopen, vervolgt hij – voor ik hem eraan herinner dat niet het Rembrandtplein, maar vier lege voetbalvelden Cinema The Pulse scheiden van Rialto VU.
Al met al dreigen krappe tijden voor de Amsterdamse bioscopen, wellicht een enkele sluiting. „Als ex-directeur van VUE Nederland trok ik jarenlang het project Houthavens, voor mij is het moeilijk erover te praten”, zegt voorzitter Ron Sterk van de bioscoopbond NVBF. „Maar in 2019 was het een stuk gemakkelijker geweest een bioscoop te openen.”

De klap van de coronapandemie, zoals bij deze Rotterdamse bioscoop in 2021, is de sector nog steeds niet te boven.
Foto Andreas Terlaak
Kwakkeljaar 2025 ‘Nieuw normaal’, maar filmtheaters groeien door Cineville
2025 was wederom een kwakkeljaar voor de bioscopen: 28,5 miljoen bezoekers, bijna een miljoen minder dan 2024 – wat ook al een krimpjaar was. Het bezoek aan filmtheaters steeg daarentegen met 12 procent, na een groei van 6 procent het jaar daarvoor.
Dat blijkt uit de jaarcijfers die het Bioscoopverbond (NVBF) en NVPI Film, de brancheorganisatie van filmdistributeurs, dinsdag in de Amsterdamse Tuschinski presenteerden. Na drie miserabele pandemiejaren leken de bioscopen in 2023 door ‘Barbenheimer’ – de zomerhits Barbie en Oppenheimer – de weg omhoog te hebben gevonden met 32 miljoen bezoekers. Maar daarna zette een daling in, en dit jaar berust de bioscoopsector bij een ‘nieuwe normaal’. De 35 miljoen bezoekers van vóór de pandemie lijken voorlopig onhaalbaar, laat staan de 38 miljoen van piekjaar 2019. Het nieuwe normaal ligt rond de 30 miljoen kaartjes: het niveau van 2010.
Voorzitter Ron Sterk van de bioscoopbond NVBF ziet vooral een probleem bij tieners en jonge twintigers. „Tijdens de pandemie vreesden we de vijftigers en zestigers kwijt te raken, maar het zijn de kinderen die 10 tot 15 waren tijdens de pandemie. De bioscoop zit onvoldoende in hun systeem.” Hollywood, normaliter goed voor driekwart van de recette, laat het afweten. Er viel vorig jaar te kiezen uit 542 films, een record. Maar de top ontbrak. Stern: „Voor de pandemie was The Lion King goed voor 3 miljoen kaartjes. Daar heb je nu wel vijf Hollywoodfilms voor nodig. Geen enkele titel haalde een miljoen bezoekers.”
Hollywood blijft het antwoord schuldig op de teloorgang van het superheldengenre en vermoeidheid met vervolgfilms: beproefde ‘franchises’ als Mission Impossible en Jurassic Park stelden vorig jaar wat teleur. Wellicht wordt de videogamefilm de nieuwe kip met de gouden eieren: A Minecraft Movie bleek de best bezochte film en trok veel soms wat baldadige tieners. De top-10 werd verder net als vorig jaar gedomineerd door Amerikaanse familiefilms: remakes als Lilo & Stitch (2) en How to Train Your Dragon (10) en Disney-animatie: Mufasa: the Lion King (3), Zootropolis 2 (6). Opvallend was het succes van vrouwenkomedies: Bridget Jones Mad About The Boy (5) en Halina Reijns Babygirl (9).
Het Nederlandse marktaandeel daalde van 17 tot 14 procent: in de herfst redden Mike van Diems Voor de Meisjes (317.000 bezoekers) en influencersvehikel De Film van Rutger, Thomas & Paco (295.000) het filmjaar, alsmede het gebruikelijke duo Sinterklaasfilms. De Nederlandse filmindustrie kampt net als Hollywood met erosie van oude succesformules: romantische komedies, grove komedies. Geen enkele Nederlandse film haalde de status van Platina Film: 400.000 bezoekers. Ook Dick Maas’ Amsterdamned II niet, . Een lichtpuntje was de in eigen beheer uitgebrachte wandelfilm The North, die met ruim 120.000 bezoekers op plaats 10 eindigde.
Een ander lichtpunt is het succes van de filmtheaters, gespecialiseerd in kwaliteitsfilms. Dankzij 12 procent groei zijn die filmtheaters nu goed voor 14 procent van de filmmarkt. Die groei valt deels toe te schrijven aan het succes van Cineville: een pasje geeft leden . Cineville, in 2009 begonnen als initiatief van 13 Amsterdamse filmtheaters, telde voor de pandemie al 45.000 leden, nu zijn dat er ruim 100.000.
Voor de drie grotere filmketens – marktleider Pathé, VUE en Kinepolis – lijkt consolidatie het motto. Ze verbreden het aanbod met videogames, virtuele escaperooms en live-uitzendingen van concerten of sport. En weten bezoekers met enig succes over te halen geld te steken in ‘premiumformaten’: grote schermen als IMAX of EPIC, microbioscopen en 4DX. Dat verzacht de pijn: met ongeveer 308 miljoen euro verdiende de sector slechts 3 miljoen minder dan vorig jaar.
Geef cadeau
Deel
Mail de redactie
De journalistieke principes van NRC