Door: Stefan Bleeker en Leo Wassing
Het eerste half jaar in Groningen beviel Allach goed. Het zijn naar eigen zeggen leuke maanden geweest waarin hij genoot van de stad en club, die hij na ruim twintig jaar weer in de armen sloot. De voormalig speler van FC Groningen heeft veel gesprekken gevoerd met zo’n beetje alle werknemers van de club.
‘Respect, waardering en erkenning. Dat komt wat mij betreft altijd op de eerste plaats als je ergens binnenkomt. Ik heb veel gesprekken gevoerd en je gaat daarbij samen filosoferen over de toekomst. Ik ben met name bezig geweest met de strategie voor de komende jaren.’
Meer op de achtergrond
In het eerste half jaar gaf Allach zoals gezegd niet veel interviews. Niet omdat hij daar geen zin in had, maar hij focuste zich vooral intern op de organisatie. Frank van Mosselveld is als algemeen directeur meer het boegbeeld van de club in de media. Desondanks heeft Allach geen moeite met interviews en neemt hij de tijd op het trainingskamp van FC Groningen in het Spaanse Marbella.
‘Ik ben altijd iemand van: praat, vertel. Niet met de angst dat je iets als een boemerang op je achterhoofd krijgt. Vertel wat we doen en die transparantie vind ik heel belangrijk. Het gaat erom hoe we met elkaar omgaan.’
Manier van spelen
Als Allach uitleg geeft over de voetbalvisie van FC Groningen, en daaraan gekoppeld zijn werkzaamheden in het eerste half jaar, valt op dat hoofdtrainer Dick Lukkien en hoofdscout Arno de Jong veelvuldig worden genoemd.
‘Ik ga altijd uit van een visie op voetballen. Ik noem dat altijd de voetbalbijbel. Dat is de taal die wij spreken. Punt. Als je naar FC Groningen kijkt, zie je een manier van spelen. Het is de visie op voetballen van Dick, die wij dus als uitgangspunt nemen en het vertrekpunt is in alles wat we doen. Daar ben ik met Dick flink mee aan de gang gegaan.’
‘In de zomer heb ik eerst de selectie goed doorgrond met Dick en Arno. Welke jongens konden we in dit geheel inpassen? Een paar posities moesten we invullen, zoals Dies Janse en Younes Taha. Je hebt een aantal spelers, zoals David van der Werff, die je ontwikkelminuten moet gaan geven. En je verwacht dat bijvoorbeeld Jorg Schreuders, Tika de Jonge, Stije Resink en Thijmen Blokzijl weer stappen maken. Soms hoef je dus helemaal niet veel te doen. Dat heb je denk ik aan het transferbeleid gezien. Met bijvoorbeeld Tyrique Mercera, Elvis van der Laan en Travis Hernes hebben we jongens gehaald voor de middellange termijn.’