Haar moeder is deze woensdag jarig, ze is 88 geworden. Maar Petra Mast (62) kan haar niet bezoeken. In Rijswijk ligt zoveel sneeuw dat haar straat onbegaanbaar is. Juist op zo’n dag niet kunnen komen, doet pijn. „Ik wil mijn moeder gewoon even vasthouden en knuffelen”, zegt ze. Haar ouders wonen zelfstandig, in een appartement binnen een zorginstelling in Rijswijk. Ze krijgen daar zorg aan huis: verzorgenden komen langs voor medicatie en praktische hulp. „Maar als mantelzorger ga ik elke dag langs”, vertelt Mast.

Gelukkig bezorgde Albert Heijn dinsdag wel de boodschappen. „De tien pakken melk waar mijn moeder stress over had, zijn veilig binnen.” In de vriezer ligt nog een maaltijd en de zusters van de zorginstelling zullen voor haar moeder zingen. „Dat is fijn”, zegt Petra Mast. Toch overweegt ze om straks alsnog haar kaplaarzen aan te trekken en het door de sneeuw te proberen. „Misschien lukt het toch.”

Hoe verloopt de zorg aan thuiswonende ouderen in ondergesneeuwd Nederland? Dat vroeg NRC aan zorgverleners verspreid over het land, van wijkverpleegkundigen tot mantelzorgers.

Noodzakelijke zorg heeft voorrang

Amber de Wild (31) werkt voor zorginstelling Amaris en geeft leiding aan verpleegkundigen die langsgaan bij thuiswonende ouderen in de regio Gooi en Vecht – Weesp, Hilversum, Bunschoten. Ze stuurt een nachtteam aan, een thuiszorgteam en een „wondteam” voor inspectie en verzorging van onder meer doorligwonden. Door de sneeuw en de gladheid is de „planbare zorg” uitgesteld tot eind deze week of begin aanstaande week, vertelt ze.

„Rijden is voor iedereen spannend nu. Vanochtend gleed een collega weg, het ging goed maar ze zat daarna met angst achter het stuur.” Noodzakelijke zorg krijgt voorrang. „Het toedienen van antibiotica, daar kun je niet mee stoppen. Maar het verwijderen van katheters om te zien of cliënten zonder kunnen: dat kan even wachten.”

Op sommige plekken is planbare zorg uitgesteld tot eind deze week.

Op sommige plekken is planbare zorg uitgesteld tot eind deze week.

Foto Zara Nor

Zoom in

Door alle uitstel wordt het volgende week extra druk, zegt ze. „Het zou kunnen dat het aannemen van nieuwe cliënten lastig wordt.” Haar thuiszorgteam krijgt doorgaans tien à vijftien nieuwe cliënten per week. 
De Wilds nachtteam bezoekt ouderen na een melding via een alarmsysteem. Streven is er binnen een half uur te zijn. „Dat is nu niet altijd haalbaar.” De Wild heeft haar mensen laten weten: bel de cliënt na alarmering op, stel gerichte vragen, check of je er écht heen moet. En het wondteam werkt meer digitaal: ze inspecteren wonden zoveel mogelijk door te videobellen, tenminste: als een zorgverlener van het „reguliere wijkteam” wél fysiek aanwezig is.

Ongestrooide hofjes

In Zuid-Holland ging Heleen de Mooij (65), verpleegkundige in de thuiszorg bij WoonZorgcentra Haaglanden, woensdagochtend extra vroeg op pad, de klok sloeg zes uur. De wegen in haar werkgebied, Leidschendam en Leidschenveen, zijn ijsbanen. „Zeker in de smalle straten van de woonwijken waar niet gestrooid is, glijdt de auto alle kanten op. Lopen is ook lastig.” De Mooij werkt al veertig jaar in de zorg. In de jaren tachtig was het ook eens zo glad, vertelt ze. „Maar toen was ik negentien en nog niet bang om te vallen.”

Bij ouderen aan glibberige boerenweggetjes en in ongestrooide hofjes nemen familieleden of buren de zorg tijdelijk over

Bij drie cliënten ging ze niet langs. Mensen die oogdruppels nodig hebben of geholpen moeten worden met douchen, zijn een dag later aan de beurt. Voorrang krijgen de cliënten die hun medicatie op vaste tijden moeten innemen en dat zelf niet kunnen, bijvoorbeeld vanwege dementie, en mensen die terminaal zijn of afhankelijk zijn van insuline, een katheter of wondzorg. „Zij kunnen niet zonder ons”, zegt De Mooij. Woensdag ging ze langs bij elf mensen. Ze waren extra blij haar te zien. „De sneeuw maakt indruk”, zegt ze.

„Kind, moest je door dít weer naar mij toe?” aldus een thuiswonende oudere tegen de zestigjarige wijkverpleegkundige Marijke van Schaik, werkzaam even ten noordwesten van Tilburg voor de Brabantse zorginstelling Mijzo. Op haar beurt vraagt zij dezer dagen aan de ouderen: heeft u voldoende eten in huis? Wie kijkt er naar u om? Ook Van Schaik gleed weg vanochtend, „ik kwam een helling niet op”, pas na vijf minuten „gassen en wegslibben” lukte het. Voor ouderen woonachtig aan glibberige boerenweggetjes en in „ongestrooide hofjes” heeft ze een „noodmaatregel” getroffen: waar mogelijk nemen familieleden of buren de zorg tijdelijk over.

Lees ook

Dit winterweer onthult een generatieverschil

Dit winterweer onthult een generatieverschil

Dichtgevroren sleutelkluis

Ook Lex Kampen (66) uit Soest nam werk over van een professionele zorgmedewerker. Om acht uur woensdagochtend belde de thuiszorg hem op: ze stonden voor de deur van zijn moeder (93) maar die sliep nog. En het geval wilde: het sleutelkluisje aan de buitengevel, met daarin haar huissleutel, ging niet open. Dichtgevroren. Dus liep Kampen in zijn gevoerde laarzen „door een sneeuwstorm” de tien minuten naar het huis van zijn moeder.

De thuiszorgmedewerker had een druk schema en was alweer vertrokken, op naar de volgende cliënt. Dus haalde Van Kampen zijn moeder uit bed, druppelde haar ogen, zette koffie en schotelde haar een sneetje brood voor met boter en hagelslag. Toen inspecteerde hij het sleutelkluisje, veegde de sneeuw eraf, zag ijsklonten zitten, liep de badkamer van z’n moeder in, pakte haar föhn en vond een verlengsnoer. „Toen ben ik buiten in de sneeuwstorm die kluis gaan föhnen.” En al föhnend mijmerde hij: „Sjongejonge, je moet er toch een hoop voor over hebben.”

Wandelen zit er niet in voor zijn moeder, „dat vindt ze jammer, maar het gaat gewoon niet met een rollator”. En de dagbesteding is gesloten; normaal haalt een ouderenbus haar eens per week op. „Ze is volledig aan huis gekluisterd.”

Lees ook

Robot, bedsensor, heup-airbag: in dit verpleeghuis is ‘innovatie’ geen lege huls

Een client op de gang in een verpleeghuis van TanteLouise. Foto John van Hamond

Geef cadeau

Deel

Mail de redactie

De journalistieke principes van NRC