‘I make sure there are hidden messages in my work.’ Ah, als we ‘t niet dachten. Maar wacht, nee, dit is het universum van Florence Shaw, waar niets is wat ’t lijkt en ogenschijnlijke poëzie meestal alledaags proza blijkt. En andersom. Bovendien: in het liedje in kwestie – Cruise Ship Designer – kruipt ze gewoon in de huid van, juist, een ontwerper van cruiseschepen, en trouwens ook van ‘hotels that cause controversy’. Ze houdt eigenlijk niet van cruiseschepen, maar hé, ze zijn big business, je moet het ijzer smeden als het heet is en ze – of nee: hij, want ‘I am not an ambitious man’ – wil de maatschappij graag van nut zijn.

Enfin, dat soort dingen. Welkom bij het derde album van misschien wel de meest wonderlijke en ongrijpbare band die het 21ste-eeuwse postpunklandschap rijk is. Een status die trouwens niet alleen op het conto van praatzangeres Shaw en haar dadaïstisch verwoorde gedachtenwereld kan worden geschreven, want ook haar drie muzikale begeleiders laten zich nimmer vangen. Producer Cate Le Bon helpt ze op Secret Love weliswaar aan een wat kaler en experimenteler geluid, met meer ruimte voor funky grooves (in My Soul Half Pint naderen ze zowaar het Gang Of Four-geluid), maar zodra Le Bon even de andere kant op kijkt, glippen de heren al snel weer een smal steegje in, om daar bijvoorbeeld wat baldadig bonkende noiserock (Rocks), iets lieflijk uitwaaierends (Let Me Grow And You’ll See The Fruit) of zelfs een melig achtergrondkoortje te proberen.

En Florence Shaw? Die vindt ’t zo te horen allemaal best. Soms vangt ze een melodie (Hit My Head All Day), soms weet ze knap spanning toe te voegen (Evil Evil Idiot), maar meestal doet ze gewoon waar ze goed in is: op volstrekt stoïcijnse toon observeren, verhalen vertellen, wijsheden debiteren en op de meest onlogische momenten vervallen in een schouderophalend lalala of tududu. Of, zomaar ineens, een welgemeend ‘fuck the world’ (I Need You). Raadselachtige vrouw, stronteigenwijze band. Een combi die na drie albums nog lang niet verveelt.