Dit stuk in 1 minuut

Wat is het nieuws?

  • Ambtenaren op de ministeries in Den Haag moeten sinds tien jaar de openbare agenda’s van bewindslieden bijhouden, maar nu blijkt dat ze dat als ‘corveeklus’ ervaren.
  • Het lukt de ministeries tot nu toe niet om de openbare agenda’s goed te organiseren.

Waarom is dit belangrijk?

  • Het gaat niet goed met de transparantie van de Nederlandse overheid. 
  • Leden van de Tweede Kamer, de anticorruptiewaakhond van de Raad van Europa en de Europese Commissie zijn kritisch over de gebrekkige transparantie.
  • Daarnaast wil het ministerie van Binnenlandse Zaken de Wet open overheid (Woo) inperken, waar meer dan 70 journalisten onlangs in een open brief hun zorg over uitspraken. 

Hoe is dit onderzocht?

  • Follow the Money bestudeerde stukken van het ministerie van Binnenlandse Zaken die via een Woo-verzoek openbaar zijn gemaakt.
  • Daarnaast spraken we met specialisten op het gebied van transparante overheid.

Lees verder

Inklappen

Al jaren klinkt er vanuit verschillende hoeken kritiek: het is droevig gesteld met de transparantie van de Nederlandse overheid. Er liggen inmiddels stapels rapporten en adviezen, de Tweede Kamer neemt motie na motie aan en ministers beloven beterschap, maar uiteindelijk verandert er weinig. 

Sterker nog: uit stukken van het ministerie van Binnenlandse Zaken die onlangs op verzoek van Follow the Money openbaar zijn gemaakt, blijkt nu dat ambtenaren op de ministeries in Den Haag het bijhouden van de openbare agenda van bewindslieden als ‘een corveeklus’ beschouwen. 

Hier is geen sprake van onmacht, maar van onwil

Eén keer per week publiceren de ministeries een overzicht van de publieke agenda-afspraken van hun bewindslieden, zoals werkbezoeken en toespraken. Die openbare agenda’s werden meer dan tien jaar geleden ingevoerd om de transparantie van de overheid te verbeteren, maar nog steeds lukt het de ministeries niet om ze goed te organiseren. 

Tijdens een vergadering in april 2025 stelden directeuren van de communicatieafdelingen van de ministeries vast dat informatie voor de agenda’s ‘regelmatig te laat of onvolledig’ wordt aangeleverd. Bovendien hebben er op sommige ministeries te veel medewerkers toegang tot de agenda van de minister, terwijl die toegang bij andere ministeries juist te beperkt is. 

Het is een bevestiging van de dikke onvoldoende die de Open State Foundation elk jaar weer uitdeelt. De organisatie, die opkomt voor een transparante overheid, constateerde de afgelopen jaren keer op keer dat agenda’s onvolledig of helemaal niet ingevuld zijn. 

Directeur Serv Wiemers moet diep zuchten als hij de door Follow the Money opgevraagde documenten leest. ‘Hier is geen sprake van onmacht, maar van onwil.’ Want, zo stelt hij, hoe ingewikkeld kan het zijn om het onderwerp van gesprek en de naam en functie van de gesprekspartner van ministers te noteren? 

‘Het is allemaal niet zo moeilijk, maar je kan het wel moeilijk maken.’ Dat is volgens Wiemers wat je hier ziet gebeuren. ‘Er dansen allerlei mensen om een minister heen. Een communicatieadviseur, het secretariaat, een politiek assistent: voor je het weet staan vijf mensen te dringen rondom een agenda. Dat hoeft dus helemaal niet.’

Gebrekkige transparantie

De moeizame gang van zaken rond de openbare agenda’s past in een patroon. 

Al jaren worden er in de Tweede Kamer kritische vragen gesteld over de gebrekkige transparantie van de overheid. Ook de anticorruptiewaakhond van de Raad van Europa (GRECO) en de Europese Commissie toonden zich in recente rapporten kritisch. 

Follow the Money staat voor radicaal onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Ons werk is mogelijk dankzij het vertrouwen van onze betalende leden. Nog geen lid? Meld je dan nu aan

Volg dit dossier
Ontvolg dit dossier

Dat het niet goed gaat met de transparantie van de Nederlandse overheid, onderstreepten meer dan zeventig journalisten afgelopen december in een open brief waarin ze de formerende partijen opriepen niet te morrelen aan de Wet open overheid (Woo). 

Het ministerie van Binnenlandse Zaken wil de wet inperken, omdat er ‘hoge uitvoeringslasten’ zouden zijn. Op grond van dat voorstel hoeven interne documenten zoals e-mails en concepten niet langer te worden vrijgegeven en komt er een maximum aan het aantal documenten dat door burgers, waaronder journalisten, kan worden opgevraagd. 

En dan waren er ook nog de onthullingen van NRC over de lobby van de gokindustrie. Oud-minister Sander Dekker (VVD) bleek in de aanloop naar de legalisering van online gokken intensief app-contact te hebben gehad met onder meer zijn partijgenoot en lobbyist namens de gokbranche Frits Huffnagel.

Vrij spel voor lobbyisten

Om burgers meer zicht te geven op lobbytrajecten zoals die tussen de twee VVD’ers, pleit de meerderheid van de Tweede Kamer er al jaren voor dat transparantieregels niet alleen voor ministers, maar ook voor hoge ambtenaren gaan gelden. 

Daarnaast wil de Tweede Kamer dat er een zogeheten lobbyregister komt, waarin lobbyisten zichzelf moeten registreren en afspraken met onder meer ministers moeten invoeren. In 2021 nam de Kamer een eerste motie aan waarin het kabinet werd gevraagd om zo’n register in te voeren. Dat gebeurde in 2022 opnieuw, en in juni 2025 nog maar weer eens.

Dat met controlemechanismen als lobbyregisters en openbare agenda’s elke ongeoorloofde beïnvloeding tot het verleden behoort, is wishful thinking. Off-the-record-gesprekken op de tennisbaan, op een partijcongres of in het café zullen er altijd blijven, en ook beïnvloeding van politici via sociale media is niet bij te houden. 

Maar momenteel kunnen lobbyisten wel erg makkelijk invloed uitoefenen. In de Tweede Kamer kunnen lobbyisten in en uit lopen, oud-politici worden via de draaideur lobbyist en ambtenaren krijgen lobbyisten op bezoek zonder dat dat wordt geregistreerd. 

Organisaties als Open State Foundation en Transparency International hameren er daarom al jaren op dat de situatie onwenselijk is. 

Binnen Europa loopt Nederland achter als het om transparantie gaat. Zeven EU-landen, waaronder Ierland, Duitsland, Frankrijk, voerden al een lobbyregister in. In die registers staan de namen van lobbyisten, de afspraken met de overheidsfunctionarissen, het onderwerp, het bredere doel van de organisatie, hun budget en financiers genoteerd. 

In de vrijgegeven stukken staat weliswaar dat de invoering van een lobbyregister het ‘mystieke karakter rondom lobby en beleidsbeïnvloeding’ kan wegnemen, maar dat zo’n register ook ‘een grote administratieve last voor lobbyisten’ kan opleveren als de verantwoordelijkheid voor het bijhouden ervan bij hen komt te liggen. Daarnaast wijzen  ambtenaren erop dat informele contacten zoals ‘telefoontjes en borrels’ ook kunnen leiden tot beleidsbeïnvloeding.

Kritisch rapport

Tijdens die jarenlange discussie over de invoering van een lobbyregister was er ook steeds kritiek op de gebrekkig bijgehouden openbare agenda’s. In 2023 gaf toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Hanke Bruins Slot (CDA) onderzoekers de opdracht om een evaluatie uit te voeren. 

In het rapport werd de kritiek bevestigd. De openbare agenda’s gaven ‘een onvolledig beeld […] van alle activiteiten van bewindspersonen, een beperkt inzicht in toegang van externen tot bewindspersonen en in het beste geval een zeer algemeen zicht op beleidsinbreng en geen informatie over belangenafweging’.

Daarnaast sloten de openbare agenda’s niet aan op de zogenaamde lobbyparagrafen, overzichten van welke belangen door wie zijn ingebracht. Daardoor ontstond een ‘gefragmenteerd beeld’ van de betrokkenheid van externe partijen bij besluitvormingsprocessen, stond in het rapport. 

De conclusie van de onderzoekers: de bestaande openbare agenda’s en de lobbyparagrafen moesten worden verbeterd, en er moest ook een lobbyregister komen. De openbaarmaking van de contacten van lobbyisten met topambtenaren zou daarbij ‘een waardevolle toevoeging’ zijn.

Volg dit dossier
Ontvolg dit dossier

Het was aan minister Judith Uitermark (NSC), de opvolger van Bruins Slot, om het rapport openbaar te maken. Daar had ze overigens geen haast mee. Hoewel het rapport al in oktober 2024 af was, werd het pas vlak voor het kerstreces van dat jaar zonder enige aanbeveling van de minister naar de Kamer gestuurd. 

De Open State Foundation toonde zich destijds zwaar teleurgesteld. Er kon ‘wel een tandje bij’, zei directeur Serv Wiemers tegen de Volkskrant. Ook Kamerlid Joost Sneller (D66) was kritisch. Hij noemde het gebrek aan daadkracht bij minister Uitermark ‘gênant’.

‘Mooie woorden’

In maart 2025, zes maanden nadat de onderzoekers het rapport hadden ingeleverd, kwam de minister alsnog met een inhoudelijke reactie. 

Ze volgde de adviezen uit het rapport niet op, omdat ze vertrouwen had in ‘het bestaande instrumentarium’. Ze was zich ervan bewust dat niet alles goed verliep, maar zou met verbeteringen komen. Om ‘daarbovenop’ ook nog een lobbyregister in te voeren, achtte ze ‘niet proportioneel’.

De twee onderzoekers reageerden teleurgesteld in de Volkskrant. ‘Met de stappen die het kabinet voorstelt zal er weinig veranderen aan de huidige situatie, waar we maar beperkt zicht hebben op de toegang en inbreng van maatschappelijke belangen en de afweging daartussen.’

Pleitbezorgers van meer transparantie in de Tweede Kamer reageerden ronduit verontwaardigd. ‘Teleurstellend’, aldus Laurens Dassen (Volt), ‘klap in het gezicht’, vond Michiel van Nispen (SP), ‘bizar’, stelde Joost Sneller (D66). Een ruime meerderheid van de Kamer was opnieuw voor invoering van een lobbyregister. 

Enkele Kamerleden stelden voor om de ministeries sancties op te leggen als ze geen stappen zouden zetten. ‘Niets geeft ons de garantie dat de mooie woorden van de minister nu wel omgezet zullen worden in daden. Nu hangt alles af van de politieke wil van bewindspersonen,’ zei toenmalig Kamerlid Glimina Chakor (GroenLinks-PvdA). 

Maar Uitermark wimpelde het idee weg: ‘Daarvoor zie ik nu geen aanleiding.’

Vrijblijvende afspraken

Wel bleef Uitermark bij haar toezegging dat er snel verbeteringen zouden worden doorgevoerd wat betreft de openbare agenda’s. En dus kwamen een maand na het debat de directeuren van de afdelingen communicatie van de ministeries in de vergadering van april 2025 bij elkaar om te bespreken hoe ze de toezegging van de minister konden waarmaken. 

Centrale vragen die ter voorbereiding werden rondgestuurd: ‘Waarom lukt het jou niet om de openbare agenda van jullie bewindslieden bij te houden?’, ‘Wat is het grootste probleem waar je tegenaan loopt?’ en: ‘Wat heb je nodig om agenda’s bij te houden conform de afspraken?’ 

Het systeem is onnodig ingewikkeld gemaakt. Geen wonder dat ambtenaren het bijhouden van de agenda als corvee zien

Twee weken na de bijeenkomst kwamen de communicatiedirecteuren met een aanscherping van de ‘Handleiding Openbare agenda bewindslieden’. 

De afspraken die daarin staan, zijn echter vooral vrijblijvend. Departementen ‘streven ernaar’ het aantal medewerkers dat bij de openbare agenda betrokken is zoveel mogelijk te beperken, en medewerkers die voor de agenda verantwoordelijk zijn, krijgen ‘indien mogelijk’ toegang tot de agenda van hun minister. 

De ambtenaren die verantwoordelijk zijn voor de publicatie van de agenda’s mogen op grond van de gemaakte afspraken aangeleverde informatie weigeren als het gespreksonderwerp, de toelichting of naam en functie van de gesprekspartner ontbreekt. Departementen worden dan ‘gevraagd informatie aan te passen of aan te vullen’. Maar als er vervolgens helemaal geen informatie meer komt, volgt daarop geen enkele sanctie. 

In een reactie laat een woordvoerder van Binnenlandse Zaken weten dat ‘de afgelopen tien jaar goede stappen zijn gezet in het beter en completer bijhouden van de openbare agenda’s van bewindslieden’, maar dat er ‘nog altijd ruimte voor verbetering is’. 

Over de kwalificatie ‘corveeklus’ in de openbaar gemaakte stukken stelt de woordvoerder dat ‘het belang van de openbare agenda door iedereen wordt onderschreven’. 

‘Doorgeschoten regelgeving’

Net als Serv Wiemers van de Open State Foundation is Bart Vollebergh van Transparency International kritisch over de gang van zaken. ‘Het systeem is onnodig ingewikkeld gemaakt. Geen wonder dat ambtenaren het bijhouden van de agenda als corvee zien.’ 

Vollebergh is voorstander van de invoering van een lobbyregister. ‘Op die manier neem je de overheid een hoop werk uit handen. Je moet dan een toezichthouder aanstellen die ervoor zorgt dat iedereen zich aan de spelregels houdt. Zo’n systeem werkt bij de Europese Unie en in Ierland al prima.’

De Open State Foundation wil niet langer wachten en presenteerde in juli 2025 een eigen lobbyregister. De gemeente Rotterdam doet momenteel onderzoek naar de invoering van dat register, en ook Amsterdam, Den Haag en Eindhoven overwegen dit model. 

Grote vraag is nu of een nieuw kabinet serieus werk gaat maken van de openbare agenda’s en een lobbyregister gaat invoeren. Eén ding is zeker: met D66-Kamerlid Joost Sneller hebben Transparancy International en de Open State Foundation een medestander. Hij zal, nu zijn partij de grootste is, een belangrijke speler worden. 

Maar niet alle partijen staan te popelen. In juni 2025 stemden VVD en CDA tegen een motie om uiterlijk op 1 september 2026 een lobbyregister in te voeren. CDA-kopman Henri Bontenbal reageerde onlangs zelfs negatief op een voorstel om voor de duur van de formatie een lobbyregister in te stellen. ‘Daar ben ik dan weer minder positief over,’ zei hij in de Tweede Kamer. Volgens de christendemocraat hebben overheden en bedrijven als het gaat om transparantie te maken met ‘vrij doorgeschoten regelgeving’.