Ondanks het thuiswerkadvies én de code oranje waarschuwing van het KNMI, was het vandaag de drukste woensdagochtendspits sinds 1999. Op het hoogtepunt stond er ruim 700 kilometer file. Rijkswaterstaat was ‘geschrokken van de drukte op de weg’. Hoe komt het dat velen van ons dit soort weerwaarschuwingen niet serieus nemen?

Ervaringen tellen zwaar

Volgens Paul van Lange, sociaal psycholoog aan de Vrije Universiteit Amsterdam zijn er twee dingen die een grote rol spelen bij de beslissing om wel of niet de auto of de fiets te pakken in deze weersomstandigheden. “De eerste is ervaring”, begint hij. “Meestal gaat het goed, dus zal het deze keer ook wel goed gaan.”

Kortom: wie negen keer met code geel of oranje zonder problemen op zijn werk aankomt, blijft ook die tiende keer niet thuis. Maar gaat het wel een keer mis, dan leren we daar ook snel van, kan de sociaal psycholoog vertellen. “Als je vandaag slipt en in de berm terechtkomt, stap je morgen bij code oranje niet weer in de auto.” Maar dat effect vervliegt overigens ook weer snel, weet Van Lange. “Volgende maand durf je het waarschijnlijk wel weer aan.”

Kuddedieren

We vertrouwen in dit soort situaties dus op de ervaringen die we eerder hebben gehad. Ook kijken we veel naar het gedrag van anderen, haalt Van Lange als tweede punt aan. “Stel: je kijkt naar buiten en ziet iemand met de auto vertrekken, dan denk je eerder; het zal wel kunnen, dan kan ik ook wel gaan.”

We zijn kuddedieren en laten ons beïnvloeden door de acties én meningen van anderen. Want ook het verhaal van de werkgever die soms eist dat zijn werknemers met code oranje naar kantoor komen, speelt een rol. “Het zal natuurlijk per beroep en per werkgever verschillen, maar we zijn heel gevoelig voor wat anderen van ons denken.”

‘Wat zullen mijn collega’s denken?’

Dus zelfs als het niet expliciet van ons verwacht wordt, kunnen we druk voelen om de tocht naar kantoor te riskeren, vertelt de sociaal psycholoog. ‘Wat zullen mijn collega’s wel niet van mij denken als ik thuis blijf?’, denken we dan.

“Alleen die twijfel kan er al voor zorgen dat mensen toch gaan”, zegt Van Lange. Het advies van het KNMI wordt in zo’n situatie dan dus genegeerd.

Duidelijkere richtlijnen

Moet het KNMI de lat voor het geven van dit soort weerwaarschuwingen dan misschien hoger leggen, zodat men dit soort situaties serieuzer gaat nemen? Van Lange denkt van niet. “Ik denk vooral dat mensen niet weten wat de kleuren precies betekenen”, zegt hij.

Het zou volgens de sociaal psycholoog helpen om daar meer duidelijkheid in te scheppen. “De kleur rood hebben we omarmd als de kleur van gevaar. Die nemen we wel serieus. Maar in oranje zit nog de vrijheid om het zelf te bepalen. Die richtlijnen zouden duidelijker moeten zijn.”