Het lange wachten op een nieuwe wereldtitel voelt voor Brazilië vertrouwd, maar deze keer zit er iets extra’s achter. Net als tussen de derde en vierde ster zijn er 24 jaar verstreken. Dit keer gaat het niet alleen om prijzen, records of statistieken. Brazilië is onderweg iets kwijtgeraakt wat minstens zo belangrijk is: een duidelijke identiteit.
WK’s staan bekend om hun onvoorspelbaarheid. Juist daarom zijn ze zo meeslepend. Maar richting 2026 hangt er voor Brazilië opvallend veel vastigheid in de lucht. Het toernooi wordt een historisch kruispunt: óf de Seleção pakt eindelijk die zesde ster, óf het belandt in de langste wereldtiteldroogte uit zijn geschiedenis.
De laatste keer dat Brazilië een WK wist te winnen was in 2002. Opvallend genoeg is dat precies dezelfde periode als tussen 1970 – met Pelé, Jairzinho, Gerson, Rivellino en Tostão – en de overwinning in 1994. Vijf WK’s op rij zonder beker. De rekensom is simpel: als het ook in Noord-Amerika niet lukt, loopt de droogte op tot 28 jaar en zes WK’s zonder prijs.
Dit is het vierde verhaal uit de nieuwe WK-rubriek Legacy van Voetbalzone. Luister nu naar de podcastversie op Spotify of Apple.
Zo lang heeft Brazilië nog nooit moeten wachten op een wereldtitel. Hoewel het WK al in 1930 begon, begon het land pas echt te dromen in 1950, toen het toernooi voor het eerst in eigen land werd gespeeld. Acht jaar later, in 1958, volgde de verlossing. Tussen de tranen van een jonge Pelé na het ‘Maracanazo’ en zijn tranen van geluk na de winst tegen Zweden zat minder dan een decennium.
Vanaf dat moment stond Brazilië symbool voor het Jogo Bonito: mooi en aanvallend voetbal, creatief, doelpunten en plezier. Het gele tenue groeide uit tot het meest herkenbare sportshirt ter wereld. In 1962 volgde titel nummer twee, en na een korte teleurstelling in 1966 zette het elftal van 1970 — voor het eerst wereldwijd op tv — Brazilië definitief op de troon. Pelé werd onsterfelijk, Brazilië koning van het voetbal.
Getty Images
Een ander soort droogte
Maar deze 24 jaar zijn niet te vergelijken met de vorige. Op papier gaat het om dezelfde tijdspanne, maar gevoelsmatig liggen de verschillen mijlenver uit elkaar. De periode na de vijfde titel in 2002 heeft het zelfbeeld van het Braziliaanse voetbal veel harder geraakt dan eerdere teleurstellingen ooit deden.
In 1974 verloor Brazilië van het revolutionaire Nederland van Cruijff en Michels, terwijl het land nog zocht naar een leven na Pelé. In 1978 keerde het ongeslagen huiswaarts als ‘moreel kampioen’, na een controversiële uitschakeling. In 1982 betoverde Brazilië de wereld zonder te winnen, net als Hongarije in 1954 en Nederland in de jaren zeventig. De nederlaag na strafschoppen tegen Frankrijk in 1986 was pijnlijk, maar eervol. En wie had Maradona in 1990 kunnen stoppen?
Tot die tijd bleef het zelfvertrouwen intact. Verliezen hoorde erbij, maar Brazilië wist wie het was. Dat veranderde drastisch na het Bosman-arrest in 1995. Zuid-Amerikaanse sterren vertrokken massaal naar Europa, en Brazilië verloor langzaam maar zeker zijn herkenbare gezicht.
Die realiteit is inmiddels onomkeerbaar. De beste spelers brengen hun topjaren in Europa door. Hoewel het clubvoetbal in Brazilië de laatste jaren is verbeterd, blijft het symbolisch zwaar: de sterren zijn weg, en dat vergroot het gewicht van deze WK-droogte.
Getty Images
Het fiasco van 2006
Het WK van 2006 was het eerste toernooi waarop meer dan tachtig procent van de Braziliaanse selectie in Europa speelde. Niemand leek zich daar zorgen over te maken. En wie kon ze ongelijk geven? Ronaldinho was de beste speler ter wereld, Ronaldo de beste van de vorige generatie en Kaká stond op het punt om ook tot deze grote hoogtes te stijgen. Met Adriano, Dida, Cafu en Roberto Carlos erbij was het op papier een droomteam. Het beeld van dat elftal tijdens het volkslied is iconisch geworden.
Maar wie het toernooi daadwerkelijk zag, herinnert zich vooral de teleurstelling. Niet alleen vanwege de kwartfinale tegen Frankrijk, maar omdat het elftal speelde zonder vreugde, zonder creativiteit, zonder structuur. Het trainingskamp in Zwitserland, luchtig en feestelijk, werd achteraf het symbool van de instorting. Het Brazilië dat de wereld ooit liet dromen, was nauwelijks te herkennen.
Het WK eindigde met een pijnlijk beeld: Roberto Carlos die met zijn sokken bezig was terwijl Thierry Henry scoorde. Carlos Alberto Parreira, de coach die in 1994 de vorige droogte beëindigde, stond nu aan het begin van een nieuwe.
De Braziliaanse voetbalbond greep in en stelde Dunga aan, de aanvoerder van de Seleção op het WK 1994. Zijn missie: discipline terugbrengen. Dat leverde deels resultaten op, maar ging ten koste van flair en spontaniteit. In 2010 bleven jonge talenten als Neymar en Paulo Henrique Ganso zelfs buiten de selectie, omdat fysieke kracht en controle belangrijker werden gevonden dan creativiteit en spelplezier. Met het afscheid van Ronaldo en het wegvallen van Ronaldinho en Adriano verdween ook het charisma. Misschien was dat het moment waarop Brazilië écht stopte met glimlachen.
Getty Images
Neymar, de eenzame ster
Het is verleidelijk om te fantaseren over wat die generatie had kunnen bereiken als Adriano, Kaká en Ronaldinho langer op hun topniveau waren gebleven. In 2010 waren Adriano en Kaká allebei 28 jaar, Ronaldinho was 30, nog geen leeftijden waarop verval onvermijdelijk is. Maar Kaká’s heupblessures bleven hem na 2009 maar parten spelen, terwijl Adriano en Ronaldinho, ieder om hun eigen redenen, het leven als een profvoetballer langzaam loslieten. Precies in diezelfde jaren begonnen Lionel Messi en Cristiano Ronaldo de voetbalwereld te domineren.
Het gevolg liet zich raden. Kaká stelde teleur op het WK van 2010 en verdween al snel uit beeld bij Brazilië. Ronaldinho en Adriano werden voorbeelden van gemiste kansen. En zo kwam de volledige last terecht op de schouders van Braziliës volgende superster: Neymar. Hij moest die rol echter vervullen zonder mentors en ervaren leiders om zich heen.
Tussen 2014 en 2022 voelde het vaak alsof het nationale elftal bestond uit ‘Neymar en tien anderen’. Talent was er genoeg, maar niemand kwam ook maar in de buurt van Neymars niveau.
Het dieptepunt volgde in 2014, met de pijnlijke 7-1 nederlaag tegen Duitsland in de halve finale van het WK in eigen land. Het was de grootste vernedering die een voetbalgrootmacht ooit heeft meegemaakt. Zonder de geblesseerde Neymar werden alle zwaktes van Brazilië genadeloos zichtbaar.
Hij groeide uit tot een mythische figuur: onmisbaar voor Brazilië, maar zelf nooit constant genoeg. Had hij daadwerkelijk jarenlang de rol van Messi en Ronaldo als beste speler ter wereld overgenomen, dan was dat beeld te begrijpen geweest. Maar Neymars loopbaan volgde eerder het pad van Ronaldinho: spectaculair, maar grillig. Blessures hielden hem ver weg van zijn topvorm op zowel het WK 2018 als 2022.
Op het WK van 2018 in Rusland werd Neymar wereldwijd een meme door zijn theatrale valpartijen, terwijl Brazilië in de kwartfinale werd uitgeschakeld door België. Vier jaar later in Qatar vervulde hij de mentorrol voor Vinícius Júnior en Rodrygo. Hij scoorde een prachtige goal in de verlenging tegen Kroatië, maar zag Brazilië alsnog een late gelijkmaker incasseren en na strafschoppen opnieuw sneuvelen in de kwartfinale.
Getty Images
Identiteitscrisis
Sinds 1994 is de kwartfinale voor Brazilië vaker het eindstation dan een tussenstop geworden. De enige keer dat het land daarna nog verder kwam, in 2014, liep uit op een nationale nachtmerrie.
De route richting het WK van 2026 is allesbehalve soepel verlopen. Na een rommelige periode onder interim-bondscoach Fernando Diniz volgde een korte en weinig inspirerende tijd onder Dorival Júnior. Met nog iets meer dan een jaar te gaan, werd Carlo Ancelotti uiteindelijk binnengehaald als vermeende redder. Voor het eerst in de geschiedenis krijgt Brazilië een buitenlandse bondscoach op een WK — een symbolisch moment dat laat zien hoe het aanzien van Braziliaanse trainers zelfs in eigen land is afgenomen. Een ontwikkeling die bij clubs al langer zichtbaar was.
Ancelotti heeft weinig tijd om vastigheden te vinden. Neymar kampt sinds 2023 met terugkerende blessures en staat opnieuw aan de kant. Vinícius Júnior en Raphinha moeten nu de kar trekken, met routiniers als Casemiro als steunpilaren. De meesten van hen waren nog kinderen in 2002, sommigen waren toen niet eens geboren. Hun herinneringen aan een winnend Brazilië zijn vaag.
Met elk WK dat voorbijgaat zonder titel wordt de identiteitscrisis groter en stapelen de vragen zich op. Moet Brazilië terug naar vrijheid en flair, zoals in 2006? Of juist naar controle en discipline, zoals in 2010? Kan dit elftal winnen zonder Neymar? Zijn er nog echte wereldsterren die een land kunnen dragen? En is een buitenlandse coach inmiddels de enige weg terug naar de top?
Iedereen heeft zijn eigen antwoord, maar wat overheerst is een groeiend gevoel van onrust. Een nerveuze spanning die past bij deze tijd en bij een WK-droogte die inmiddels historisch is geworden.
Waar de 24 jaar tussen de derde en vierde wereldtitel werden gedragen door trots en vertrouwen in wat het Braziliaanse voetbal voortbracht, staat deze 24-jarige periode juist in het teken van twijfel. Identiteit ontstaat niet van de ene op de andere dag, en het lange wachten heeft die van Brazilië stukje bij beetje uitgehold.
Wat is de Seleção nu eigenlijk? Het blijft het succesvolste land in de WK-geschiedenis, maar steeds vaker ontbreekt het bij de echte favorieten. Dat voelt onnatuurlijk.
De hunkering naar een nieuwe wereldtitel was nog nooit zo zwaar. Alles wijst nu vooruit naar 2026 en de vraag is welk hoofdstuk dat toernooi aan dit verhaal zal toevoegen.