‘Aan steden zie je hoe genocide plaatsvindt. Mensen worden er vermoord of eruit gegooid, steden tonen de ontvolking”, stelt de Soedanese architect en kunstenaar Ola Hassanain (1985) wanneer we elkaar spreken in Amsterdam. In haar werk onderzoekt ze de politieke en ecologische betekenissen van ruimtes, en hoe die ruimtes geweld van overheidsinstanties versterken. Ze houdt zich bezig met welke rol architectuur kan spelen als het gaat om trauma, oorlog en migratie – waarbij gedwongen migratie zowel een gevolg kan zijn van oorlog als van de klimaatcrisis. Met de genocide die nu in Soedan plaatsvindt, is de vraag welke rol architectuur kan spelen in de toekomst.
Hassanain, die al enkele jaren in Amsterdam woont, is sinds de oorlog in Soedan in april 2023 begon niet meer terug geweest. Nog steeds probeert ze familieleden uit haar geboorteland weg te krijgen. Een deel van haar familie woont in Egypte, met hen spreekt ze veel over hun woonsituatie. „In Egypte wonen veel Soedanezen en dat leidt tot de vraag: waar voel je je veilig? Dat lukt niet als je in bijvoorbeeld Caïro in een opvallend huis gaat wonen of wanneer je je vestigt in een wijk waar je niet welkom bent. Je kiest voor anonieme woonblokken buiten de stad, zodat je niet opvalt en niet in de problemen komt.” Het is een vorm van je identiteit verbergen, aldus Hassanain, waarbij een vluchteling het minste risico op problemen heeft wanneer die opgaat in de dagelijkse leven in de stad.
In de beeldende kunst is de rol van instellingen en kunstwerken in een ruimte vrij standaard. De laatste jaren wordt daar steeds meer ingezet op het ’terugwinnen’ van ruimte door die te vullen met visies op de wereld die samen een ‘ideaalbeeld’ geven. Wie een eigen invulling geeft aan de leefomgeving (ongeacht of dat nu via instellingen gaat of via kunstwerken) bepaalt welke rol geschiedenis en toekomst er spelen. En dat is volgens kunstenaars dé manier om een ruimte terug te winnen. Voor architectuur gaat hetzelfde op en kan die zelfs nog nadrukkelijker aanwezig zijn. Het uiterlijk van een stad bepaalt de identiteit van de woonomgeving immers.

Khartoem in april 2025
Foto Getty Images
Zoom in
Het stadscentrum van de Soedanese hoofdstad Khartoem ligt nu geheel in duigen sinds de oorlog twee jaar geleden uitbrak. Hoe zou u de architectuur van de stad voor de oorlog omschrijven?
„De identiteit van de stad bestond uit een mix van culturele erfenissen waaraan de stad haar identiteit ontleende. Er waren wijken en gebouwen die door de Britten voor henzelf waren gebouwd, en niet voor de Soedanezen. Er zijn sporen van de Anglo-Egyptische overheersing, restanten van het Ottomaanse rijk, enzovoort. De islamitische overheersing heeft ook de laatste decennia verandering in esthetiek teweeggebracht, die strikt door de markt werd ingegeven.”
En als de oorlog voorbij is?
„Na de oorlog zal het interessant zijn om te zien wie de meeste bouwopdrachten in Khartoem krijgt. Dat zullen ongetwijfeld veel aannemers uit Arabische landen zijn. Maar ook komen vragen centraal te staan als: voor wie ga je bouwen en bij wie bestel je de bouwmaterialen? Wie bouwt en wie blijft op de plek waar twaalf miljoen mensen zijn weggejaagd?”
Kan architectuur een rol spelen in verzoening of troost als een stad volledig is verwoest?
„Dat denk ik wel. Vooral steden kunnen groeien op zo’n manier dat architectuur de stad voor sommige mensen onleefbaar maakt. Je moet de dialoog aangaan met de mensen voor wie de stad is, het bouwen voor een gemeenschap moet centraal staan. Een architect moet de bevolking centraal stellen en niet in de eerste plaats de markt, de staat of bedrijven. Dus dan gaat het om de vraag of je de stad opnieuw inricht zoals die was en of we iets geleerd hebben van hoe het was.”
Architectuur is vaak heel dwingend in de manier waarop ze het leven van mensen bepaalt
Ola Hassanain
Heeft u een voorbeeld?
„Onze steden waren in de eerste plaats niet voor individuen gebouwd. Dat merkte ik tijdens de revolutie in Soedan in 2018. De bevolking werd door de vakbonden gevraagd bepaalde routes te nemen om te protesteren, die liepen door centrale zakendistricten en wijken waar regeringsgebouwen zaten. Demonstranten waren daardoor kwetsbaar; we werden blootgesteld aan de staatsterreur van dat moment. Er waren sluipschutters, het werden gevaarlijke zones. Dit waren gebieden waarvan we de ins and outs niet kennen. Die gebeurtenis deed mij afvragen wat het verband is tussen verstedelijkingspatronen, ruimte en geweld.”

De Shambatbrug over de Nijl verbond Khartoem en Omdurman tot in 2023 een deel werd opgeblazen.
Foto Getty Images
Zoom in
En hoe zou architectuur dat kunnen oplossen?
„Architectuur is vaak heel dwingend in de manier waarop ze het leven van mensen bepaalt. De belangen zijn niet voor iedereen hetzelfde, en zeker in een stedelijke omgeving loop je het risico dat mensen als het ware opgesloten worden in architectuur, of genegeerd, zodat er geen plek voor ze is. Een architectuur die meer ruimte geeft voor ervaringen, en voor verdriet, zou veel leefbaarder kunnen zijn. Ik heb mijn werk ontwikkeld vanuit de gedachte dat het voor ons noodzakelijk is om ons heen te kijken en begrip te hebben van hoe we verbonden zijn met onze omgeving. Het gaat niet alleen om materiële of tastbare cultuur, maar ook om welke verbeelding we laten domineren.
„Veiligheid in steden kan je creëren door glas of andere vormen van transparantie in gebouwen op te nemen. Minstens zo belangrijk is het beleid van het plaatsen van gebouwen. Welke gebouwen zet je naast elkaar, plaats je open ruimtes tussen twee woongebouwen? Hoe werkt dat ’s nachts? Ik ben er een groot voorstander van dat mensen kunnen aangeven waar ze een probleem mee hebben in een buurt. Als je mensen meer toelaat in het proces verandert dat ook hun perceptie op de vraag wie de baas is over publieke ruimtes en wie niet, en op hoe we kunnen samenleven en naast elkaar bestaan.”
Lees ook
In de uitzichtloze oorlog in Soedan houden jongeren met soepkeukens de mensen in leven

Geef cadeau
Deel
Mail de redactie
De journalistieke principes van NRC