Door: Reinder Smith

De strengheid van een winter wordt uitgedrukt met het zogenaamde Hellmanngetal. Het geeft de mate van kou weer in het tijdvak van 1 november tot en met 31 maart. En tot nu toe scoorde de winter van 2026 een magere 4.7. Daarmee valt hij in het niet vergeleken met de beruchte sneeuwwinter van 1979. Die scoorde een Hellmanngetal van 205.7. 

De winter van 1963, het jaar met de Elfstedentocht waar Jaap Nienhuis voorlaatste werd, scoorde 337.2.  En de meest barre winter in de moderne tijd was die van 1947, toen het Hellmanngetal opliep tot 348.3.

Niet koud maar wel sneeuw
De winter van 2026 is dus nog niet heel koud, maar we hebben vooral last van de sneeuw. Iets wat we een beetje ontwend zijn door de klimaatverandering. De laatste sneeuwwinter van betekenis was die van 2021. Toen lag er een week lang gemiddeld 6 centimeter sneeuw. Flink wat meer viel er in de winter van 2010. Toen waren er 26 ‘sneeuwdagen’, dagen waarop er gedurende een etmaal minimaal 1 centimeter sneeuw lag. 

Voor de echte sneeuwwinters moeten we verder terug in de tijd. In de jaren tachtig van de vorige eeuw was er een aantal flinke sneeuwjaren. In de winters van 1981 en 1985 bijvoorbeeld. Toen lag er twintig dagen lang sneeuw.

De beruchte winter van ‘79
Het meest berucht is toch de winter van 1979. Die was niet alleen koud, maar ook in andere opzichten extreem. Die winter begon al eind november, toen er een dik pak sneeuw viel. En dat was nog maar het begin. 

Soms viel een paar dagen de dooi in, maar die was onvoldoende om alle sneeuw en ijs te smelten. De ijskwaliteit was daardoor beroerd. En dus kwam er ook geen Elfstedentocht – ook al vroor het die januarimaand 20 graden.