Het wordt een “historisch gegroeide erfenis” genoemd: het feit dat architecten in ons land als zelfstandige aan het werk zijn, terwijl ze vaak voor slechts één bureau werken. Recent onderzoek van KU Leuven dat de Orde liet uitvoeren, toonde dat 91 procent van de architecten in België vandaag een zelfstandigenstatuut heeft, tegenover 6 procent een bediendenstatuut. Degenen die wel als bediende werken, doen dat voornamelijk in ondersteunende en administratieve functies, en niet als effectieve architect. Tegelijk liggen de starterslonen van pas afgestudeerde architecten vandaag onder het wettelijk minimumloon. 

LEES OOK.Een op de vijf architecten wil er de brui aan geven, Stefanie maakte de switch echt: “Je verdient amper het zout op je patatten”

De nieuwe regeling van de Orde is een eerste stap om die euvels te verhelpen: het plaveit de weg naar eerlijkere lonen en naar minder schijnzelfstandigheid in de sector. Pas afgestudeerde architecten, die eerst nog een tweejarige stage moeten doorlopen -na de opleiding zelf-, worden voortaan vanaf het begin van de stage 23,65 euro per uur betaald. Dat is een stijging van bijna 9 euro per uur, en komt neer op het bedrag dat starters vandaag pas krijgen na anderhalf jaar stage. Zo komt het loon gelijk te liggen met dat van een startende bediende, wat kantoren moet aanzetten om meer stagiairs met een bediendecontract aan te nemen. 

Druk gezet

De wijziging komt er na enkele jaren van druk door een groep jonge architecten, verenigd in de Belgian Architectural Workers United (BAU). “Als zelfstandige bouwt een architect geen sociale rechten op: we krijgen schrijnende getuigenissen van jonge architecten die door ziekte of door moederschapsrust te nemen in een precaire financiële situatie belanden”, zegt Elisabeth De Clercq van Belgian Architectural Workers United (BAU). “Als jonge stagiair is het in de praktijk onmogelijk om voor je rechten op te komen, omdat er een tekort aan stageplaatsen is. Maar onze buurlanden tonen dat het anders kan: daar zijn veel meer bedienden aan de slag.” 

LEES OOK.Niet de baas bepaalt of je gelukkig bent op het werk: “Collega’s zijn de belangrijkste factor voor werkplezier”

Volgens De Clercq en BAU zorgt het bediendenstatuut niet voor een hogere loonkost voor architectenbureaus. Dankzij fiscale maatregelen die lage inkomens beschermen, kan met dezelfde loonkost de koopkracht voor werkers in bediendenstatuut verhoogd worden. “De kost voor bedrijven blijft gelijk, de koopkracht van werkers gaat wel omhoog”, vertelt De Clercq. “En het belangrijkste: de architecten krijgen als bedienden toegang tot de sociale zekerheid.” 

Vooruit

De socialistische partij Vooruit trok een tijdje geleden ook aan de alarmbel over de situatie. Federaal parlementslid Anja Vanrobaeys stelde een wetsvoorstel op dat startende architecten beter moet beschermen. “De hogere startvergoeding is een eerste stap in de goede richting, en het resultaat van jarenlange druk van jonge architecten die de structurele onderbetaling en uitbuiting in hun sector beu zijn”, zegt Vanrobaeys. “Maar er moet meer gebeuren. De hoofdoorzaak van het probleem moet aangepakt worden: de schijnzelfstandigheid in de architectuur.” 

Ook voor de Orde zelf is de nieuwe richtlijn slechts een eerste stap om de hele sector te verduurzamen. “Het is basisfatsoen om dit te doen”, zegt voorzitter Anton Draye. “Veel kantoren hebben de laatste jaren al de omslag gemaakt naar het bediendenstatuut voor stagairs: de laatste vier jaar zien we een stijging van 4 naar bijna 16 procent. We zijn ervan overtuigd dat deze stap kan bijdragen aan meer duurzame en evenwichtige samenwerkingsvormen binnen onze sector. Maar het verhaal stopt hier niet: om naar een structureel gezonde sector te gaan moeten we ook kijken naar de toenemende aansprakelijkheid van architecten, de onderbetaalde wedstrijdcultuur, de groeiende complexiteit van het beroep en de steeds uitgebreidere regelgeving.”

In het voorstel van Vanrobaeys is het vermoeden van schijnzelfstandigheid wettelijk ingebouwd voor de architectuur: een bedrijf moet dan aantonen dat een werker in het juiste statuut zit, in plaats van dat de werker moet aantonen dat hij of zij in het foute zit. Het voorstel moet nog verder behandeld worden in de Kamercommissie Sociale Zaken, alvorens het richting een plenaire stemming kan gaan.